woensdag, 1 september 2010

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves

Peakoil: hoe kook je een kikker

In doem, economie, energie, fossiele brandstoffen, grenzen aan de groei, olie, peakoil, toekomst, water.

Als je mensen niet vertelt wat peakoil is en wat het betekent voor de toekomst, dan blijven ze rustig: net zo rustig als een kikker in een pan water op het fornuis.

Deel 1 van de cursus: Hoe kook je een kikker – what is peakoil?
(helaas in het Engels en niet ondertiteld)

Deel 2: The bigger picture

Deel 3: EROEI

Deel 4: Het rouwproces als je beseft wat peakoil betekent

Lees meer op Howtoboilafrog.com

Dat was de complottheorie over peakoil.
Weer eens wat anders dan de complotten van Al Qaeda.


zondag, 29 augustus 2010

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter

Hoe een klein taal misverstand kan leiden tot prachtige plannen

In belangrijk, bezuinigingen, blog, blogs, camping, column, energie, gezin, gratis, en meer.
Van mijn laatste vakantie op ThyEnCamp had ik werkelijk genoten, diverse blogs hierover zullen nog gaan volgen. Tegen verwachting in door slordigheid van mijzelf was ik ook dit jaar beloond met een paar dagen zo goed als gratis vakantie.

De ideologie van ThyEnCamp stond en sta ik volledig achter, op ThyEnCamp had ik tevens iemand ontmoet die in Zwolle een soort gelijk iets aan het opzetten is, en ff gluurt bij de buren om van elkaar te leren.

Zelf ben ik een personage die Groene Energie heel belangrijk vind, daarnaast mijn eigen ook graag inzet voor de minima, WAJONGERS, allochtonen, jeugd en gezin en ratel zo maar even door. Vanaf eind 2005 dat ik actief betrokken raakte binnen GroenLinks kon ik nooit al die thema’s allemaal oppakken.. Een paar jaar ervoor greep ik naar Huurders belangen en per 2005 naar het netwerk Chronisch zieken en gehandicapten van GroenLinks. Kort daarop volgde GroenLinks Hoogeveen en CNV(J) WAJONG werkt.

Betreffende thema’s bleven mij aanspreken en ben tussen de regels door op oproep ook meer gedaan met Energie. Had mij voor genomen om een column te gaan schrijven op www.regiohoogeveen.nl omdat je daar veel lezers treft en ThyEnCamp hierin ook benoemen.

Binnen www.regiohoogeveen.nl moet een ingezonden column natuurlijk wel over Hoogeveen gaan of betrekking hebben met Hoogeveen. Daarvoor had ik de camping beheerder van ThyEnCamp benaderd en deze heeft mij netjes een paar stapjes op weg geholpen.

Nu ik intussen zo diep in die stof zit wil ik zeker een soort gelijk plan opzetten.

Als politiek toeschouwer wordt er binnen diverse gemeentes geklaagd over begrotings tekorten, maar bijvoorbeeld wordt wel het gemeentehuis dag en nacht verlicht. Dat is toch vreemd eigenlijk, hetzelfde geld voor sociale werkvoorziening die extra geld nodig hebben (daarover ga ik nog een aparte blog schrijven aangezien de komende bezuinigingen die ik nu al af keur met rekensom erbij omtrent het hoe en waarom, men dient te investeren in de toekomst en dat zie ik helaas niet gebeuren met huidige plannen)

Een soort gelijk idee als ThyEnCamp ook binnen Hoogeveen opzetten is intussen een leuke uitdaging geworden op mijn adres en zal het ook zeker goed gaan uitwerken op papier met daarbij concrete mogelijkheden hiervoor binnen Hoogeveen.

vrijdag, 27 augustus 2010

John Jorna

John Jorna

De provincie Utrecht manipuleert

In column van de week, bezwaren, fietsstad, gemeente, landschap, mogelijkheid, openbaar vervoer, provincie, rekening, en meer.

INTEGRITEIT VER TE ZOEKEN

De provincie Utrecht heeft een volgende stap gezet naar de realisatie van een derde aansluiting van Houten naar het rijkswegennet. De “Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de Milieueffectrapportage”, verzorgd door de Grontmij is opnieuw een staaltje van manipulatie. De notitie geeft aanwijzingen voor de MER en laat nu al zien, dat er weer naar het Rijsbruggerwegtracé toe wordt geschreven. De Grontmij was al berucht door een eerder rapport, waarbij het Mereveldsewegtracé in strijd met de waarheid zo negatief werd voorgesteld, dat het als niet kansrijk buiten beschouwing kon worden gelaten bij het MER-onderzoek.Waar gaat het om? Houten is met de Vinex wijk Houten-Zuid sterk in inwonertal gegroeid en bovendien is er veel werkgelegenheid geschapen. Dat leidt op werkdagen tot veel woonwerkverkeer van en naar Houten. De gemeente kreeg de toezegging, dat er een derde aansluiting op het rijkswegennet zou komen. Het blijkt, dat de huidige aansluitingen naar de Staart en via Laagraven het verkeer niet kunnen verwerken en dat er tot op de Rondweg filevorming optreedt. Dus moet er een derde aansluiting komen.

