woensdag, 8 september 2010

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Nog meer asfalt is geen oplossing

De A4 tussen Delft en Schiedam gaat er dan toch komen.
Het is natuurlijk geen goede oplossing. Mensen zullen door de nieuwe verbinding meer gaan rijden. Ze gaan toch maar niet verhuizen, zodat ze op fietsafstand van hun werk wonen.
Ze gaan vaker een dagje of een weekendje naar Zeeland. Meer asfalt = meer autokilometers.

De A4 is ook geen oplossing voor de files tussen Den Haag en Rotterdam. Mensen, die nu de trein nemen, stappen weer in de auto. Mensen die nu extra vroeg opstaan om de file voor te zijn, zullen langer blijven liggen. Zo zijn mensen nu eenmaal.

De A4 is een prestigeproject, een Pyrrhus-overwinning voor de wegenbouwers.
Een eenmalige klus waar ze miljoenen aan kunnen verdienen. Die miljoenen komen uit iemands portemonnee.
In de winter zullen die 7 km. snelweg sneeuwvrij gehouden moeten worden. Dat gaat iemand betalen. Over 4 jaar zal er een nieuwe laag asfalt op moeten, daar moet iemand voor opdraaien.
De A4 komt er uiteindelijk wel. Hopelijk is het geen geldverspilling.

In de VS gaan ze ook meer autowegen aanleggen, meer bruggen bouwen, meer landingsbanen aanleggen: het is kennelijk goed voor de economie. Het heen en weer pendelen van duizenden tonnen metaal en kunststof (auto’s, vliegtuigen) lijkt mij eerder zonde van de brandstof.

Ik bewaar deze column op een server van het wereldwijde web.
Ik bewaar hem ook op mijn eigen harddisk en uitgeprint op papier.
Als een soort tijdscapsule: dan kunnen we over 10 jaar eens kijken of die A4 nu echt wel zo nodig was.


dinsdag, 7 september 2010

Jan de Laat

Jan de Laat

Hyves Flickr

Don't worry about the Government

In wij het volk, verkiezingen, vrijheid.
Een heerlijk nummer van de Talking Heads met de poëtische gekte van David Byrne.



Ik luisterde het nummer nog maar eens met de bezuinigingen van het komend kabinet, en überhaubt de kabinetsformatie in het achterhoofd..

Onder het kopje "eigen kracht" zullen veel bezuinigen worden doorgevoerd. In de zorg, in het welzijn, bij werk en inkomen. Mensen moeten het voortaan maar doen zonder hulp van de overheid. Sommige zullen daar blij mee zijn, anderen zien de bui al hangen.
Ik denk dat er in de praktijk van eigen kracht weinig zal terecht komen. Bij een aantal verkeerde beslissingen komen eerder opgeloste problemen als een boemerang terug op de politieke agenda.

Don't worry about the Government.

Eigen kracht is echter een puur links-liberaal onderwerp. Want solidariteit zit het GroenLinkse denken zij aan zij met vrijheid. We helpen mensen te participeren en daarmee "vrij" te zijn. Ongeacht om wie het gaat (daar is de link met vrijheid van meningsuiting/geloof etc.).

Wie helpt echter: de overheid helpt ons? Helpen we elkaar? Of we helpen onszelf?
En hoe helpen we?

En hoe mooi: daar gaan de coalitiebesprekingen over.

Rechts: we zullen het zelf moeten doen. Wij kunnen dat.
Links en midden: we helpen elkaar, en we laten ons helpen

Don't worry about the Government.

Rechts bedoelt daar mee: de overheid is er niet (om je te "beperken").
Links bedoelt daarmee: de overheid ontzorgt (om je beperking te compenseren).

Welke keus heb jij in het kieshokje gemaakt?

maandag, 6 september 2010

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Aan de slag!

In gemeentepolitiek, werk.

Na een heerlijke zomermaand in onder andere Dalarna en Damaraland (ja, zoek dat maar eens op) is de vakantie voorbij. Geweldige timing: vlak voor we het land weer inkwamen, liep de vorming van het rechtse kabinet stuk. Toen durfden we weer terug ;) . Exit Klink, ik hoop dat de overige ‘CDA-dissidenten’  volhouden. En dat er meer zijn die zich bij hen aansluiten. En dan toch GroenPaars!? Ik hoop het van harte!

Bij het Landelijk Bureau van GroenLinks ben ik vandaag meteen begonnen in mijn nieuwe baan: manager Politiek Personeelsbeleid. Voor een  deel bestaat de functie uit werk dat ik al deed, het managen van de GroenLinks-Academie. Nu zijn daar scouting en werving van politieke talenten bijgekomen. De eerste klus dient zich meteen aan: de kandidatencommissie voor de Eerste Kamer is aan de slag gegaan. Op 2 maart zijn er tenslotte weer PS-verkiezingen en dan is de EK aan de beurt. En dit weekend start de volgende ronde (twee groepen!) van de leergang Zin in GroenLinks. Aan de slag dus!

Ook de vergaderingen van de Maarssense raad gaan weer van start. Fractie, commissie, er zijn nog een paar belangrijke onderwerpen te behandelen voor de gemeente Maarssen ophoudt te bestaan. Veel verkeersonderwerpen: de Milieu-effectrapportage van de Ring Utrecht (op naar de Kracht van Utrecht, het betere alternatief!), het vliegveld Hilversum, de maximumsnelheid op de A2 die volgens het kabinet best weer omhoog kan. Ach, wie let er op de fijnstof en de geluidsoverlast. Als we maar sneller achteraan in de file of voor het rode stoplicht kunnen staan…


zondag, 5 september 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves Twitter DWARS

Pesten op het werk – site en blog

Kort geleden kwam ik in contact met de maker van een website en een blog omtrent pesten en mobbing op werk, Michel (online Sigm4). Niet alleen is hij de maker van deze twee pagina’s, ook houdt hij zich actief bezig met allerlei kwesties hierin, en heeft hij zelf ervaren hoe het is om weggepest te worden van het werk. Hij komt uit België, maar ook voor Nederland zijn de blogpagina en de site relevant en actueel. Persoonlijke ervaringen, visies en opinies worden op het blog afgewisseld met case-studies, nieuwsberichten en tips. Zeer waardevol!

Een blog van een doelwit van pesten op het werk. Deze blog is ontstaan uit de ervaring van zelf gepest te zijn tijdens mijn job als ingenieur binnen een groot bedrijf.

Deze website is ontstaan uit de ervaring van zelf gepest te zijn tijdens mijn job als ingenieur binnen een groot bedrijf. Het doel van deze website: Waardevolle informatie geven over pesterijen op de werkvloer en tips geven hoe je succesvol acties kunt ondernemen. Eens de vraag waarom beantwoord is gaan de mensen sneller leren omgaan met de problematiek. De eerste stap om de vicieuze cirkel te doorbreken is jezelf voor 100% ervan overtuigen dat het niet aan jezelf ligt maar aan de pester en alleen aan de pester. Kennis is macht!


zaterdag, 4 september 2010

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks Prisma: op Kunst

Een tijdje geleden introduceerde ik het GroenLinks Prisma, een manier om de visie van GroenLinks op een bepaald onderwerp te onderzoeken en te explicieteren. Na democratie en milieu & gezondheid, nu cultuur. Een onderwerp dat voor GroenLinks'ers (heel) belangrijk is, maar waar er eigenlijk geen visie op is.

  • Rood: de rode visie wil dat iedereen deel kan nemen aan kunst: dat kan als amateur-kunstenaar maar ook als kunstconsument zodat mensen zelf na het werk zich kunnen ontplooien en ontspannen. Kunst is in de eerste plaats mooi, iets waarvan je geniet. Kunstonderwijs moet mensen enthousiast maken voor kunst. Kunstinstellingen moeten toegankelijk zijn voor iedereen, onder andere door het gratis te maken (voor bepaalde groepen). Brede populaire cultuur verdient ook steun van de overheid. Kunst is een sociaal onderwerp dat met name verbonden is met sport en andere vormen van recreatie.
  • Blauw: de blauwe visie stelt dat kunst vrij moet zijn: kunst is een belangrijk onderdeel van vrije, open samenleving. Dat betekent dat de overheid zich bescheiden op moet stellen: alleen als de samenleving zelf te kort schiet dan moet de overheid bijspringen. Daarnaast moet de overheid de  vrijheid van meningsuiting van kunstenaars beschermen. Dat betekent dat topcultuur met hoge kwaliteit die niet zo populair is (bijvoorbeeld opera) gefinancieerd moet worden en dat jonge kunstenaars die experimenteren en vernieuwen, steun verdienen.
  • Groen: in de groene visie moet kunst mensen aan het denken zetten. Kunst moet maatschappelijke vernieuwing ondersteunen: dat kan door de samenleving kritisch te analyseren of door constructief, creatief en innovatief nieuwe ideeen aan te dragen. Toegepaste kunst, design, probeert nieuwe duurzame producten te ontwikkelen en haalt haar inspiratie vaak uit de natuur. Maar het hoeft niet alleen over milieu te gaan. Veel kunstenaars willen graag bijdragen aan een eerlijkere samenleving: maar dat kan gaan over het ontstaan van de massa-samenleving, de plek van vrouwen of over globalisering. Aan allerlei debatten kunnen kunstenaars waardevolle bijdragen leveren
De Groene, Blauwe en Rode visie staan niet tegenover elkaar, op punten zijn er synthese en op andere punten tegenstellingen. Zowel in de Rode en de Groene visie is kunst expliciet gericht op een betere samenleving, door mensen aan het denken te zetten of door mensen te laten ontspannen. Zowel in de Groene en Blauwe visie staan innovatie en vernieuwing centraal, danwel gericht op maatschappelijke vernieuwing (Groen) ofwel op het vernieuwen zelf (Blauw). Maar met name tussen de Rode en de Blauwe visie zijn er sterke tegenstellingen: moet de overheid populaire cultuur ondersteunen of juist topkunst?

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

El secreto de sus ojos

In film.
Het verhaal van een pas gepensioneerde onderzoeksrechter (Benjamin Esposito, gespeeld door Ricardo Darin) in Argentinië. De film laat zien hoe hij terugkijkt op zijn werk in de jaren '70. De jaren van Videla, hoewel die naam geen enkele keer wordt genoemd. De spanning die dit regime ook onder gerechtsdienaren teweeg bracht, is haarscherp in beeld gebracht.

In de film spelen twee verhaallijnen parallel. Zijn heimelijke liefde voor zijn baas en de afhandeling van een gruwelijke verkrachtings- en moordzaak.
Dankzij een medewerker van Esposito kan er ook nog worden gelachen, ondanks de zware onderwerpen die aan de orde zijn.

De film heeft de Oscar gekregen voor de beste buitenlandse film. Terecht naar mijn smaak.

Photobucket

Mark Berck

Mark Berck

Twitter

Revolutie: Verneuk de staatskas

Ondertussen ligt Nederland al bijna 90 dagen op z’n gat, en dat gaat nog wel even duren nu Wilders deze coalitieonderhandelingen heeft gestaakt. Gelukkig hebben we nog een demissionair kabinet dat lekker aan ‘t werk is en van alles nog ff gauw er doorheen ramt. Zo ook een prijsverhoging op verkeersovertredingen. Meer lezen

vrijdag, 3 september 2010

Jos van der Lans

Jos van der Lans

Interview MO Samenlevingsopbouw


‘Mijn voorstel, gebaseerd op het model van de wijkcoaches in Enschede, is om in wijken kleine teams van leidende professionals te formeren die snel en krachtig aan de frontlijn kunnen opereren. Die veel zelf kunnen oplossen of op gang brengen, en waar nodig specialistische hulp uit de instellingen inroepen. Je krijgt dan dus een sturende eerste lijn en een dienstverlenende tweede lijn. De teams moeten flexibel inzetbaar zijn: op oorlogssterkte in de echte probleemwijken, elders op een lager pitje. En in een aantal gevallen zullen ze de eerstelijns sociale zorg aan bijvoorbeeld maatschappelijk werk kunnen toevertrouwen. De teamleden moeten verbindingen in een wijk leggen en mensen mobiliseren. Want het is zaak de beroepsmatige zorg en hulpverlening te combineren met de inbreng van burgers. Niet als vrijwilligers, maar als te faciliteren ervaringsdeskundige medeprofessionals. Welzijnsorganisaties doen er goed aan een deel van hun werk en aanbod aan burgers over te laten. Sterker: veel interventies zijn juist effectiever als ze níet door beroeps worden gedaan. Een mooi voorbeeld zien we in de zogenaamde opvoedingsondersteuning. Dan gaan professionals bij gezinnen langs, maar dat werkt van geen kanten. Want die ouders denken: die figuur zit bij jeugdzorg, dadelijk komen ze ons kind afpakken. Dus zitten ze braaf ja te knikken, maar het advies dringt niet door. Wat doen ze nu in Utrecht? Daar leiden ze ouders uit de buurt op en koppelen hen aan gezinnen. Als die een paar uur per week langs komen, ontstaat er een heel andere band. Dan is die dreiging weggenomen en hebben de tips wél effect.’

Een fragment uit een interview waarmee het zomernummer van MO Samenlevingsopbouw opent naar aanleiding van het verschijnen van Eropaf!. Een tamelijk diepgravend interview. Wie de hele tekst wil lezen, moet hier klikken.

John Jorna

John Jorna

Zienswijze ontsluiting Houten

In dossier a12 salto, a12, algemeen, amsterdam, belangrijk, beste, bezwaren, bouwen, de deur, en meer.

Betreft: Ontsluiting Houten, Herijking Alternatieven Notitie reikwijdte en detailniveau voor de milieueffectrapportage. 

Inleiding
In mijn zienswijze wil ik een aantal bezwaren formuleren tegen de gekozen benadering en een aantal voorstellen doen ter verbreding en verbetering van het onderzoek om tot een milieueffectrapportage te komen. Ik zal dat paragraaf gewijs doen, zodat het stuk zo overzichtelijk mogelijk wordt.

