‘Hervormen’, ‘ombuigen’ of ‘bezuinigen’. Hoe je het ook wilt noemen, de komende jaren gaat de overheid met de hand op de knip. Over de oorzaak van de de tekorten wordt nog druk gediscussieerd, maar dat ze er zijn valt niet te ontkennen. Ook in de ons omringende landen is de bezuinigingswoede toegeslagen. Griekenland en Spanje zijn daar door de financiële markten toe gedwongen, maar ook Duitsland en zelfs Frankrijk bezinnnen zich. En wie denkt dat de Nederlandse hervormingen draconisch zijn, moet even over het Kanaal kijken. De Britten zijn van plan ongeveer een kwart van hun overheidsbudget te korten. Een Britse denktank kwam zelfs met de ongenadige boodschap dat om het pensioenstelsel te redden, de Britten over een aantal jaren tot hun 72 door zullen moeten werken.
Ook voor de crisis hadden veel landen hun huishoudboekjes al niet op orde. De afspraak binnen de EU om de schuldenlast en financieringstekorten onder bepaalde grenzen te houden lijkt door praktisch geen enkel land nageleefd. De enorme schuld van de V.S. bij China is bekend, maar ook Japan gaat gebukt onder een staatsschuld van praktisch tweemaal het jaarlijkse BBP. Overheidsschulden, in de vorige eeuw nog het probleem van ontwikkelingslanden, lijken nu het hele Westen in hun greep te houden.
Deze rode draad door alle Westerse overheidsfinanciën is zo opvallend, dat ik me afvroeg of het niet bijna een automatisch gevolg is van een het zijn van een ontwikkelde democratie. Vandaar het volgende, enigszins cynische, gedachtenexperiment:
We definiëren twee soorten mensen, politici en burgers. Politici hebben als eigenschap dat ze macht willen verkrijgen of behouden. Hiervoor hebben ze stemmen van burgers nodig.
Burgers vinden twee dingen belangrijk. Ze willen een zo groot mogelijk beschikbaar inkomen houden en ze zien graag dat de overheid geld besteedt aan zaken die zij belangrijk vinden. Ze geven hun stem aan de politicus die de voor hen beste verdeling van het beschikbare overheidsgeld voorstelt.
Wil een politicus aan de macht komen, dan moet hij zoveel mogelijk burgers het minimale te geven wat nodig is om hun stem te winnen. Omdat er meerdere politici zijn, moeten ze om de stem van de burger strijden. Dit kan door de een specifieke kiezer net iets meer inkomen te beloven dan de tegenstander, of de overheidsuitgaven meer in lijn te brengen met de voorkeuren van de kiezer. De politicus die de meeste burgers tevreden kan maken, wint.
Dit beeld is natuurlijk enorm simpel en gaat uit van bijzonder populistische politici en burgers die alleen maar aan hun eigen portomonnee kunnen denken. Toch zijn er twee gevolgen van dit model* die ook in de echte wereld te ontwaren zijn.
Allereerst dat het loont om een grote groep kiezers af te kopen als dit kan door een kleine groep veel meer te laten betalen. Met een wat goede wil zien we hier het progressieve belastingstelsel opdoemen. Er zijn immers weinig puissant rijken, maar relatief veel normale arbeiders. Wanneer elke stem even zwaar telt, is het voordelig om geld over te hevelen van rijk naar arm. Historisch gezien is dit ook wat er is gebeurd naarmate de arbeidersklassen stemrecht kregen.
Een tweede gevolg is dat de schuldenlast van een land gestaag zal toenemen. Een politicus wint immers meer stemmen door veel uit te geven, niet met zuinigheid. Het is dus op korte termijn aantrekkelijk om meer geld uit te geven dan er beschikbaar is, als dit meer kiezers oplevert. Dat dit op lange termijn ongunstig is, is voor de politicus geen probleem, aangezien hij dan niet langer verantwoordelijk is.
Gelukkig zijn niet alle politici populistisch en zijn de kiezers hopelijk slim genoeg om in te zien dat altijd maar lenen onverstandig is. Toch is het aannemelijk dat kiezers stemmen op politici die henzelf en hun belangen meer geld beloven dan anderen, ook als daarmee de financiële gezondheid van het land op het spel wordt gezet. We zijn ons meer bewust van de voordelen nu, dan van de nadelen over twintig jaar. Totdat op een gegeven moment de koek op is en er op de rem getrapt moet worden.
Als een democratie inderdaad neigt naar overbesteding vanwege een gebrek aan financiële zelfbeheersing, hoe kunnen we dan in de toekomst tekorten voorkomen? Eén optie is de afspraken op Europees niveau te verstevigen, zodat landen die hun tekort te ver laten oplopen daadwerkelijk op de vingers getikt worden. Dat dit moeilijk wordt is duidelijk. Fiscaal beleid, met name lenen, is historisch gezien een belangrijk voorrecht van de souvereine staat. Helaas staat de geschiedenis ook vol van voorbeelden hoe dit verkeerd is afgelopen. Tenzij we toekomstige generaties voor dezelfde problemen willen stellen, wordt het nodig dat we leren de verleiding van het makkelijke geld te weerstaan.
*Het is losjes geïnspireerd op een aanzienlijk uitgebreider en complexer model uiteengezet in het boek ‘The Logic of Political Survival’.
Filed under:
Nederlands,
Politics