Tot nu toe werd steeds de te geringe capaciteit van de A27 en van het verkeersplein Lunetten als oorzaak gegeven. Als daar het verkeer vast stond, kwam het ook op de Staart en zelfs op de Rondweg vast te staan. Terwijl de capaciteit van de aansluiting al is verhoogd en de A27 nu al wordt verbreed naar drie rijstroken en in de toekomst naar vier, waardoor het verkeer niet meer vast komt te staan, wordt nu gezegd, dat de aansluiting bij de Staart onvoldoende capaciteit heeft en dat de capaciteit niet kan worden verhoogd. Zo probeert men te ontsnappen aan de werkelijkheid, dat het verkeer door de verbreding van de A27 gemakkelijker Houten kan verlaten.

De A27 zal over grote afstand verbreed worden. Een probleem vormen de bruggen, die je niet zo maar kunt verbreden. Daarom is het tussen Houten en Vianen waarschijnlijk, dat er een regionale parallelweg komt, die Houten met Nieuwegein en Vianen verbindt. Maar voor de verbreding is nog geen geld beschikbaar gesteld. Gezien de slechte financiële situatie zal de verbreding “dus” wel niet doorgaan. “Dus” houden we er geen rekening mee. Logischer en fatsoenlijker zou zijn beide mogelijkheden door te rekenen. Een verbinding tussen Houten en Nieuwegein, de zogenaamde Meerpaalvariant scoorde immers nog beter dan het Rijsbruggerwegtracé. Het verkeer naar Nieuwegein en verder naar het Zuiden hoeft immers niet meer van de Staart of van de route via Laagraven gebruik te maken. Deze verbindingen worden daarmee ontlast en zo kan het verkeer gemakkelijker richting de stad Utrecht rijden. De aansluiting bij Bunnik is dan niet nodig. Maar die conclusie moet vooral worden vermeden.

Een volgende omissie in de notitie is het buiten beschouwing laten van een verbinding van Houten naar het Oosten. Realisatie daarvan via het Rijsbruggerwegtracé(RBW) zal geheel andere verkeersstromen veroorzaken dan een opwaardering van de N410. Maar elke verbetering maakt het mogelijk gemakkelijker van Houten naar Zeist te rijden en door Bunnik. Er is dus wel degelijk een inhoudelijke reden voor Bunnik om niet in te stemmen met het RBW. In de MER werd er van uit gegaan, dat de Achterdijk het RBW ongelijkvloers zou kruisen. Nu wordt gesproken over spitsafsluitingen terwijl bekend is, dat men Fort Vechten via het RBW en de Achterdijk wil ontsluiten met name ook voor touringcars, die niet door de tunnel bij Vechten kunnen. Mistige toestanden!

Nog een omissie is, dat geen rekening wordt gehouden met het gereed komen van Randstadspoor tussen Houten-Castellum en Utrecht en verder richting Woerden. Deze metro-achtige verbinding biedt ook nog de mogelijkheid bij de halte Bleekstraat over te stappen op de sneltram om de zuid naar de Uithof. In het gehele plan wordt geen aandacht besteed aan de rol van Hoogwaardig Openbaar Vervoer en de rol van de fiets in de Fietsstad Houten blijft zwaar onderbelicht.

Mijn grootste bezwaar tegen de gehele planvorming is van het begin af aan geweest, dat niet als uitgangspunt werd gekozen, dat een nieuwe doorsnijding van het landschap zou moeten worden vermeden. Daarom had het Mereveldsewegtracé van het begin af mijn sterke voorkeur en wist ik ook voor ALLE geopperde bezwaren een oplossing te vinden. Ook nu kiest de notitie ervoor dit tracé, de snelste verbinding met de stad Utrecht buiten beschouwing te laten. Jammer, dat er vandaag al grof vuil is opgehaald. Als ik eraan gedacht had, dan had ik deze notitie meteen mee kunnen geven!

Jaargang 3, Nr. 126.

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Red de Euro, eet een olijf!

In consumerism, nederlands, politics, aanpakken, algemeen, analoog, betalen, bezuinigingen, burgers, en meer.

Eén van de voordelen van stagiair zijn is dat je af en toe naar leuke seminars mag. Zo woonde ik gisteren het eerste deel van de seminar ‘Economic and Political Impacts of the Crisis in the EU and Eastern Europe’ bij, georganiseerd door de Carleton universiteit hier in Ottawa. Het is zonder meer bijzonder interessant, maar ook betrekkelijk deprimerend. Van de zes sprekers tot nu toe was er pas één optimistisch over de toekomst van de EU en de EMU.