De noodzaak van een derde ontsluiting van Houten naar het net van autosnelwegen
De gemeente Houten beschikt nu over twee en zo u wilt over drie aansluitingen op een autosnelweg. De bekendste is De Staart en daarnaast de aansluiting bij Laagraven, maar ook Tull en ’t Waal horen bij Houten en via Nieuwegein zijn twee aansluitingen vrij snel te bereiken vanuit deze Houtense dorpen en vanuit Schalkwijk.Gemeenten van een omvang als die van Houten – tussen 40.000 en 70.000 inwoners - beschikken gemiddeld over 1,72 aansluitingen op een autosnelweg. Dat kan variëren van nul tot vijf aansluitingen, namelijk bij de buurgemeente Nieuwegein. Houten is niet onderbedeeld.De aansluiting is altijd verdedigd door er op te wijzen, dat er filevorming optrad bij De Staart en dat die doorwerkte tot op de Rondweg van Houten. De oorzaak daarvan was de filevorming op de A27 waardoor het Houtense verkeer moeilijk kon invoegen. Daarom wordt de A27 nu verbreed en is de capaciteit van de oprit verhoogd. De A27 zal verbreed worden tot twee maal vier rijstroken en ook de capaciteit van het knooppunt Lunetten zal verbeterd worden. Men zou verwachten, dat daardoor veel problemen zijn opgelost en plotseling wordt het probleem anders geformuleerd en mijns inziens ten onrechte. De capaciteit van de aansluiting bij De Staart is te laag en deze kan niet verhoogd worden. Op geen enkele wijze wordt de juistheid van deze loze bewering aangetoond.Of de bewering moet worden ingetrokken of de juistheid van de bewering moet onomstotelijk worden aangetoond.Maar er is meer. Bij het vooronderzoek van de MER en bij de MER zelf scoorde de Meerpaalvariant wat betreft ontlasting van de Rondweg beter dan het Rijsbruggerwegtracé. Deze Meerpaalvariant kwam ook voor in de plannen rond de verbreding van de A27, maar is daar inmiddels vervangen door een regionale verbinding Houten, Nieuwegein en Vianen, parallel aan de A27. Deze mogelijkheid zie ik als zeer kansrijk, aangezien het moeilijk is de bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek te verbreden tot vier rijstroken. Of deze regionale verbinding binnen afzienbare tijd wel of niet doorgaat kan niemand met zekerheid zeggen. Het zou van wetenschappelijk en politiek fatsoen getuigen met beide mogelijkheden rekening te houden. De notitie stelt voor er maar van uit te gaan, dat de verbinding er niet komt. Zo wordt een kansrijke mogelijkheid op slinkse wijze terzijde geschoven. Het getuigt niet van integriteit.Eerder heb ik naar voren gebracht, dat Houten om twee redenen goed ontsloten dient te zijn. Houten heeft zelf geen ziekenhuis. Nagegaan moet worden of een ambulance eventueel via busbanen snel genoeg een ziekenhuis in Utrecht of Nieuwegein kan bereiken.
Een tweede reden is, dat delen van Houten laag gelegen zijn. Bij een doorbraak van de Lekdijk zal heel Houten snel overstroomd worden en de laag gelegen delen zullen diep onder water komen te staan. Zie bijlage 1. Kan er snel genoeg geëvacueerd worden en bij voorkeur in de richting Heuvelrug? De Kruisweg-Houtenseweg N410 is bij de gemeentegrens flink lager. Bij een reconstructie dient de weg daar opgehoogd te worden. Het Rijsbruggerwegtracé ligt in dezelfde fossiele Rijnbedding en zal voor een groot deel snel onder water komen. Een tracé langs de bestaande wegen geniet wat dit betreft de voorkeur, want die liggen op een hogere oeverwal Het lijkt mij verstandig, dat de gemeente Houten in het Rampenplan hiermee rekening houdt.
Eerdere onderzoeken geven weinig inzicht in de bestemmingen van de automobilisten uit Houten naar hun werkadres. Wel duidelijk is, dat het overgrote deel van het uitgaande forensisme Utrecht-Stad als bestemming heeft. Daarbij zijn nooit gegevens openbaar gemaakt in welke deel van Utrecht zij werken. Wel is bekend, dat driekwart van het verkeer op de Utrechtse Ring  binnen de agglomeratie blijft. Het wijst erop, dat de Houtense automobilisten via de Ring naar hun bestemming in Utrecht rijden. Gezien de plannen om de capaciteit van de Ring inclusief de knooppunten en van de A27 te verhogen kunnen de problemen voor de Houtense automobilisten daarmee als opgelost worden beschouwd. Onderzoek zal dit bevestigen.
Maar de doelstelling van een betere ontsluiting van Houten zou correcter geformuleerd moeten worden als het realiseren van een betere verbinding met Utrecht-Stad. Daarbij kunnen drie wegen bewandeld worden. Men kan de capaciteit van de bestaande verbindingen vergroten en daarvoor bestaan plannen. Ten tweede kan men de bestaande verbindingen ontlasten door bijvoorbeeld een derde verbinding met Nieuwegein te creëren. Bekend is, dat een betrekkelijk geringe afname van het verkeer al tot het verdwijnen van de files kan leiden. Ten derde kan men een nieuwe verbinding met de stad Utrecht of met de Utrechtse Ring bouwen. Conclusie is, dat men de doelstelling duidelijker moet focussen op een betere verbinding met Utrecht-Stad. Daarbij dient er rekening mee te worden gehouden, dat de opnamecapaciteit van de stad beperkt is en dat ook de inwoners nauwelijks nog meer overlast van het autoverkeer kunnen verdragen. De laatste uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen wijzen daar op.

De rol van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) en van de fiets.
Bij eerder onderzoek is geconcludeerd, dat fiets en HOV geen oplossing zouden bieden. Inmiddels wordt hard gewerkt aan het tot stand komen van een metro-achtige verbinding van Houten-Castellum met Houten-Centrum, Utrecht en verder richting Woerden. Dat betekent met enig voor- en natransport een snelle verbinding met belangrijke werkgebieden. Bovendien ontstaat bij realisatie van de sneltramverbinding om de Zuid de mogelijkheid bij de Halte Bleekstraat over te stappen op de sneltram naar de Uithof en wellicht verder naar Zeist. Het lijkt mij wenselijk bij nieuwe berekeningen met deze ontwikkelingen rekening te houden.
Wat betreft de fiets is er een nieuwe innovatie, namelijk de elektrische fiets. Het bezit hiervan neemt in een zeer snel tempo toe. Het nadeel van tegenwind verdwijnt hiermee. De elektrische fiets kan bovendien over grotere afstand in het woon-werkverkeer gebruikt worden en kan in de fietsstad Houten ook gebruikt worden bij het vervoer naar en van een HOV-station. Deze recente ontwikkeling maakt het noodzakelijk de berekeningen grondig te herzien.

De ontsluiting naar het Oosten en het belang van de gemeente Bunnik
Heel merkwaardig in de voorgaande onderzoeken was, dat een derde aansluiting van Houten op een autosnelweg strikt gescheiden werd van de ontsluiting naar het Oosten. De daarmee gepaard gaande verkeersstromen zullen immers bovenop de stromen via bijvoorbeeld het Rijsbruggerwegtracé komen. Het zou dus correcter zijn bij alle berekeningen rekening te houden met de drie varianten voor een ontsluiting naar het Oosten. Zo’n betere ontsluiting naar het Oosten lijkt mij overigens een typisch voorbeeld van het creëren van nieuwe verkeersstromen. Mensen, die in Houten werken zullen gemakkelijker in bijvoorbeeld Veenendaal gaan wonen en omgekeerd. De ontsluiting naar het Oosten maakt het mogelijk via Bunnik naar Zeist te rijden. Zeist is een belangrijk werkgebied. Het verkeer op de Julianalaan zal dus kunnen toenemen. Er is sprake van geweest datde spoorwegkruising in de Stationsweg-Schoudermantel vervalt voor auto’s als de tunnel bij NS station Bunnik gereed is. Dan is het winkelcentrum van Bunnik vanuit Odijk alleen nog bereikbaar per fiets – hopen we – en krijgt Odijk met veel meer verkeer te maken, ook vanuit de richting Wijk bij Duurstede. U ziet, dat er alle reden is om bij de berekeningen rekening te houden met de drie varianten voor een ontsluiting naar het Oosten. In een oplossing voor het verkeer Bunnik-Zeist v.v. schuilt het Bunnikse belang bij de eventuele realisatie van het Rijsbruggerwegtracé in combinatie met de ontsluiting van Houten naar het Oosten. Het getuigt niet van veel ruimtelijk inzicht als de provincie op pagina 10 stelt, dat er “geen inhoudelijke reden is om de uitkomst voor deze studieprojecten af te wachten”. Er is een duidelijk verband tussen het RBW, de oostelijke ontsluiting en het doorgaande verkeer door de Julianalaan tussen Bunnik en Zeist.
Dat erkent u ook in § 2.2 wanneer u stelt: “Uitgangspunt is dat voorkomen wordt dat er als gevolg van de maatregelen meer verkeer door de kernen van Bunnik en Odijk gaat rijden en dat bestaande knelpunten verslechteren.”

De Achterdijk
Wat de provincie met deze weg van plan is blijft achter rookgordijnen verborgen. In het onderzoek voor de MER en alle bijbehorende berekeningen  werd er vanuit gegaan, dat de weg met een viaduct over het RBW zou gaan. Snel daarna werd bekend, dat daarvoor geen geld was en dat er een kruising zou komen alleen voor landbouwverkeer en zo mogelijk een tunnel voor fietsers. Maar toen moest het Fort bij Vechten een betere ontsluiting krijgen, met name ook voor touringcars, die niet door de te lage tunnel bij Vechten kunnen. Het Fort zou ontsloten worden via het RBW en de Achterdijk. Nu wordt er in deze NRD weer gesproken over spitsafsluitingen. Het lijkt mij verstandig in een aangepaste versie daarover duidelijkheid te verschaffen. Mogen touringcars tussen 16.00 en 18.30 uur het fort niet verlaten?
Geen spitsafsluiting betekent overigens, dat er een fantastische sluiproute ontstaat tussen Houten en Utrecht-Oost, Rijnsweerd Noord en de Uithof. Met dat RBW snijd je je gemakkelijk in de vingers. Tsja!
 

De beoordelingscriteria voor de alternatieven
Als de MER commissie naar aanleiding van de verschillen in beoordeling zegt, dat er altijd kleine verschillen van mening kunnen optreden en dat “dus” geen reden is de bezwaren zo zwaar te laten wegen, dat de MER wordt verworpen, dan vraag ik mij af of opmerkingen over de criteria überhaupt serieus zullen worden genomen. Ik waag toch maar een poging en met name om te laten zien welke kunstgrepen er worden toegepast om een alternatief toch maar aanvaardbaar te krijgen.
Over de verkeersberekeningen heb ik al diverse opmerkingen gemaakt. Houdt rekening met de regionale verbinding Houten – Nieuwegein - Vianen, een variant op de Meerpaalvariant.  Neem de drie mogelijkheden voor de oostelijke ontsluiting mee in de berekeningen. Schep duidelijkheid over de Achterdijk.
Ga bij geluid uit van werkelijke geluidsmetingen en niet van formules, die geen rekening kunnen houden met lokale verschillen. Kijk ook goed naar de aantallen woningen, die getroffen zullen worden door meer geluidsoverlast. Dan is er een duidelijk verschil tussen de twee mogelijke RBW tracés.
Bij de beoordeling van de luchtkwaliteit in de vorige MER is het verbijsterend om te zien hoe er gesjoemeld wordt om tot een aanvaardbaar resultaat te komen. Dat schijnt dan wettelijk toegestaan te zijn. Weet, dat er op de Groeneweg en de Schoudermantel woningen binnen 50 meter van de A12 staan. Ga uit van werkelijke metingen en niet van formules. Vermijd de praktijk van het middelen van de luchtvervuiling over het gehele studiegebied om dat lagere gemiddelde te hanteren op plekken waar de normen duidelijk overschreden worden. Zulke praktijken zijn een macaber spel met de gezondheid van mensen.
Schenk aandacht aan de barrièrewerking van een nieuwe weg voor plant en dier en met name als een ecologische verbinding wordt doorsneden. In de vorige MER kon ik er weinig van merken. Zie alle sloten als natte ecologische verbinding, bijvoorbeeld ook de Rietsloot, die verbonden is met het gebied bij de Caspergouw.
Erken, dat een nieuwe doorsnijding van het landschap veel meer schade veroorzaakt dan een nieuwe weg parallel aan een autosnelweg, een kanaal of een spoorlijn. Wijs een nieuwe doorsnijding af als er een aanvaardbaar alternatief is.
Schenk ook aandacht aan aardkundige waarden. De provincie Utrecht heeft een naam hoog te houden omdat ze meerdere aardkundige monumenten heeft aangewezen. Maak geen domme opmerkingen, waarbij ontkend wordt, dat een fossiel Rijndal met restgeul, de Rietsloot in het landschap niet te herkennen valt. Enkele jaren geleden heb ik de Rietsloot als een exemplarisch voorbeeld van een restgeul met bedding laten zien aan Britse geografen, die het Nederlandse rivierengebied wilden verkennen. Erken, dat een stroomruglandschap gewoon veel rijker is dan een kaal kommenlandschap.

Schema pagina 26
Het ontgaat mij waarom nadelige effecten op het omliggende wegennet niet ook gekwantificeerd kunnen worden net als de effecten op de rijkswegen.
Het is merkwaardig, dat op één uitzondering na alle aspecten onder Natuur en Milieu als kwalitatief worden aangemerkt. Het zet de deur open subjectieve beoordelingen, die uitmonden in vruchteloze discussies. Landschappelijke waarden als groenelementen, verkaveling, soortenrijkdom wat betreft planten en dieren, afwisseling in bodemgebruik, veel of weinig sloten, monumentale boerderijen en andere bedrijfsgebouwen, microreliëf kunnen worden geïnventariseerd en de mate van vernietiging kan worden bepaald. Voorbeeld: Door een tracé langs de Rietsloot wordt een rij van 250 meter knotwilgen vernietigd. Zo loopt het RBW over de volle lengte door een gebied met aantrekkelijke blokverkaveling, terwijl het Mereveldseweg tracé door een gebied met een saaie strokenverkaveling loopt. Zo kan men ook aangegeven over welke afstand een tracé door gebieden met grote archeologische verwachtingswaarde loopt. Waar het gaat om de invloed op de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit kan de toename van de verzuring door de NOx uitstoot door het toegenomen autoverkeer bepalen. Hetzelfde geldt voor de verzuring van de bodem.

De trechtering in het vorige proces en het niet meer in beschouwing nemen van andere tracés
Velen zijn van mening, dat het voorrapport voor de MER zo aanvechtbaar was, dat een aantal mogelijke tracés ten onrechte zijn vervallen. Weliswaar heeft de MER commissie onze bezwaren niet gehonoreerd, maar zij gaf daarbij blijk slecht of niet op de hoogte te zijn van de plaatselijke situatie. De vorige MER was zo slecht van kwaliteit, dat de makers aan de gang bleven met correcties. Ik moet dus ernstig bezwaar maken tegen een zondermeer overnemen van de resultaten van eerder onderzoek. Veel werk moet gewoon worden overgedaan. Het zou weliswaar de kansen van tegenstanders bij een hoger beroep verbeteren als de kwaliteit zo slecht blijft, maar ik vind, dat het spel eerlijk gespeeld behoort te worden.
Verbetering van de Houtenseweg – Utrechtseweg – Laagravenseweg heeft te weinig aandacht gekregen. Als het verkeer op de Laagravenseweg uit de richting Utrecht met bestemming Houten over een viaduct wordt geleid, kan het overige verkeer vrijwel ongehinderd doorstromen. Alleen voor het verkeer Houten – Nieuwegein moeten er korte onderbrekingen zijn. Zo kan met tunnels de capaciteit van het knooppunt Laagraven verbeterd worden. Het meeste verkeer vanuit Houten moet immers naar Utrecht.

Een staaltje van vakmanschap
Zo kwalificeerde een medewerker van Rijkswaterstaat de manier waarop het Mereveldsewegtracé is weg gemanipuleerd, toen ik hem mijn verhaal vertelde.
Medio 2001 was ik aanwezig bij een vergadering van het Verkeersberaad Bunnik. Het verkeersberaad was een bundeling van deskundigheden en adviseerde het gemeentebestuur van Bunnik. Die avond was een ambtenaar van het BRU aanwezig om ons van een aantal zaken op de hoogte te stellen. Zo vertelde hij ook over het plan Houten een aansluiting op de A12 te geven ter hoogte van het NS station Bunnik. Over het verband met een plan voor 5000 woningen, waarmee de aanleg bekostigd moest worden vertelde hij niets. Ik merkte op, dat het veel beter zou zijn de weg parallel aan de spoorlijn Houten-Utrecht aan te leggen, want dan kreeg je geen nieuwe doorsnijding van het landschap en het viaduct lag er al. Hij reageerde opvallend geagiteerd. Ze waren al bezig met de verbreding van die spoorlijn en daarom was het moeilijk. De aanwezigen zagen in die werkzaamheden eerder een reden om het wel te doen. Het werd de laatste vergadering van het Verkeersberaad. Toen ik een paar jaar later aan de wethouder vroeg waarom het niet meer bijeen kwam, antwoordde hij, dat dit door het BRU verboden was. Hij was zelf voorstander van het RBW.
Toen ik een keer sprak met mensen van “Bunnik let op uw Saeck” (BLOUS) zeiden ze mij, dat het Mereveldsewegtracé niet kon omdat het weefvak aan de Zuidzijde vol zou stromen doordat het verkeer naar Houten steeds moest wachten op het verkeer naar de A12. Ik tekende stante pede een oplossing. Zie bijlage 2. Veel later heb ik die zo aangepast, dat gebruik kon worden gemaakt van het bestaande viaduct. Zie bijlage 3.
Jaren later in 2007 werd algemeen bekend, dat het Mereveldsewegtracé was vervallen. Ik was erg verbaasd, want het was ook steeds het voorkeurtracé van de gemeente Bunnik. Toen ik vroeg hoe dit mogelijk was verwees onze fractievoorzitter mij naar de site van A12
SALTO. Ik bestudeerde het Grontmijrapport ter voorbereiding van de MER. Mij viel op, dat SALTO het Mereveldsewegtracé systematisch zo negatief mogelijk werd beschreven terwijl het RBW de hemel in werd geprezen. Er was een brij van varianten, zodat onduidelijk bleef, wat men eigenlijk wilde. Daarbij werd gesuggereerd, dat de weg zou worden doorgetrokken naar de Koningsweg, maar dat wilde niemand. Men tekende de oprit zo, dat je zeker wist, dat het zo niet kon. Bij Houten werd de aansluiting bij de spoortunnel gelegd, waar dat zeker niet kon en beweerd werd, dat de spoortunnel verdubbeld zou moeten worden. Een natte ecologische verbinding zou verstoord worden, terwijl die gewoon onder het spoor door gaat en dus ook onder de weg door kan. Maar het RBW zou – in strijd met de waarheid geen enkele ecologische verbinding verstoren. Toegeven werd, dat het tracé wel “iets” beter scoorde wat betreft geluidshinder en luchtverontreiniging, terwijl het in werkelijkheid veel beter scoorde en er veel minder mensen last van zouden hebben. Bij meerdere gelegenheden heb ik alles uitvoerig beargumenteerd.Allerlei bezwaren werden er achtereenvolgens geopperd. Het spoorviaduct was zo hoog, dat de oprit te steil zou worden. De simpele oplossing was de oprit langer te maken. Dat die jongens van RW dat niet konden bedenken. Ook alle pogingen van de gemeente Bunnik liepen vast. Het weefvak voor het verkeer A12 à A27 Noord en het verkeer Houten à A12 zou al snel volstromen en dat zou kilometers lange files veroorzaken. De oorzaak was, dat het verkeer moeilijk de A27 op kon komen.
Maar als weven het probleem is, dan moet je niet weven, zei iemand mij. Ik tekende een manier, waarop dit kon. Ook dat hadden de mensen van RW kunnen bedenken. Telefonisch waren ze niet afwijzend, maar officieel is niet bekend geworden, dat deze oplossing is doorgerekend. Wel werd als bezwaar genoemd, dat RW zo dichtbij Lunetten geen complicaties wilde. Ook dat is een drogreden, want de bestaande afslag naar de A27 Noord vervalt en de nieuwe op- en afrit komen verder naar het Oosten te liggen. Vol verwondering vragen mensen aan mij waarom zo’n eenvoudige oplossing niet wordt gekozen. Zie bijlagen 4 en 5.
Bij meerdere peilingen in de gemeente Bunnik bleek zo’n 95% van de bevolking tegen het RBW en vaak werd zonder dat er naar gevraagd werd aan mijn oplossing de voorkeur gegeven.
Voorts kan worden opgemerkt dat bij deze oplossing ook een verbinding van en naar het Oosten mogelijk is. Fort Vechten kan langs deze weg veel gemakkelijker worden ontsloten. Langs deze weg kan een parkeerplaats komen om bos Nieuw Wulven te bezoeken  en tegelijk transferium om op de trein van Randstadrail te stappen. De route is ook 500 meter korter dan die via het RBW. In de directe omgeving is ruimte om een of twee holes van de golfbaan te verplaatsen. De fietsroute van Houten via de Mereveldseweg behoeft niet in gevaar te komen. De route biedt vanaf de A12 een rechtstreekse verbinding naar het winkelcentrum Het Rond en het nabij gelegen Gemeentehuis van Houten.
Er is dus alle reden om het Mereveldsewegtracé opnieuw te beoordelen. 

Onverhoopt toch een aansluiting bij Bunnik
Het Rijsbruggerwegtracé is in mijn ogen zeker niet de beste oplossing, maar mocht uit een eerlijk onderzoek blijken, dat dit wel het geval is, onderzoek dan of het mogelijk is een tunnel onder de A12 te maken voor de richting Utrecht en de afslag richting Houten iets verdiept aan te leggen. waar dan de uitrit van het brandstofstation annex rustplaats en de parallelweg met een viaduct overheen gaan. Het is veel veiliger. Ik merk, dat de ergernis in Bunnik zich met name richt op het hoge viaduct, dat de overlast van de A12 verergert en slecht in het fraaie landschap past.

Tenslotte
Met nadruk wil ik vragen het verdere onderzoek ten dienste van de MER zo objectief mogelijk uit te voeren en zeker niet naar de kennelijk door de provincie gewenst oplossing toe te werken. Inwoners van Houten en Bunnik hebben behoefte aan eerlijk en onpartijdig werk bij het vinden van de beste oplossing voor een verbeterde ontsluiting van  de kern Houten zonder dat daardoor de verkeerssituatie in Bunnik of Odijk nog verder verslechtert. Het draait om integriteit.
Mijn inbreng is gericht op een verbeterd inzicht in de lokale situatie. Ik wil overheden van  dienst zijn. Mijn belang is vooral het behoud van het landschap en daarnaast het voorkomen van een te sterke toename van het verkeer door Odijk. Gaarne ben ik bereid een bijdrage te leveren in een brainstormsessie met politici, onderzoekers of ontwerpers. Ik ben mijn hele leven gewend probleemoplossend te denken.    

J.Ch.M. Jorna 

Odijk, 3 september 2010

donderdag, 2 september 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves Twitter DWARS

De onrechtvaardigheid van de Rechtvaardige Wereld

‎”Men kan niet rechtvaardig zijn wanneer men niet menselijk is.”
~ Vauvenargues, Frans filosoof (1715-1747)

Het hieronder geschreven stuk is, hoewel anders opgeschreven, gebaseerd op de problematiek zoals die geschetst wordt in de volgende artikelen:

Het geloof in de Rechtvaardige Wereld
Auteur: J. Beijk (1986)

Eigen schuld, dikke bult? Over de neiging het slachtoffer verantwoordelijk te stellen voor zijn/haar lot
Auteur: Jan van Dijk

Hoewel al redelijk oude artikelen, acht ik het beschreven mechanisme nog zeer relevant en veelvoorkomend. Ik zal hieronder op een persoonlijke wijze de theorie uiteenzetten. Vervolgens zal ik uitleggen hoe dit ongeveer te werk gaat bij mobbing en pesten, een analogie leggen. Daarna zal ik wat links geven met voorbeelden uit het nieuws die de theorie bevestigen.

Hoe werken de schema’s in ons hoofd?
Die Rechtvaardige Wereld is eigenlijk niets anders dan een ingeprent schema. Want wat is realiteit? Vertekenen we dat niet gewoon door al die schema’s in ons hoofd, die haast vereist lijken in een wereld waarin het systeem het altijd wint van het individu? En uiteindelijk gaat het alleen maar om het dienen van persoonlijke belangen. Door die schema’s wordt van alles gezien en gehoord, wat er niet is of wat niet gezegd wordt. Of andersom wordt het aanwezige of gezegde bizar genoeg niet waargenomen, omdat zij niet aanwezig zijn in de stereotypering die het schema met zich meebrengt. Het zou wel kunnen dat dit onbewust wel in het herziene schema wordt opgenomen. Van heel basaal worden zij gecompliceerd en moeilijk te ondermijnen. En ze zitten in een netwerk, die schema’s. Een waarneming is voor iedereen anders, en het is de geschiedenis van gebeurtenissen en eerdere waarnemingen die de grondslag daarvoor vormt. Sommige mensen volgen blindelings andermans realiteit, uit veiligheid. Die personen verdrukken hun eigen realiteit. Realiteit lijkt me niets absoluuts, eerder iets dat alleen als relatief ten opzichte van andermans realiteit gezien kan worden, en waarvan hoogstens overeenkomsten en verschillen benoemd kunnen worden.
In een individueel belang kunnen die schema’s handig zijn voor de verwerking van informatie. Herkenning, herinnering, begrip. Misschien wordt er anders weinig waargenomen, als die schema’s er niet zouden zijn. Waarom is de theorie, alsmede ik, dan toch kritisch? Omdat er ook een keerzijde is aan die schema’s. U denkt vast dat het fijn is om schema’s te hebben, die informatie makkelijker te verwerken maken. Wanneer het doorslaat kan het niet alleen overgaan op hokjesdenken, maar op meer. Dat ga ik nu beschrijven.
Schema’s zijn handig voor de interpretatie van al die gebeurtenissen en waarnemingen, maar ze vertekenen ze ook. Want je voegt misschien wel informatie toe, die eigenlijk ontbreekt, maar wel in het schema zit, of protocol. Dan ontstaat verwarring, want de herinnering kan het werkelijk gebeurde en het toegevoegde niet meer uit elkaar halen. Daar komt nog bij dat de ervaringen die een schema vormen niet allemaal los herinnerd kunnen worden. En het gebeurt ook meestal onbewust, hoewel de schema’s wel tot gevoelens of handelingen kunnen leiden.

Wat gebeurt er in het schema van De Rechtvaardige Wereld?
We hebben in de loop van onze ontwikkeling verwachtingen, normen, waarden opgebouwd van wat rechtvaardig is, wat juist is, wat eerlijk is. Dat gevoel is subjectief, maar we streven er allemaal naar om in onze naaste omgeving verhoudingen te scheppen die aan dat rechtvaardigheidsgevoel voldoen. En als iemand uit die omgeving in die definitie iets onrechtvaardigs wordt aangedaan, dan raken we verontwaardigd. Is niks mis mee, denkt u? De consequenties voor degenen die zoiets is overkomen, kunnen echter heel bizar zijn. Dat geloof in die Rechtvaardige Wereld zorgt voor vertekeningen, en die vertekeningen kunnen zo vaak juist het onrecht in stand houden. Die thematiek is in een rechtsstaat diep geworteld. Rechtvaardigheid, vergelding. Het is haast een soort folklore, waarin de goede het wint van de slechte. Naar subjectieve definitie, dat wel.
We groeien op volgens het principe van loon naar werken, en vals spelen, dus afwijken van de geldige regeltjes en wetten, wordt afgestraft. We vertrouwen erop dat investeringen op lange termijn steevast rendement opleveren, bereikt door het te verdienen. Meer en meer van iemands handelen gaat hieronder vallen, en uiteindelijk is zijn of haar hele leven vol met loon naar werken.
Veel religies en stromingen daarbinnen schrijven precies voor hoe het Heilige Boek geïnterpreteerd dient te worden. Die interpretatie staat niet letterlijk in het Boek, maar is eigenlijk subjectief. En toch zal men daar dan naar moeten leven. Natuurlijk is er discussie voor degenen die graag over interpretaties nadenken, maar de grote, subjectieve lijn blijft gehandhaafd. Men heeft zich aan te passen aan de voor hen juiste definitie van loon naar werken, waarbij een God voor de beloning zorgt. Op de Dag des Oordeels moet men zich laten wegen. Of men wel voldoende naar voorgeschreven interpretaties geleefd heeft. God is een good guy, voor degenen die hem eren.
Dat schema van De Rechtvaardige Wereld zegt ook, dat aanwijzingen van investeringen die niet zijn beloond, gevaarlijk en bedreigend zijn, en zo snel mogelijk moeten worden weggewerkt. Is uw gunstige lot nog wel gegarandeerd als een van uw naasten onverdiend moet lijden? Of worden daardoor vooral uw eigen investeringen en het rendement daardoor in gevaar gebracht? De Rechtvaardige Wereld moet desondanks altijd gehandhaafd blijven. Ook voor anderen. Aanwijzingen voor onrecht worden in eerste instantie weggewerkt door een gedupeerde een genoegdoening te geven. Een genoegdoening voor geleden onrechtvaardigheid.
Dat zou goed kunnen klinken, totdat men niet in staat is die genoegdoening te bieden. Ook in de huidige rechtsstaat doet men eigenlijk weinig om die gedupeerde ook maar iets te compenseren. Straffen van de dader is lang niet altijd afdoende, als dat al gebeurt. Dat de dader de schuldige wordt is namelijk niet altijd vanzelfsprekend. Als men het slachtoffer niet voldoende genoegdoening kan bieden, zal er verondersteld worden dat deze iets heeft uitgelokt waardoor hij hetgeen hem is overkomen verdiende. De Rechtvaardige Wereld is dan hersteld en de bedreiging voor anderen is opgeheven, die kunnen rustig verder. Maar is dat echt zo rechtvaardig? Als men niet genoeg wil doen, of niet genoeg kan doen, dan krijgt de gedupeerde de schuld. En vaak wil men niets doen: dat is gemakkelijker en bespaart zo veel werk, en geld, en wat levert het anders ook op voor degenen die hierin ook maar willen investeren? Nee, de misdeelde heeft dan gelijk slechte karaktertrekken, en die vereisen aanpassing, berusting in het lot, of anders uitsluiting. Omdat het alleen dan in het schema past. Nee, gedupeerden moeten eigenschappen toebedeeld krijgen, waardoor ze hun behandeling vast en zeker hebben verdiend. Daarnaast hebben ze vaak geen mogelijkheid of kans om te vergelden, hoewel zij zeker niet zwakker zijn, maar degenen die juist zwak zijn in dergelijke situaties, hebben het systeem vaak met zich mee. En de gedupeerde de schuld geven heeft ook het voordeel dat je niet hoeft te denken dat je fouten maakt. Waar is het inlevingsvermogen dan gebleven? Waar is die bochtenwringerij voor nodig? Om de eigen Rechtvaardige Wereld koste wat kost tegen inbreuken te beschermen.
Het uitsluiten van de gedupeerde gaat gepaard met sympathie voor de winnaar, want die gedupeerde is in een nog minder benijdenswaardige positie geschoven. Hij of zij wordt wanhopig, probeert het lot te verklaren, moet een slecht zelfgevoel herstellen. En dat in een situatie waarin de buitenwereld weinig of geen sympathie heeft. Wat is dan nog Rechtvaardig?
Ziet u, hoe belangrijk het is, om gedupeerden een genoegdoening te geven? Het is vrijwel onmogelijk om dit psychologische mechanisme uit te bannen. Dan kan het maar beter voorkomen dan genezen worden wanneer zulke situaties zich voordoen, die het schema activeren, waardoor er met alle vervelende gevolgen van dien in die mate in hokjes gedacht wordt.
Bij het strafrecht moet je het vaak niet zoeken. Daar gaat men in veel gevallen voorbij aan de problemen van slachtoffers. Zo af en toe krijgen ze een schadevergoeding en dat is het dan. Dat alleen in een situatie waarin het probleem of delen daarvan erkend en niet ontkend worden. Maar ook in de psychiatrie, criminologie en de psychologie kan het aanwezig zijn. Zelfs liefdadigheidsinstellingen zinspelen op die angst op confrontatie met slachtoffers. Zij vragen soms geld in ruil voor postertjes, flyers of postzegeltjes. Degene die geld geeft krijgt dan de keuze voor een ander motief dan medeleven, omdat dat soms zo moeilijk blijkt te zijn, en omdat het anders zou erkennen dat De Rechtvaardige Wereld een illusie is.
Ondertussen is de menselijke maat zoek. Ondertussen is het ieder voor zich. Het doelwit is niets menselijks meer. Het is een geval, een casus, een dossier.

Het volledige originele artikel ontvangen? Mail mobblogmail@yahoo.com

Wat gebeurt er dikwijls met mobbing-gedupeerden, of doelwitten van pesterijen?
Een sterke analogie met het schema van De Rechtvaardige Wereld kan waargenomen worden bij veel mensen die doelwit zijn geworden van pesterijen en mobbing. Problemen die doorgaans nog niet geheel erkend, dan wel doorgrond zijn.
In het schema van de Rechtvaardige Wereld wordt niet zomaar gepest. Dat zou betekenen dat iemand bewust andermans leven zuur probeert te maken. En dat vindt natuurlijk vrijwel niemand rechtvaardig als het op deze wijze op de man af wordt gevraagd. Diegenen beroepen zich op hun normen en waarden die ze in de loop van hun leven hebben opgebouwd, over wat eerlijk is. En de rest? De rest is, naar hun interpretatie, slechts praten, kantoorhumor, en dergelijke. Niet iets wat het doelwit dwars zou moeten zitten.
Toch worden er tal van mensen gepest. De daders doen deze mensen onrecht aan. Dat is voor veel mensen genoeg reden tot verontwaardiging. De dader moet terechtgewezen worden. Maar, de dader wil niet gaan denken iets fout te doen, natuurlijk, want dan raakt hij zelf in diskrediet. En de omstanders die hebben gezien dat het doelwit onrecht is aangedaan, weten dat ze de dader(s) eigenlijk terecht moeten wijzen. Maar doen dat meestal niet. Want dat is voor zichzelf het minst veilig. Dat is een bedreiging voor hun eigen principe van loon naar werken. Ze zijn er van overtuigd dat ze het al helemaal niet verdienen om ook zo te lijden als het doelwit, ondanks een hoge arbeidsproductiviteit of loyaliteit.
Het doelwit gaat twijfelen: waarom moet mij dit nou overkomen? Ik kreeg pas toch nog zulke positieve evaluaties? Waarom die ommekeer? Komt het door de veranderde structuur, door.., door..? Of.. door mij? Wat is het dan? Is dit mijn verdiende loon naar werken, want werk ik toch nog niet hard of goed genoeg?
Onder de omstanders, zij die tussen dader(s) en doelwit(ten) instaan, ontstaat steeds meer onrust, waardoor al helemaal geen genoegdoening meer geboden zal worden ten aanzien van het doelwit: is ons eigen gunstige lot nog wel gegarandeerd, nu deze collega van ons zo buitenproportioneel moet lijden? Bevinden wij ons nu niet in de gevarenzone? Nee, daar moeten we vooral niet in komen. De kans om niet zelf in gevaar te komen, is het grootst, wanneer we ons afzijdig houden. Dan grijpt hij die ene collega van ons, maar onszelf niet. We hebben erover nagedacht om het het doelwit te gaan praten. En met de dader. Om hem genoegdoening te geven voor het geleden onrecht. Maar waarschijnlijk is het rendement daarvan te laag en werkt het op niets uit. Afzijdigheid is voor ons eigen welzijn het veiligst.
Er ontstaat onbegrip: tsja, waarom pakt hij nou uitgerekend die ene collega? Kom op, het is ook wel een non-assertieve zwakkeling. Hij moet het wel uitgelokt hebben. Moet je kijken hoe hij reageert! Wij kunnen niks meer voor hem betekenen. Het bespaart onszelf risico’s en het bespaart ons moeite. En ja, met die karaktereigenschappen van hem, kom op, dan heeft hij het vast wel verdiend, want zo kan hij het natuurlijk nooit meer goed krijgen. Daar is hij te zwak voor. Zulke mensen hoeven we niet in ons systeem, en hoeven ook geen mededogen te verwachten.
Ondertussen maakt niemand fouten behalve het doelwit: Wij maken geen fouten. Daarom worden wij niet gepest. Dat is ons loon naar werken. Wij hebben onze goede behandeling verdiend. Hij niet. Dus nee, wij zijn zeker niet onrechtvaardig. Maar hij, hij heeft het verdiend.
De dader wordt een winnaar, het doelwit des te minder benijdenswaardig: Het was toch eigenlijk wel goed uitgepakt om hem eens flink op zijn plek te zetten. Dat had hij nodig. Wij zouden dat niet zo gauw durven, maar hij heeft het lef gehad om dat te doen. En nu we het zo achteraf bekijken, was het niet verkeerd, nee. Niet verwonderlijk dat we hem na zijn ziekmelden ook niet meer mochten contacteren. Dan kan hij beter nadenken over hoe echte mensen zich redden in deze wereld. Joh, ik was nog wel eens jaloers op zijn arbeidsdiscipline, maar moet je hem nou zien, nee, daar zou ik niet mee willen ruilen.
De secundaire victimisatie zet zich in gang: Dit maakt het doelwit des te wanhopiger, en deze probeert het lot te verklaren in deze situatie waarin de mensen om hem heen, eerst zijn collega’s, geen sympathie voor zijn situatie hebben. Hij meldt zich ziek. Moet naar de bedrijfsarts, is al bij P&O en bij de vertrouwenspersoon geweest. P&O zegt dat er niets van wat hem overkomen is staat in het dossier, wel zijn ze bekend met zijn slechte evaluaties. Dat zal niet zomaar zijn, want dat is niet met het schema van de Rechtvaardige Wereld te meten. De vertrouwenspersoon denkt ook dat hij het heeft uitgelokt. De bedrijfsarts denkt dat hij zich aanstelt. Dat hij ziek is is niet aan de buitenkant te zien. Er zijn geen problemen met gewrichten, er zijn geen andere ernstige ziekten, nee, het zit tussen zijn oren. Hij stelt zich aan, in tegenstelling tot de ‘echte zieken’. Dit is een onderscheid dat ten onrechte wordt gemaakt, maar eigenlijk tracht te duiden op mensen met puur fysieke klachten, en mensen bij wie vooral de psychische gevolgen zich doen gelden. Het doelwit spant vervolgens een rechtszaak aan. De advocaat van de vakbond komt niet opdagen, immers probeert het doelwit met kwade bedoelingen het imago van het bedrijf te schaden, waar die andere tientallen, of honderden medewerkers uit de branche toch zo tevreden zijn? Het is maar een individu. En ons huidige rendement moet wel gehandhaafd blijven. De rechter oordeelt op grond van de stukken van P&O en de bedrijfsarts, die het bedrijf evenmin in diskrediet willen brengen, die niet onafhankelijk zijn, en daarenboven heeft P&O niets anders dan negatieve evaluaties aangedragen door niemand minder dan de dader.
Met alle gevolgen van dien: het doelwit komt alleen te staan. Krijgt een minimale ontslagvergoeding. Geen schadevergoeding, hij zou het immers zelf veroorzaakt hebben en het zit tussen zijn oren (blaming the victim). Ondervindt psychische en psychosomatische klachten. Heeft het maar zelf uit te zoeken met zichzelf en het gezin, voor wie het ook moeilijk te bevatten is.
De getalletjes in Nederland, als één van de grootste pestlanden in Europa, liegen er niet om. De gevolgen voor het doelwit ook niet. De financiële gevolgen voor bedrijven, die zo goede krachten zien vertrekken, ook niet. Waarom compenseren we het doelwit dan niet? Of, waarom voorkomen we het dan niet? En, wat is dat nou nog, die rechtvaardigheid?
De liefdadigheidsinstellingen en toebedelers van keurmerken weten zich er wel raad mee. En zelfs zonder zelf geconfronteerd te hoeven worden met de doelwitten. Ze bieden postertjes of keurmerken aan, in ruil voor geld of door hen gestelde doelen. Eenmaal toebedeeld is het goed, dan hoeft er ook niet meer gecontroleerd te worden. Want dan zijn problemen omtrent pesten en mobbing erkend door middel van het motief geld, of termijndoelen voor het keurmerk. En daardoor hoeft De Rechtvaardige Wereld geen illusie te worden. Onterecht.

Wat voorbeelden
Bekijk ook even de volgende kwesties, met het mechanisme van De Rechtvaardige Wereld in het achterhoofd. De problematiek is anders, maar het mechanisme komt overeen:

Medisch Spectrum Twente was nalatig
Bron: NOS

Medisch Spectrum Twente (MST) heeft patiënten van de niet-functionerende neuroloog Jansen jarenlang aan hun lot overgelaten.
Dader: neuroloog
Doelwit: patiënten
Middenpartij: commissie van het ziekenhuis
Hoe kan dat: het kost veel geld, te veel moeite, om al de eerdere slachtoffers te compenseren, maar we weten dat er gedupeerden zijn. De moeite zal ons financieel niet lonen. Misschien willen we het wel voorkomen in het vervolg, hoewel betrokken neuroloog reeds weg is.

Vermist meisje lang ten onrechte in gesloten jeugdinrichting
Bron: Joop.nl

Door moeder verzonnen loverboys klakkeloos door jeugdzorg geslikt
Dader: moeder, steevast aan het verhaal vasthoudend dat dochter prooi was van loverboys, dat, waarschijnlijk uit bescherming, overal en altijd in stand houdend
Doelwit: dochter (17 jaar), lastig als puber, maar kwam niet daadwerkelijk in prostitutie door loverboys
Middenpartij: Jeugdzorg, raad voor Kinderbescherming, diverse rechters
Hoe kan dat: Beeldvorming (schema’s!), loverboygebeuren continu in dossiers, schema van een rechtvaardige wereld, en wie is de geloofwaardigste, moeder of dochter?
Uiteindelijk opgekomen voor dochter: een chef zedenzaken, een andere kinderrechter
Citaat uit het artikel: ‘Er hoeft maar iemand iets te roepen. Er hoeven maar mensen iets te vinden en die mening vooral maar heel vaak herhalen en heel vaak ergens neer te leggen en dan ontstaat al heel snel een beeld.’
Een aanrader is om ook eens naar de reacties onder het artikel te kijken.

Het volledige originele artikel ontvangen? Mail mobblogmail@yahoo.com


Jasper Blom

Jasper Blom

Hyves

Alles wat je altijd al wilde weten over het financieel systeem...

... en nog veel meer. Na een lange tijd heel veel werk verrichten is eindelijk ons boek uit bij Cambridge University Press:

http://cambridge.org/uk/catalogue/catalogue.asp?isbn=9780521198691

hoewel Amazon nog niet helemaal wakker is:

http://www.amazon.com/Global-Financial-Integration-Thirty-Years/dp/0521198690/ref=sr_1_1?ie=UTF8&s=books&qid=1283421878&sr=8-1

Maar dankzij de gunstige wisselkoers kun je toch beter bij de uitgever direct bestellen. En om alvast een tipje van de sluier op te lichten: een van de hoofdpunten van het boek is de relatie tussen wat in vaktaal heet input en output legitimiteit. In iets normalere mensen termen: de effectiviteit van de regulering van financiele markten is mede afhankelijk van het aantal actoren dat erover mee praat. Doordat tot voor kort eigenlijk alleen maar financieel specialisten (uit de sector zelf) meepraatten en niet andere belanghebbenden ontstond er een regime dat minder goed uitpakte voor bijvoorbeeld arme landen, maar zoals we nu natuurlijk merken ook voor veel andere mensen. Dit wordt aangetoond aan de hand van cases die varieren van microkrediet tot transatlantische regulering en van ontwikkelingshulp tot het bestrijden van de financiering van terrorisme, geschreven door toppers uit het veld.

En om de loftrompet maar door anderen te laten steken:
"Amidst the flurry of commentary provoked by the global financial crisis, this impressive collection of essays stands out for both the breadth of its coverage and the depth of its analysis. The editors have brought together an outstanding group of scholars to address the challenge of financial governance today, with the linked issues of effectiveness and legitimacy taking center stage. The book is a must read." Benjamin J. Cohen, Louis G. Lancaster Professor of International Political Economy, University of California, Santa Barbara

"Written in the midst of an emergency that nearly brought down the global economy, the chapters in this timely and cohesive book range widely over a vital arena where the legitimacy and effectiveness of key policies are now highly debatable. The editors gathered many of the world's best analysts to set out and critically examine the post-crisis reform agenda. The result will reward the careful attention of scholars, students, and practitioners alike." Louis W. Pauly, Canada Research Chair in Globalization and Governance and Director of the Centre for International Studies, University of Toronto; Editor, International Organization

"The global financial crisis has demonstrated the weaknesses of international financial governance. The emergence of the G20 is one response, but just a promising beginning. This book offers a wide range of timely lessons from history, political economy and finance to guide us in exploring new paths to a safer international financial system. It is a fine example of how research can inform policy." Richard Portes, Professor of Economics, London Business School

Kortom: koopt dat boek en help mij de winter door! :-)

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Werk aan de winkel

werk aan de winkel

De gemeente Ede staat voor een zware opgave. Er moet tot 2014 12 miljoen euro worden bezuinigd. Een fors bedrag. Deze bezuinigingen verschijnen als donkere wolken aan de horizon. Maar linksom of rechtsom, het gaat de komende jaren pijn doen in de portemonnees van de inwoners van Ede. Hoe pijnlijk ook, de gemeenteraad zal moeten kiezen.

 

Juist onder moeilijke omstandigheden kan een gemeentebestuur laten zien wat ze waard is. En juist nu valt dit college bij de eerste de beste vuurproef door de mand. Ze doet voorstellen waarbij:

 

o     niet naar de lange termijn wordt gekeken

o     het sociale hart weg wordt gehakt uit de gemeente en

o     geen oog is voor natuur en landschap.

 

Maar omdat er geen helder kader is kunnen de keuzes niet worden uitgelegd. En dan komen vragen boven die eigenlijk niet te beantwoorden zijn zoals:

o     Waarom wel bezuinigen bij het Luntersche Buurtbosch en niet bij de Edese bossen?

o     Waarom wel bezuinigen bij de Oude Hofstede of zorgboerderij De Proosdij en niet bij de schaapskudde

 

Het college schrijft wel dat sportclubs en vrijwilligers als het cement in de samenleving worden gezien en dat minima kunnen rekenen op steun maar in de praktijk is dit toch wel even anders want voorzieningen als

 

o     Witgoedregeling voor minima

o     Computerregeling voor minima

o     Collectief vraagafhankelijk vervoer voor ouderen

o     Welzijn en zorg voorzieningen voor ouderen

o     Schoolzwemmen

 

worden gewoon wegbezuinigd. En dat terwijl een goede minimaregeling veel leed kan opvangen.

 

GroenLinks/PE kan zich totaal niet vinden in de door B&W voorgestelde begroting en maakt andere keuzes om de bezuinigingen het hoofd te bieden. Voor GroenLinks/PE is het sociale aspect en het milieu van immens belang zijn. De eerder genoemde voorzieningen voor jongeren, ouderen en minima willen wij handhaven. Verder zijn de ecologische verbindingszones essentieel om de gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te bieden. Hier moet je dus nu aandacht aan geven anders zijn de gevolgen niet meer te overzien. Daarnaast past milieueducatie bij een gemeente die zichzelf graag groen noemt en millenniumgemeente is. Ook dit moet je dus handhaven.

 

Volgens GroenLinks/PE kan worden bezuinigd op:

 

o     Grote projecten als Spoorzone en Veluwse poort,

o     Kenniscampus Zandlaan

o     Akoestiek raadszaal

o     Citymarketing

o     Hoeven (semi) gemeentelijke kantoren niet op A-locatie te staan.

o     Als je meer thuis werkt en flexplekken gebruikt kunnen hele kantoren in de verkoop.

o     Als NS station “Veenendaal - De Klomp” een regio functie en P&R station wordt kan auto parkeren bij Ede - Wageningen worden ontmoedigd door ervoor te laten betalen. Er is genoeg OV naar het station toe.

o     In plaats van de grond voor sociale woningen duurder te maken zoals nu wordt gedaan, maak je de grond voor ‘niet-sociale’ woningen duurder

o     Verkoop/verhuur snippergroen langs huizen. Onderhoud is duur en dit kan net zo goed door de bewoners zelf gedaan worden,

o      Vervang meer verkeerslichten door rotonden: die vragen geen stroom en onderhoud en hoeven niet vervangen te worden. De rotondes kunnen vervolgens worden verhuurd aan bedrijven.

 

Er moet werk worden gemaakt van een cultuuromslag. Inwoners, verenigingen en bedrijven kunnen meer worden betrokken bij de bezuinigingen. Nu is het vaak eenrichtingsverkeer en worden de bezuinigingen opgelegd. Vraag ook wat van inwoners en verenigingen en beloon activiteiten als:

o     het exploiteren van buurtvoorzieningen,

o     het beheer van de omgeving en

o     het onderhoud van het groen en de accommodaties.

 

Inwoners en verenigingen hebben veel expertise in huis die ze graag willen en kunnen inzetten. Mobiliseer die kennis. Daarmee voorkom je verschraling van de buurt.

    



Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Fractievergadering en Werkbezoek De Buitenplaats Eelde

Vanavond was het tijd voor een bezoek aan Noord-Drenthe, te weten Eelde. Dat is voor de meeste Nederlanders bekend dankzij het vliegveld Groningen Airport Eelde, maar er is natuurlijk nog meer te beleven! Zo hadden wij het “geluk” tijdens het bloemencorso een bezoek aan het dorp te brengen, waardoor we in ieder geval de hele avond verzekerd waren van een portie herrie uit de feesttent.

Eerst tijdens de maaltijd bij Pizzeria-Eetcafé De Rooie Kater een vergadering van de Statenfractie. Vanaf nu worden deze vergaderingen uitgebreid met Gabriëlle van Dinteren (lijsttrekker) en mij omdat wij na de verkiezingen deel uit gaan maken van de fractie. De (steun)fractie bestaat uit een leuke club mensen, dus een prettige samenwerking zit er voor de toekomst wel in!

IMG 0250 300x225 Fractievergadering en Werkbezoek De Buitenplaats Eelde

In de museumtuin van De Buitenplaats

Vervolgens brachten we, samen met de GroenLinks-raadsfractie uit Tynaarlo, een werkbezoek aan museum De Buitenplaats, ook in Eelde. Hier kregen we een rondleiding van de vriendelijke en enthousiaste directeur Geert Pruiksma door de schitterende museumtuin en de tentoonstellingsruimte waar hedendaagse figuratieve kunst tentoon wordt gesteld. Rondom het bloemencorso uiteraard een tentoonstelling over… bloemen ;-)

dinsdag, 31 augustus 2010

Clementine Dancy

Clementine Dancy

Het vakcollege: halleluja!

In onderwijs, praktijkonderwijs, vakcollege, vakschool, vmbo.

Op Joost had ik naar aanleiding van mijn artikel over Laura Dekker een discussie over leerplicht en waarom kinderen eigenlijk uitvallen.

Mijn take on things is dat leerplicht een lapmiddel is; het zorgt ervoor dat er niet gekeken hoeft te worden naar de redenen achter de uitval. Als een kind niet naar school wil en je kunt het verplichten te gaan, hoef je geen moeite te doen om de oorzaak weg te nemen. Kortom, het is lekker makkelijk — maar niemand schiet er uiteindelijk wat mee op.

Nu las ik in het NRC Next een stukje over de terugkeer van het vakonderwijs, eindelijk! Fijn dat er weer aandacht komt voor mensen die een ander talent hebben dan dingen uit hun hoofd leren en voor mensen die gewoon liever niet de hele dag stil op een stoel zitten.

In mijn werk heb ik veel te maken gehad met jongeren die het niet naar hun zin hadden op school, die hun opleiding niet afmaakten of die wel naar school gingen, maar er eigenlijk weinig leerden omdat ze zich er gewoon niet voor inzetten. De meeste van hen hadden er moeite mee om vijf dagen per week stil te zitten en vonden het veel te theoretisch. Het is doodzonde dat jongeren gedwongen worden dingen te leren die ze niet willen – en eerlijkgezegd vaak niet nodig hebben -  maar niet leren wat ze willen doen. Ze leren hun sterke kanten niet ontdekken, de talenten die ze wel hebben worden niet ontwikkeld, ze voelen zich ongelukkig en ze raken hun zelfvertrouwen kwijt. Het kost ze veel tijd en hun omgeving veel moeite om die jongeren weer een beetje op het juiste pad te krijgen, terwijl het ook op een manier kan die voor iedereen veel aangenamer is.

Algemene ontwikkeling is mooi, maar wat hebben we liever: een ongelukkige puber die niet vooruit te branden is en voor eeuwig afknapt op onderwijs en dingen die ook leuk zouden kunnen zijn (zoals lezen), of iemand die met plezier leert en later heel mooi vakwerk kan afleveren? Ik weet het wel.


Gerben Kappert

Gerben Kappert

Last.fm

Laurent Fignon was een wielerheld

In 15 cyclosim wielerhelden, 84 in memoriam.

Fignon strijdlust Ik las het net op Twitter. Moest er mijn werk even voor onderbreken. Een van mijn wielerhelden is overleden. Niet onverwacht, iedere wielerliefhebber wist dat hij kanker had, maar desalniettemin is zijn dood toch een klap voor de wielersport.

Afgelopen zomer zagen we hem nog op het podium staan, samen met zijn oude rivaal Bernard Hinault. In een vlaag van gezond verstand had de Tourdirectie besloten om de prix de combativite (strijdlust) aan Laurent Fignon uit te reiken, in plaats van aan een van de renners die dag.

Strijdlust zat zeker in hem. Als wielrenner al, maar ook toen hij die verschrikkelijke ziekte kreeg. Het symbolische rode rugnummer was een mooi eerbetoon aan een groot renner. Franse televisiekijker konden afgelopen zomer voor het laatst zijn schorre stem horen als commentator tijdens de afgelopen Tour de France. Laurent Fignon mocht slechts 50 jaar oud worden.


L'Equipe vandaag.
Een interview in het AD eerder dit jaar.
Twitter staat vol met berichtjes over Fignon.

Mooi filmpje over de Tour van 1989:



Zelf schreef ik 7 jaar geleden al een stukje over Laurent Fignon, voor CycloSim. Vijf jaar geleden plaatste ik het ook op dit weblog. Omdat het te lang is om nog een keer helemaal opnieuw te plaatsen, laat ik het bij de link.

Laurent Fignon, een van mijn wielerhelden, is niet meer. De wereld is weer een stukje saaier geworden.

Fignon84

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Spiegelpaleis

Ik werk in het spiegelpaleis. Niet die ene op de kermis maar die andere. Gisteren heb ik m'n camera mee naar het werk genomen.

Spiegelpaleis

maandag, 30 augustus 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves Twitter DWARS

Pesten en mobbing komen ook voor op de academie

“Een professor is volgens een bekende definitie een man die een andere mening toegedaan is.”
“Ein Professor ist nach der bekannten Definition ein Mann der anderer Meinung ist.”
~ Eduard von Hartmann

Het hieronder geschreven stuk is, hoewel anders opgeschreven, gebaseerd op de problematiek zoals die geschetst wordt in het volgende artikel:

Mobbing: Workplace violence in the Academy
Auteurs: Jeanmarie Keim, J. Cynthia McDermott (2010)

Pesten en mobbing op universiteiten
Ook op veel universiteiten is mobbing en pesten tijdens werk of college gebruikelijker geworden. Hoewel veelvoorkomend, wordt er zelden over gediscussieerd en wordt het niet altijd gemeld. Het artikel focust op academici die hun werk niet verzaken, maar ten onrechte worden weggewerkt. Ook focust het op ideeën van hoe academici kunnen reageren in zo een situatie.

Gevolgen
De gevolgen van psychosociaal geweld kunnen verstrekkend zijn: stress, burnout, ontslag, PTSS, soms zelfmoord. Het probleem is al meermaals gedefinieerd en er is voor gepleit door onderzoekers het serieus te nemen. Het gaat hierbij om herhaald/structureel, ongewenst gedrag, dat nare effecten teweegbrengt bij de gedupeerde. Hierbij spelen roddel, vernedering, isolatie en intimidatie een rol. Mobbing wordt in het artikel gezien als het fenomeen waarbij een groep mensen is betrokken, terwijl het bij pesten om een enkele agressor gaat. De auteurs noemen het gedrag hoe dan ook ongepast en onprofessioneel. Het beschadigt onnodig carrières en levens.

Welke academici worden de dupe?
Vooral de academici wiens visies, handelen of interesses niet overeenkomen met de meerderheid van de afdeling of de universitaire administratie kunnen de dupe worden. Een universiteit hecht volgens mij ook veel aan imago, dat altijd zo hoogstaand mogelijk moet zijn en blijven voor de buitenwereld. De auteurs hebben het hierbij over de opinie van de minderheid of de ‘outlier’, en hoewel deze dan niet incorrect is, wordt deze gezien als bedreigend of intimiderend, en daarmee niet te tolereren voor de dader, in plaats van als een waardevolle bijdrage aan de omgeving van intellectuele vrijheid. Wat blijft er op die manier nog van die vrijheid over, of is deze slechts betrekkelijk en beschikbaar als de visie van de meerderheid?
Ook de academici met goede evaluaties en publicaties kunnen de dupe worden, als deze publicaties zogenaamd niet in de juiste tijdschriften staan. De dader kan zich bedreigd voelen door de kwalificaties, het aantal publicaties, en de competentie van het doelwit. Deze eigen zwakheid verbergen zij door het doelwit als zwakker te zien, als eenvoudig te onderwerpen persoon.
Het komt natuurlijk ook voor onder studenten. De overeenkomst met mobbing onder de afgestudeerde academici/onderzoekers is dat het doelwit vaak op een manier anders is, die niet acceptabel is voor de grotere groep. De paradox ligt erin, dat het gaat om redenen die doorgaans als onbelangrijk worden afgedaan, maar die in geval van mobbing bijna consequent een rol lijken te spelen.
Het zou dus heel goed kunnen, dat veel hoogbegaafden dit zullen ervaren, aangezien zij niet altijd door hun omgeving worden begrepen. Of inzichten hebben verworven die voor de rest van de afdeling nieuw zijn. Juist op de academie, een plaats waar veel intelligentia rondlopen! Lees hier meer over hoogbegaafden en problemen op het werk.

Getalletjes
De getallen in de verschillende onderzoeken lopen nogal uiteen, maar ze indiceren allemaal hoe belangrijk het is om de fenomenen mobbing en pesten te bestuderen.

  • Di Martino (2000): 53% werknemers United Kingdom zijn slachtoffer; en 78% getuigen; van de gepeste Finse werknemers heeft 40% bovengemiddelde stress, voelt 50% zich uitgeput, en heeft 30% zeer grote angst;
  • Dunn (2003): mobbing ratio van 15% in de EU; 33% werknemers in Spanje zijn slachtoffer; 38% in de zorgsector van de USA; mobbing/pesten duurt gemiddeld 16.5 maand per slachtoffer; 67% van gedupeerden is niet eerder misbruikt;
  • Schuster (1996): mobbing ratio 3.5 tot 5% in de EU;
  • Hubert (2001): in educatiesector geeft 54% onprettige situaties met collega’s aan, en 41.6% tussen collega’s en bazen, resp. 2e en 1e plaats van alle sectoren;
  • Einarsen (2000): werpt de vraag op of de angst en het gedrag van de slachtoffers al zo was voor het psychosociale geweld of dat dit een resultaat is (en waarschijnlijk zal het vooral het laatste zijn).

Fasen en omgevingsfactoren
De fasen in het mobbingproces worden naar Westhues (1998) beschreven:

  1. Het doelwit verliest aan status en wordt vermeden.
  2. Het doelwit krijgt al negatieve kritiek op kleine zaken of inconsequenties.
  3. Een kritiek incident vindt plaats en het probleem escaleert, wat eigenlijk een formele aanpak vereist.
  4. Het doelwit wordt ‘verhoord’ op de academie, en krijgt sancties.
  5. Het doelwit wordt geëlimineerd door ontslag, pensionering, stress-gerelateerde medische kwesties of zelfmoord.

Een omgeving die vatbaar is voor mobbing:

  • Het management negeert dergelijke problematiek of interpreteert het verkeerd;
  • Niet onderscheiden wordt mobbing van andere vormen van onrust;
  • Opgeven is het enige dat slachtoffers nog kunnen doen als oplossing van het waarschijnlijk eindeloze mobbing.

Dit kan in een complexe interactie van omgevingsfactoren, plaats- en persoonlijke factoren leiden tot pesten en mobbing.

Wat moet het doelwit doen, wat de universiteit?

  • Het doelwit moet een betrouwbaar persoon vinden om het mee te overleggen, zoals iemand die familiair is met de academie, maar wel buiten betreffende academie staat om objectiviteit te bevorderen. Verder moet het doelwit nagaan of er echt nog iemand is op de werkplek zelf die betrouwbaar is, maar dit moet zeer zorgvuldig gewogen worden. De vertrouweling moet strategieën nagaan en analyseren hoe deze kunnen helpen, waarbij de controle niet verloren moet worden.
  • De universiteit moet het probleem erkennen, vanwege het psychische leed en vanwege de kosten die ermee gemoeid zijn. Het probleem moet aangepakt worden en daarbij is kennis van zaken essentieel: hoe werknemers met elkaar om dienen te gaan. Ze moeten kennis hebben van mobbing en het universitaire beleid, maar er ook periodiek aan herinnerd worden. Er moet een anti-geweld beleid zijn met sterke verboden omtrent mobbing. Dan is het duidelijk wat er verwacht wordt, evenals dat consequenties voor degenen die zich aan mobbing schuldig maken duidelijk zijn.

Het volledige originele artikel ontvangen? Mail mobblogmail@yahoo.com


Clementine Dancy

Clementine Dancy

De nieuwe onderlaag

In actueel, onderwijs, onderwijs, alfabetisering, onwetendheid, kennis, dat zoeken we op, google, nieuwsgierigheid, en meer.

Naar aanleiding van het artikel “De nieuwe onderlaag kan geen bijsluiters lezen” van H.J.A. Hofland in NRC Next, 27 augustus 2010.

Volgens cijfers van het Max Goote Kenniscentrum hebben we nu anderhalf miljoen laaggeletterden, een half miljoen meer dan in 1996 – zo schrijft Hofland.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Hoe kan het dat we ondanks verplicht twaalf jaar voltijds onderwijs nog steeds mensen hebben die niet goed kunnen lezen? Een toestroom van allochtone laaggeletterden? Een miljoen van de laaggeletterden is autochtoon.

Ook in mijn omgeving merk ik het, een gebrek aan kennis en vaardigheden. Ik ben maar een paar jaar ouder dan de jongeren waar ik mee werk en ik voel me onderdeel van de laatste generatie die nog écht onderwijs heeft gehad. Het is eng om te merken dat veel van hen slecht kunnen spellen, rekenen en nooit iets lezen. En als ik zeg nooit, dan bedoel ik dat vrij letterlijk.

We hebben het over jongens en meisjes die aan het eind van hun opleiding zitten en over een jaar werk moeten gaan zoeken; waarvan ik nu al weet dat ze geen sollicitatiebrief kunnen schrijven, om het simpele feit dat ze (letterlijk) geen zin foutloos kunnen schrijven. We hebben het over meisjes die hun mbo-opleiding afsluiten met een werkstuk zonder hoofdletters of leestekens.

Ook over jongens die havo gedaan hebben en een hbo-opleiding afsluiten, die nog nooit gehoord hebben van Harry Mülisch, W.F. Hermans, Hella Haasse of Marga Minco. En als je denkt dat dat komt omdat die al wat ouder zijn, moet ik je teleurstellen: ook van bijvoorbeeld Giphart of Zwagerman hadden ze nog nooit gehoord.

Het is schrikbarend om te merken dat ze in paniek raken wanneer ze een simpele vraag in het Engels krijgen, bijvoorbeeld waar iets staat. Duits of Frans beheersen ze in het geheel niet.

Zelfs HBO- en universitaire opleidingen rennen hard achteruit in kwaliteit. Ik heb geluk gehad met een paar strenge docenten: zat er een spelfout in je werk, dan kreeg je het terug zonder beoordeling en mocht je het opnieuw doen. Maar met de overgang naar de Ba/Ma-structuur begon het gezanik al: de vakken die eerst niveau 2 of 3 hadden, kwamen opeens terug als vakken op M-niveau, met nagenoeg exact dezelfde inhoud die ik twee jaar eerder al had gehad.

Ik dacht eerst dat het aan slecht basisonderwijs lag – en daar zal een deel van het probleem best zitten. Als je les krijgt van iemand die zelf niet kan spellen, zul je een achterstand oplopen. Maar deze week zag ik ook een bericht op Onze Taal.nl – hierin staat dat basisscholieren in groep 8 de werkwoordspelling beter beheersen dan scholieren aan het eind van het voortgezet onderwijs.

Ik vraag me ook af of hetzelfde geldt voor rekenen. Ik was gezegend met een leraar wiskunde die ons het gebruik van de rekenmachine in 3 gymnasium verbood – voor sinus, cosinus en tangens kregen we tabellen. En grafische rekenmachines had je toen nog niet.

Het wordt de hoogste tijd om meer aan onderwijs te doen. Minder opzoeken op google, meer zelf schrijven, minder op de rekenmachine en meer zelf bedenken. We laten jongeren collectief in de steek, wanneer we er niets aan doen.

We moeten er meer geld in steken — op alle niveaus. Mijn faculteit kampte ook met een tekort en daardoor een personeelsstop, lokalen die niet brandveilig waren, tekort aan meubilair, computers en een bibliotheek die weinig recente boeken op de plank had. Dat leidt tot gebrekkig onderwijs door mensen die daar niet voor opgeleid zijn en tot studievertraging. Op middelbare scholen moet voorkomen worden dat docenten uitvallen (door bijvoorbeeld overspannenheid) en dat vakken in het geheel niet gegeven worden door een tekort aan docenten.

We moeten ouders ook aanspreken op hun verantwoordelijkheden – ieder uur dat scholieren het vak verzorging in de basisvorming krijgen, omdat ze thuis niet leren om een waslabel te lezen of iedere dag schoon ondergoed aan te trekken, gaat ten koste van tijd die besteed zou kunnen worden aan vakken die op school thuishoren.

En we moeten af van de verheerlijking van middelmaat. Iemand die kan spellen, is geen elitaire taalnazi, maar iemand met meer kans op een baan dan iemand die dat niet kan – CV’s met spelfouten gaan namelijk zo de papierversnipperaar in.

Als er geen verandering komt in de maatschappij en hoe we omgaan met kennis, dan vrees ik met H.J.A. Hofland mee voor de toename van onwetendheid.

http://www.weekvandealfabetisering.nl/


Wilbert Willems

Wilbert Willems

Breda ontwaakt uit zomerslaap



Er zijn natuurlijk nog steeds genoeg mensen die niet echt op vakantie kunnen gaan, maar het was echt wel stukken rustiger in Breda de afgelopen weken. Naast de bekende komkommerverhalen en relletjes en de onrust rond evenementen en de verkeersomleidingen, gebeurden er nauwelijks schokkende dingen. Deze week mocht ik grotendeels zelfs in mijn eentje Breda besturen maar de komende week staat er al weer heel wat op de (college-)agenda. Nu was er tijd om de vakantiepost en kranten allemaal weg te werken, een 100-jarige te feliciteren, RTL4- corifeëen Trinny en Susannah te verwelkomen in de beste binnenstad van Nederland en met de GroenLinks fractievoorzitter de verwachtingen voor het komende seizoen door te nemen. En het laatste Valkenbergconcert werd vervolgd met Corrie Konings in Tranen van Van Cooth.

Als loco-burgemeester kom je in aanraking met kwesties rond openbare orde en veiligheid die doorgaans ver van mijn eigen portefeuilles af liggen. Het is vooral een kwestie van goed communiceren met iedereen: met de politie, de brandweer, het kabinet, de GGZ, het veiligheidshuis, want iedereen is professioneel met zijn of haar werk bezig. En lang niet alles kun je terugvinden in de krant of op internet, zoals de in bewaringstelling van personen die een gevaar voor zichzelf of hun omgeving zijn. En alles wat er achter de schermen gebeurt om een evenement goed te laten verlopen of een voetbalwedstrijd is voor de meeste mensen volstrekt onzichtbaar. Behalve natuurlijk voor de (loco)burgemeester. Je moet er ook steeds ook bedacht zijn dat ondanks alle voorbereidingen en de goede organisatie en begeleiding er toch iets verkeerd kan gaan. Net als dat er zomaar een verkeersongeluk kan gebeuren, waarvan niet altijd duidelijk is wie ervoor verantwoordelijk is of waarom het juist daar op dat moment gebeurt. Maar de hulpdiensten worden wel geacht er onverwijld bij te zijn.

Mijn wekelijks blog-column is dus ook weer begonnen. Wie weet waar we het allemaal over zullen gaan hebben.

zondag, 29 augustus 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves Twitter DWARS

Keurmerk voor mobbing-vrij bedrijf?

Een statisch keurmerk voor een dynamisch bedrijf, goed voor het mooie plaatje naar buiten toe?
Bedrijven met zo een keurmerk zouden dan wel moeten bewijzen wat er met mobbingproblematiek wordt gedaan. Waarschijnlijk kan er misbruik van gemaakt worden, en wordt al het naar buiten gebrachte eerst goed gepolijst. Imagoschade is natuurlijk uit den boze voor een bedrijf als geheel. Er moet nog wel winst gemaakt worden.. Ik begrijp overigens heel goed de positieve intenties die een keurmerk heeft.
Misschien zijn sommige bedrijven op een bepaald moment daadwerkelijk mobbing-vrij, maar wat tien jaar later, wanneer de samenstelling van werknemers is veranderd? Een bedrijf is dynamisch, het werknemersbestand aan verandering onderhevig. Daarmee ook de exacte sociale verhoudingen.
Is definitief mobbing-vrij wel mogelijk? De kans is groot dat een bedrijf dat een keurmerk heeft ontvangen, daarna met de eer strijkt en vergeet waarvoor ze dat keurmerk ook al weer hadden gekregen. Beter is het misschien, om te streven naar preventieve maatregelen en een goede opvang indien het toch gebeurt. Maar al te vaak spelen P&O, vertrouwenspersoon en bedrijfsarts samen met de werkgever. Als die meespeelt in het geheel, kan de gepeste werknemer helemaal nergens in de organisatie terecht, daar hij niet serieus genomen wordt, en zeker niet wordt geloofd.
Preventieve maatregelen en goede opvang zijn vaak afwezig. De Arbowet voorziet amper in de naleving, een plan opstellen, een protocol is vaak al voldoende om te overtuigen dat er iets aan gebeurt. Maar vervolgens ligt dat ergens onderin een la.. om weer tevoorschijn gehaald te worden wanneer er iets moet worden aangetoond. ‘Nee, dat gebeurt niet in onze organisatie, wij doen er alles aan om…’ Niet zonder meer te geloven!
Bij ieder bedrijf kan iemand worden aangenomen, die manipulatief blijft en, of, psychopatische trekjes vertoont. Desondanks zal de berichtgeving naar buiten toe heel mooi zijn, product- of dienstgericht ook, en daarmee in dat geval mooier en anders dan wat zich intern afspeelt, achter de gesloten deuren.
Het plaatje van het bedrijf wordt dan echter wel vrijwel uitsluitend geschetst op grond van wat naar buiten is gebracht. Het plaatje voor hen die niet deel uitmaken van het bedrijf zelf. Bovendien wordt deze berichtgeving naar buiten verzorgd door directeur, andere hoge functionarissen of communicatiemedewerkers/afdeling die overleggen wat er dan wel naar buiten gebracht mag worden. Een groot bedrijf of een grote overheidsorganisatie heeft meestal een uitgebreide communicatie-afdeling. Interne misstanden doen flink af aan reputatie. Ondertussen gaan veel mensen op werk stukje bij beetje kapot omdat zij vernederd worden, maar dat is een taboe. Onverschrokken zal de onomstotelijke Reputatie als geheel voor die individuutjes gaan.. want wat is nou een individu in een systeem? En het is de meerderheid die telt!
Is dat altijd zo? Het zou een hoop kosten besparen als iedereen het naar zijn zin had op werk. Om maar in geld te denken, en niet in menselijkheid, want dat is uiteindelijk alleen maar hinderlijk; het is de winst die telt. Of is het toch iets dat in acht genomen moet worden? Beter van wel. Uiteindelijk is de opbrengst daardoor niet maximaal, er blijft werk liggen en zieke werknemers kosten veel geld, maar daar schiet zo een bedrijf dan totaal aan voorbij, evenals het psychische leed van deze mensen, dat nog veel te vaak heel simpel ontkend kan worden door de organisatie.

Een voorbeeldsituatie waarin het keurmerk niet werkt
Ik geef hieronder een voorbeeldsituatie (waargebeurd, wel ingekort, zonder namen), waarin zo een keurmerk, hier in de vorm van een award, voor een organisatie die zo goed aan werknemerswelzijn en arbeidsgeluk zou denken, helemaal niet werkt.
Het bedrijf profileert zich als een bedrijf dat heel veel geeft om goede arbeidsomstandigheden. Daar kreeg het bedrijf zelfs een award voor. De directeur gaf lezingen over hoe het er (psycho)sociaal aan toe ging in het bedrijf, opdat dit ten voorbeeld werd gesteld voor andere bedrijven. De directeur won enkele jaren eerder bovendien nog een prijs voor goed leiderschap. Waarom zou men (de buitenwereld, andere bedrijven) hem dan niet geloven?
Een werknemer was in diezelfde tijd bij dit bedrijf werkzaam: voordat het in fusie ging en tijdens. Weggewerkt door de nieuwe leidinggevende, die de werknemer eerst nog niet eens kende, maar toch alvast laster ging verspreiden. Deze nieuwe leidinggevende stond direct onder de directeur. De werknemer heeft eens een gesprek gevoerd met de directeur, maar die keer daarop, toen alles reeds ongeremd aan het escaleren was, hield deze meneer, award in zijn broekzak, de deur dicht. Dat is een toppunt van zeggen te luisteren naar werknemers, maar de daadwerkelijke omstandigheden binnen zijn bedrijf niet onder ogen willen zien. Nee, de directeur had betere dingen te doen en verwees de werknemer terug naar de nieuwe leidinggevende, de oorzaak van het leed!
Natuurlijk raakte ik geïnteresseerd in de volledige toestand van deze werknemer, maar ik heb wel gezocht naar wat er dan wel naar buiten werd gebracht door dit bedrijf. Handje schudden met bekende politici, prestigieuze awarduitreiking, lezingen, netjes ogende website, en tot overmaat van hypocrisie betrokken verantwoordelijken zelve in het bedrijfstijdschrift in een artikel over ‘goede arbeidsomstandigheden’, niet alleen fysiek, maar ook ingaande op psychosociale arbeidsbelasting. Nee hoor, ‘daarvan was geen sprake’.
Dat is het zieke van zo een situatie: het uitstekende acteerwerk en het mondjedicht bij negatieve geluiden houdt een goede image in stand, en wie durft dat nou in twijfel te trekken? Kunnen we dat als buitenstaanders klakkeloos voor waar aannemen, hoe goed het systeem van het bedrijf is, die ongelukkige individuen als aanstellers wegwuiven? Nee, dat niet. Maar als het wel waar is, dan kan de mobbingvrije realiteit met een nieuwe leidinggevende direct weg zijn.
In dit voorbeeld praat de directeur liever in mooie dan in werkelijke termen. Want hij, en dat weet hij, is door de reputatie, bekroond met award, de geloofwaardigste, ook aangezien hij P&O e.d. met zich mee heeft! De gedupeerde aan de andere kant heeft zich ziek gemeld en hoopt niet meer terug te moeten naar dit bedrijf waar gedupeerde ook nog eens is beschuldigd van niet meewerken aan re-integratie. Hoe kan dat ook, als je ziek bent geworden door alle toestanden, en vervolgens alleen hondenklusjes moet doen? De organisatie kan echter heus wel zonder inbreng van deze gedupeerde een keurmerk ontvangen!

Concurrentievoordeel of onduidelijke doelen
Dus, een keurmerk? Dan moet eerst duidelijk zijn wat het doel is. Mobbing-vrij zou het doel kunnen zijn. Maar dat werkt niet altijd, want er kan dus zo weer een manipulatieve pestkop aangenomen worden, die heus wel door de sollicitatie heen komt met die manipulatie, of die pesten als iets ziet dat de gedupeerde maar zelf heeft uitgelokt en er daarmee heel andere principes op nahoudt. Mobbing-vrij is dan ook niet altijd zo een realistisch doel. Beter is een beloning voor uitgebreide, ook daadwerkelijk gehanteerde preventiemaatregelen en een goede afhandeling mocht het toch nog misgaan. De organen die hier zouden moeten ingrijpen, zijn echter meestal veel te afhankelijk en daarmee niet meer neutraal, en durven niet samen maatregelen te nemen, mede uit angst voor eigen baanverlies. Bovendien is er geen garantie op periodieke controle door externen van naleving van de eisen van het keurmerk.
Zo komt een gedupeerde alleen te staan – en dat kan aldus zelfs in een bedrijf dat een keurmerk of award heeft voor het beleid van werknemerswelzijn, dat daarmee volledig voorbijgaat aan oorspronkelijk doel. De eer, het concurrentievoordeel, is echter reeds binnen, maar dat is vaak het belangrijkst. Zo lang dat het geval is, en zo lang het doel niet duidelijk of realistisch is: geen keurmerken!

Een voorbeeld van een keurmerk
Dit internationaal erkende keurmerk stelt duidelijke criteria, die gehaald moeten zijn voor de toebedeling. Ook wordt er een overzicht gegeven van voordelen van het hebben van het keurmerk. Hierbij zijn echter enkele veronderstellingen, vooral op sociaal vlak. De medewerkers zouden zich door zo een keurmerk meer bewust worden van hun gemeenschappelijke doelstellingen, en daarmee zouden ‘vanzelf’ ook werkplezier en goede arbeidsverhoudingen ontstaan, alsmede een afname van ziekteverzuim en personeelsverloop. Dit wordt geheel als een garantie gezien bij het keurmerk. Ook wordt duidelijk gemaakt hoe het keurmerk door het bedrijf verkregen kan worden. Er moet ‘bewijsmateriaal’ aangevoerd worden. Maar om het zicht niet te verliezen op de praktijk worden door de externe organisatie die het keurmerk al dan niet toebedeelt ook wat gesprekken gevoerd met een ‘representatieve’ groep medewerkers.
Mijn bezwaren/vragen die bij me opkomen:

  • Ik lees allereerst nergens hoe deze representatieve groep mensen geselecteerd wordt, wie voor deze selectie verantwoordelijk is, of hier ook inbreng van P&O of directie aan te pas komt of dat dit echt door de onafhankelijke organisatie gekozen wordt. En of er gehoor wordt gegeven aan één van de geselecteerde werknemers wanneer deze negatieve geluiden laat horen, en de andere geselecteerden niet.
  • Ten tweede betwijfel ik of er wel zo stellig geponeerd kan worden dat het keurmerk leidt tot meer werkplezier, betere arbeidsverhoudingen, minder ziekteverzuim en minder personeelsverloop, dan wel het permanente karakter daarvan over de tijd.
  • Verder lees ik helemaal niets over wat er gebeurt nadat het keurmerk nou eenmaal is toebedeeld. Over na-evaluaties, periodieke controles, feedback, wat toch wel erg belangrijk is. Wel zie ik in een figuur dat het toebedelingsproces schematisch weergeeft het woord evaluatie staan, maar ik vraag me af of dit uitsluitend tijdens het toebedelingsproces plaatsvindt, en niet na toebedeling van het keurmerk.


zaterdag, 28 augustus 2010

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Ooievaar

Voordat ik naar het werk moet lees ik m'n mail, bekijk wat weblogs, pruts wat met foto's. Plotseling zie ik buiten een grote vogel, zwart/wit voorbij vliegen. Gauw de camera gepakt om eens te kijken of ik hem kan 'pakken'.

Het blijkt een ooievaar. Hij geeft een complete vliegshow voor me. De meeuwen proberen hem te verjagen en uiteindelijk lukt dat ook. Maar dan heb ik de vliegshow al vastgelegd. Natuurlijk geen tijd voor wisselen van de lens. Met een tele was het allemaal nog mooier geweest. Maar een mens kan niet alles hebben.

Ooievaar

De andere foto's van dit prachtige beest staan op Adrianas eyes.

donderdag, 26 augustus 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Komkommer- en Kweltijd

(c) Nao Cha, Flickr 2004 komkommer De derde week van augustus. Hoewel de zomer ook qua weer op zijn laatste benen loopt, is de uitgesproken landerigheid van deze reces- en vakantiemaand verre van uitgewerkt. Niet alleen uit de Haagse kaasstolp komt nauwelijks nieuws, ook op televisie zie je vooral herhalingen. Kortom het is nog steeds komkommertijd. In de krant en in de actualiteitenrubrieken worden, bij gebrek aan hard nieuws, de markantste komkommers dus nog maar eens glimmend gepoetst en op hun allervoordeeligst uitgestald. Maar hoezo komkommers? Historisch gezien lag de rest van de maatschappij in de zomer weliswaar amechtig op zijn gat, maar voor de komkommerkwekers was dit van oudsher de drukste tijd. In de periode vóór de glastuinbouw wel te verstaan. Bij gebrek aan echte berichten was de kolossale komkommer van teler Bertus Bolderbast natuurlijk een niet te versmaden nieuwtje.

Of deze verklaring nu een voorbeeld is van creatieve volksetymologie of niet: in het Nederlands wordt de term komkommertijd al gebezigd sinds de 19e eeuw, onder meer door Multatuli. De oorsprong is evenwel onduidelijk. Cucumber time (ook wel taylor's holiday), afkomstig uit Britse kleermakerskringen, zou aan de basis hebben gelegen van deze benaming: Taylers Holiday, when they have leave to Play, and Cucumbers are in Season

Ook kleermakers hadden in de zomer minder werk wanneer de Engelse adel en masse vertrok naar hun buitenhuizen. Problematisch aan deze verklaring is dat cucumber time in het Engels nooit wortel heeft geschoten en vandaag de dag niemand deze term nog gebruikt. In de meeste Germaanse talen echter komen we wel allerlei varanten van de de komkommer tegen. Zo spreken Duitsers over de Sauregurkenzeit (zurebommentijd), de Denen over agurketid en de Noren over agurknytt (komkommernieuws).

Pickled Frog De augurk is inderdaad verwant aan de komkommer, maar wel een ander ras. In menige taal wordt een woord dat lijkt op augurk juist gebruikt voor onze hollandsche komkommer. De Duitse Gurke, Zweedse gurka en de Deense en Noorse agurk zijn namelijk komkommers. In het Duits noemt men een augurk een Gewürzgurken. De Engelse naam is gherkin, waarschijnlijk een leenwoord uit het Nederlands. Maar dit is natuurliijk allemaal oud nieuws, terug naar het komkommernieuws.

In het Engels gebruikt men voor de schaarste aan echt nieuws ook wel de benaming Silly Season. Fransen, Duitsers en Zweden benadrukken ook het gebrek aan nieuws wanneer ze respectievelijk spreken over la morte-saison, Sommerloch of nyhetstorka ('nieuwsdroogte'). De Spanjaarden hebben dan weer een hele andere associatie, en spreken van serpiente de verano, ofwel de zomerslang. Nieuws dus in de vorm van een ontsnapte slang. Of toch een verwijzing naar de elke zomer opnieuw opduikende Schotse zeeslang Nessie? Dat fenomeen kennen wij trouwens ook in Nederland: in de zomer van 2005 was er een enorme hype rond de zogenaamde Veluwepoema.

In Canada en de Verenigde Staten zijn het geen augurken, zure bommen of komkommers die aankondigen dat de jaarlijkse zomergezapigheid zijn hoogtepunt nadert. Daar spreekt men van big gooseberry season, ofwel de kruisbessentijd. Laat die waterachtige komkommers voor wat ze zijn en trek eropuit met je mandje! Lekker kruisbessen plukken, bijvoorbeeld op Big Gooseberry Island, voor de kust van Nova Scotia.

Heb je zelf nog een leuke nominatie voor de komkommer van de zomer van 2010, drop dan even een reactie!

Mirik Smit

Mirik Smit

Hyves Twitter

Kennismakingsbijeenkomst nieuwe Werkgroep GroenLinks Exact

Uitnodiging voor de kennismakingsbijeenkomst van de nieuwe Werkgroep GroenLinks Exact op 29 september 2010, met als speciaal thema: “Exacte analyse van de verkiezingsuitslag”.

lees verder

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves Twitter DWARS

Pesten of ‘kantoorhumor’ in een bedrijfscultuur?

Pesten en snauwen zijn vaak normaal in een bedrijfscultuur met weinig, geen of verkeerde, onterecht negatieve feedback, aldus journalist en opiniemaker Steven de Jong. Deze is tot stand gebracht door het onvermogen om tactvol met elkaar te communiceren, soms mede door angst voor gezagsverlies. Verzoeken en commanderen zijn bovendien niet hetzelfde. Ook andere vormen van pesten worden voor een groot deel door tactloze communicatie bepaald. Volgens het tv-programma Zembla is Nederland een pestland, zich baserende op een TNO-onderzoek. Pesten op werk is daarbij vaak subtieler dan op school; het is een vak apart. Hierdoor is het moeilijk te achterhalen of er wel van pesten sprake is. Het is een fenomeen dat plaatsvindt achter gesloten deuren. Wie spreekt dan de waarheid voor de buitenstaander, en wat zijn de principes van diegene zelf dan, waarop hij oordeelt? Extra complicerend is het vaak betrokken zijn van de leidinggevende bij het pesten. De werkgever moet moet het volgens de Arbowet (2007) juist bestrijden door actief beleid te voeren. De wet is echter zo soepeltjes dat er meer sprake lijkt van een regelgeving, een richtlijn. Hier kan de leidinggevende, indien deze een pester is, mee spelen, ook door zichzelf vrij te pleiten van schuld en anderen, soms de slachtoffers, juist als oorzaken aan te wijzen. Ook wordt het vaak afgedaan als ‘kantoorhumor’, die echter vaak ten koste gaat van het welzijn van een of meerdere werknemers, die dan niet als volwaardig mens behandeld worden. Volgens Mobblog is het nogal kort door de bocht en onterecht om de klachten die werknemers kunnen ondervinden teniet de doen onder het mom van kantoorhumor. Zo een situatie is voor sommigen ongezond, waarvan enkele egoïsten op de korte termijn profiteren, en dan schort het aan algehele communicatie en feedback.

~

Zembla: Pesten op het werk
“Je moet wel tegen een geintje kunnen”, krijgen mensen die gepest worden vaak te horen. Maar het is al lang geen geintje meer als iemand langere tijd slachtoffer is van pesterijen op het werk, wordt buitengesloten of geïntimideerd. Daar kan iemand letterlijk ziek van worden. Meer dan honderdduizend mensen in ons land zijn jaarlijks het doelwit van pesterijen.

~

Pesten en snauwen vaak onderdeel van bedrijfscultuur
Auteur: Steven de Jong
Bron: Steven de Jong, journalist en opiniemaker

Monique De Knop, hoofd van het ministerie van Binnenlandse Zaken in België, is door haar ondergeschikte, Christine Breyne, beschuldigd van pesten. Een veelvoorkomend probleem, zo blijkt ook uit Nederlands onderzoek.

‘Nederland is een pestland’, concludeerde het tv-programma Zembla vorige maand op basis van TNO-onderzoek. In de praktijk blijkt pesten een uitwas van een dieperliggend probleem: werknemers willen graag tactvol met elkaar omgaan, maar weten niet hoe. “Feedback op de werkvloer is geen gemeengoed.”
Opvallend is de wijze waarop pestgedrag zich op de werkvloer manifesteert. Er wordt niet met etuis gegooid zoals in een schoolklas. Nee, pesten op de werkvloer is een vak apart. In Zembla vertelde een ambtenaar dat ze op een vergadering met de mond vol tanden stond omdat collega’s expres stukken achterhielden. Een rechercheur klaagde dat ze geen wapenkluis kreeg en dat een collega weigerde met haar op surveillance te gaan.
Maar het wordt voor de slachtoffers past echt vervelend als ze het gevoel krijgen ‘weggepest’ te worden. Met negatieve evaluaties bijvoorbeeld, zoals de Belgische directeur-generaal Christine Breyne beweert. Haar collega’s, die vinden dat ze prima functioneert, kwalificeren haar degradatie van Civiele Veiligheid naar Rampenschade als een “verbanning”. Hen werd zelfs verboden waardig afscheid te nemen. “We waren rondgegaan met een envelop om een bos bloemen te kopen om haar te bedanken”, zei één van hen tegen het Nieuwsblad. “Maar toen dat plan bekend raakte, werd het ons verboden om die bloemen op de receptie te overhandigen. Opdracht van Monique De Knop, werd erbij gezegd.” De voorzitster van het directiecomité, zoals De Knops functie officieel heet, ontkent de beschuldigingen. “Ik heb nooit in mijn leven iemand gepest. En ik houd mij ook niet bezig met afrekeningen. Een goed manager doet zoiets niet, want het is zinloos.”
Het is dus moeilijk te achterhalen of er daadwerkelijk van pesten sprake is. Toch geven 650.000 werknemers in Nederland aan dat zij wel eens gepest zijn door collega’s. Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (februari 2009) van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is een tiende van de totale beroepsbevolking. In de helft van de gevallen zou de leidinggevende betrokken zijn bij het pesten, terwijl die het – bij wet – juist moet bestrijden.

Intimiderende werkomgeving
Sinds het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2000 becijferde dat 23 procent van de werknemers wel eens slachtoffer is geweest, staat pesten ook op de Haagse agenda. Onder pesten verstaat het ministerie onder andere: vervelende opmerkingen maken, beledigen, schelden, sociaal isoleren en openlijk terechtwijzen. In 2004 antwoordde toenmalig staatssecretaris Rutte op Kamervragen van de PvdA dat structureel gepest worden ingrijpender is dan seksuele intimidatie of agressie. Op grond van de Arbowet 2007 is de werkgever zelfs verplicht een actief beleid te voeren tegen een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving.

Kantoorhumor
Dat klinkt allemaal heel ernstig. Maar de andere kant van de medaille heet kantoorhumor. In de jaren negentig in beeld gebracht door het Jiskefet-duo Edgar en Jos in de serie Debiteuren Crediteuren. De grappenmakers hebben Juffrouw Jannie nodig om hun saaie kantoorbestaan nog een beetje draaglijk te houden. Illustrerend is deze sketch: als de zwaarlijvige secretaresse op 5 december met cadeautjes en gedichten aan komt zetten weten de kantoorklerken zich geen houding te geven. Juffrouw Jannie is immers geen mens, maar het mikpunt van spot. Ze is sociaal geïsoleerd.
De gelijkenis met het pestslachtoffer dat Zembla portretteerde, een vrouwelijke gemeenteambtenaar, is treffend. Toen zij op kantoor trakteerde kreeg ze van een collega te horen dat ze dat voortaan maar moest laten omdat het verplichtingen zou scheppen. Pijnlijk, natuurlijk. In de uitzending kwam ook meneer Van der Noordt, directeur van een middelgroot bedrijf, aan het woord. Werknemers hadden een klacht tegen hem ingediend omdat er op kantoor seksueel getinte grappen per e-mail werden rondgestuurd. Van der Noordt liet blijken dat dit soort grappen moeten kunnen. Er moet ook wat te lachen zijn. Humor als onderdeel van de bedrijfscultuur, waar enkele collega’s voor opgeofferd moeten worden. Het onderwerp van de spot kan niet altijd mee lachen.

Goede sfeer belangrijker dan fysieke arbeidomstandigheden
Dat Nederlandse werknemers horken zouden zijn is echter moeilijk te rijmen met de Jobmeter 2009, het jaarlijkse onderzoek naar arbeidsvreugde van bureau Ausems en Kerkvliet. Uit die enquête, gehouden onder 1400 respondenten, blijkt dat werknemers juist zeer hechten aan een goede sfeer op de werkvloer. Dat vinden ze zelfs belangrijker dan fysieke omstandigheden, zoals meubilair, hardware, geluid of binnenklimaat. Als ergernissen vinkten ze in groten getale oncollegiaal gedrag aan, zoals pesten, klikken, roddelen, openlijke terechtwijzingen en ongelijke behandeling.

Feedback organiseren
Pesters hebben volgens TNO vaak narcistische trekken, zijn op macht uit en kunnen zich slecht verplaatsen in de mensen die ze iets aandoen. Dit verklaart waarschijnlijk de oververtegenwoordiging van managers onder de pesters. Ondergeschikten, daarentegen, kijken over het algemeen wel uit. Zelfs opbouwende kritiek houden zij meestal voor zich, zo blijkt uit een in 2007 gehouden onderzoek van HR-specialist Cubiks. Meer dan de helft van de respondenten gelooft dat ‘eerlijk zijn’ slecht is voor de carrière. “Feedback op de werkvloer is geen gemeengoed”, zei Cubiks-directeur Reinder van der Schaaf op de website HRpraktijk.nl. In zijn rapport geeft zijn instituut ook daar een verklaring voor: 60 procent neemt het ontvangen van negatieve kritiek niet in dank af. Cubiks adviseert daarom feedback te organiseren, bijvoorbeeld in speciale bijeenkomsten. Maar de helft van de Nederlandse managers besteedt slechts een tiende van de tijd aan people management, constateert het bureau.

Bang maken
Pesten is zogezegd de uitwas van een dieperliggend probleem, namelijk het onvermogen om tactvol met elkaar te communiceren. Pieter Langedijk, psycholoog en auteur van het boek Kritiek geven, op kritiek reageren (Ankh-Hermes, 2008) herkent de bevinding van Cubiks. “Laatst hoorde ik van een vrouw dat ze de indruk heeft dat chefs van een afdeling chef worden, niet omdat ze zo tactisch zijn, maar omdat ze het fijn vinden om te zien dat iemand bang van ze wordt. Dat mensen afhankelijk van hen zijn. Voor hun positie, voor hun baan.”

Wijzen op consequenties
Met een voorbeeld geeft hij aan hoe belangrijk people management is. “Ik heb een jongen behandeld die in een fabriek werkt. Zijn oude machine produceerde acht meter gordijnstof per minuut, de nieuwe twaalf en de laatste wel vierentwintig meter per minuut.” Er waren al twee werknemers overspannen geworden omdat ze het tempo niet bij konden houden, vertelt Langedijk. De overgebleven werknemers bekten zijn cliënt af. “Doe eens wat vlugger”, zeiden ze de hele tijd. Langedijk adviseerde zijn cliënt de collega’s op de consequenties te wijzen, het effect van hun gedrag. “Bijvoorbeeld door te zeggen: we kunnen met z’n allen nog harder werken, maar als ik ook in de ziektewet kom moeten jullie nóg harder werken.”

Resoneren
Jan van Koert, trainer in ‘geweldloos communiceren’, moet niets hebben van het begrip ‘kritiek’. Het is volgens hem de kunst woorden te horen zonder die meteen op jezelf te betrekken. “Mijn bedoeling is om alleen de woorden van de ander te verbinden met datgene wat diegene had willen krijgen.” In zijn beleving resoneren mensen die gevoelig zijn voor kritiek vaak mee met de gevoelens of emoties van de collega die de kritiek geeft. Niet doen, adviseert Van Koert. “Denk: het gaat niet over mij, maar over de niet ingevulde behoefte van de ander.” Managers die hun ondergeschikten koeioneren zijn volgens hem bang voor gezagsverlies. “Maar als die angst er is, is er waarschijnlijk al geen gezag meer.”

Verzoeken en commanderen
Er is een verschil tussen verzoeken en commanderen, legt Langedijk uit. “Je kunt iets op een vrij rustige manier zeggen en toch laten blijken dat je het écht meent. Zonder dat je erbij schreeuwt of de ander boos aankijkt. Zonder grove woorden.” Dat is volgens de psycholoog het verschil tussen een manager die kracht uitstraalt en een manager die macht uitstraalt. En daar kan meneer Storms, ex-commando en de baas van de pestkoppen Edgar en Jos in Debiteuren Crediteuren, nog wat van leren.


Alicia Jennifer

Alicia Jennifer

Hyves Twitter

Blood, sweat and takeaways

Vorige week donderdag kwam ik tijdens het zappen langs de serie Blood, sweat and takeaways, uitgezonden door Llink. Het zag er veelbelovend uit en ik heb geen spijt dat ik gekeken heb.

Zes Britten worden naar de andere kant van de wereld gestuurd om daar te werken in de voedselverwerkende industrie. In plaats van thuis kant-en-klaarmaaltijden te eten, zouden ze nu ervaren hoe het is om de ingrediënten voor die maaltijden te maken.

Deze aflevering was de derde al, de eerdere twee heb ik helaas gemist en ze zijn niet online terug te kijken. In deze aflevering moesten ze werken op de rijstvelden in Thailand – en ook wonen in een echte Thaise woning en genoeg geld verdienen om met zes personen van te leven. Het viel ze erg zwaar, na een halve dag hadden ze pas een kwart van het werk af. De eigenaar van het rijstveld moest extra arbeiders inhuren om de taak af te krijgen en betaalde vervolgens maar de helft uit, waardoor ze niet genoeg te eten hadden.

Priceless waren de beelden van Manos, de gefrituurde kip-junk die opeens geen honger meer heeft als Josh een levende kip vangt en wil doden. Manos zegt vervolgens dat het zo confronterend is, omdat hij nog nooit een kip met hoofd, vleugels en poten eraan heeft gezien. (!)

Helaas zijn de afleveringen online niet te zien en is er geen DVD van. Erg jammer, maar vanavond is er in ieder geval de vierde aflevering te zien.

Kijken dus, op Nederland 2 bij Llink!

Voor een voorproefje kun je hier vast kijken.


maandag, 16 augustus 2010

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Taal

In gemuts, kronkel.
Wat is er toch mis met het onderwijs ? Ik kan mij dagelijks verbazen over de slechte beheersing van onze taal door jonge mensen.

Wie weet er eigenlijk nog wèl dat het "mijn broertje" of "m'n broertje" is in plaats van 'me broertje' ?

En ik heb het niet over mensen die op latere leeftijd pas naar Nederland zijn gekomen maar mensen die hier geboren zijn en hier dus minstens een jaar of 10 - 12 op school hebben gezeten. Wat hebben die onderwijzers en leraren die kinderen eigenlijk geleerd ? Hoe hebben ze het werk van die kinderen nagekeken ?

Ik kan me voorstellen dat hun ouders (als die niet hier geboren zijn) ze niet hebben kunnen verbeteren maar voor een leraar of onderwijzer geldt dat toch niet ? Een 'd' of een 't' op de verkeerde plek is geen ramp, dat kun je immers vaak niet horen, maar vergissingen zoals hierboven ? Daar kan ik met mijn pet niet bij.

Ik vind het Nederlands een prachtige taal. En een kunst om er goed mee om te gaan.

Photobucket

Aantal berichten op deze pagina: 26. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 571 uur (23,8 dagen). Berichtgemiddelde: 1,1 bericht per dag, 7,6 per week.

Pagina: 1