De onus van alle zorgen lag, niet geheel onverwacht, bij Griekenland. De meeste academici verwachtten dat het land hoe dan ook op een gegeven moment bankroet zal gaan. Dit is niet alleen de schuld van de Grieken, maar van een ‘weeffout’ in de structuur van de Eurozone, die net zozeer van toepassing is op de andere Mediterrane landen. De kern van het probleem is dat de noordelijke Eurolanden economisch krachtiger zijn dan de zuidelijke en dat verschil alleen maar groter is geworden sinds de invoering van de Euro. Dit is voor de zuidelijke landen dubbel problematisch. Allereerst kunnen ze weinig verkopen aan de noordelijke landen. Deze kunnen zelf immers alles beter. Bovendien zorgt de economische kracht van de noordelijke landen voor een sterkere euro, wat het voor de zwakkere broeders ook moeilijk maakt om naar landen buiten de Eurozone te exporteren.

Gevolg is dat landen als Griekenland veel hebben gekocht, maar weinig hebben verdiend. Met als gevolg een enorme schuld. Waarbij het in het geval van Griekenland niet helpt dat ze een relatief grote publieke sector hebben die dus uit relatief magere middelen gefinancierd moet worden. Het nare voor de regering Papandreou is dat zij het laatste probleem wel kan aanpakken, maar niet het eerste. Griekenland zal naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren minder productief blijven dan haar noordelijke broeders. Ook dit geldt weer eveneens voor de andere landen van ‘Club Med’.

Tijdens de seminar kwamen vervolgens drie mogelijke toekomstscenario’s van deze situatie naar voren:

  1. Een fiscale unie, waarbij er herverdeling van welvaart tussen landen gaat plaatsvinden, analoog aan hoe dit op nationaal niveau gebeurt tussen burgers. Dit gebeurt in Canada bijvoorbeeld al tussen de verschillende provincies en territoria.
  2. Radicale herstructurering van de zuidelijke economieën, zodat ze op het niveau van de noordelijke lidstaten komen.
  3. Faillissement van Griekenland, met als gevolg uittreding uit de Eurozone, gevolgd door andere zuidelijke landen. Eventueel de opzetting van een Euro-2 voor de Mediterrane regio.

Dat alleen al het overwegen van de eerste optie gelijk staat aan zeer pijnlijke politieke zelfmoord maakt het onwaarschijnlijk dat dit in de (nabije) toekomst zal gebeuren. Het derde geval lijkt het meest waarschijnlijk, maar geeft aan de andere kant de meest negatieve uitkomst. Niet alleen is het een bijzonder ingrijpend om als land failliet te gaan, maar uittreding uit de Eurozone zal een kostbare operatie worden. Bovendien verdwijnt hiermee een deel van de voordelen van de interne markt, die het gevolg waren van een gebrek aan variërende wisselkoersen. Ook voor Nederland, handelsland bij uitstek, is dat ongunstig. Blijft dus over optie 2.

De regering Papandreou probeert hier al aan te werken, zij het met grote onrust in Griekenland tot gevolg. Met de stakingen van de afgelopen tijd hebben de Grieken zichzelf enigszins in de voet geschoten, aangezien toeristen op het algemeen niet afkomen op colonnes stilstaande vrachtwagens. Het hervormingsproject in Griekenland zal veel draconischer vormen moeten aannemen dan de bezuinigingen hier in Nederland om succesvol te zijn. Ook andere zuidelijke staten, zoals Spanje en Portugal zullen vergelijkbare maatregelen moeten nemen, zij het minder radicaal. De maatschappelijke weerstand tegen deze hervormingen is begrijpelijkerwijs groot.

Om het hervormingsproject te laten slagen, kunnen wij als noordelijke staten ook een bijdrage leveren. Hoewel directe fiscale overdrachten aan de zuidelijke landen uitgesloten zijn, kunnen we wel gewoon handel drijven. Wanneer landen als Griekenland en Spanje meer kunnen uitvoeren naar de rest van de EU, kunnen ze hiermee het geld verdienen om hun schulden af te lossen en hun publieke sector te betalen. Als Nederlanders kunnen we dit makkelijk opbrengen; onze uitvoer is bijna twintig maal zo groot als die van Griekenland. Mensen die zich graag solidair willen opstellen kunnen dus beter massaal elke dag Griekse salade eten dan in Nederland met een spandoek de boer op te gaan. Ik stel dan ook voor de slogan ‘Griekenland is overal’ te vervangen door ‘Red de Euro, eet een olijf’.


Filed under: Consumerism, Nederlands, Politics

donderdag, 26 augustus 2010

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

De overheid als betrouwbare partner?

In uncategorized, bedrijven, begroting, beleid, cda, duurzaam, duurzame energie, duurzame ontwikkeling, energie, en meer.

De formatie is nog in volle gang. Het is nog maar helemaal de vraag of het CDA een gedoogsteun van de PVV zal overleven. Maar onderwijl bekennen de politieke leiders wel kleur. En daarmee zien we helder dat voor een duurzaam en sociaal Nederland de VVD en het CDA beroerde partners zijn. Dat is niet zomaar een politiek feit, maar heeft ook grote gevolgen voor onze toekomstige investeringen in duurzame energie, zorg en sociale cohesie van onze samenleving. De overheid wordt daarmee de minst betrouwbare partner als het om een duurzame toekomst gaat. Dit wetende, moeten we onze maatregelen nemen.

De overheid heeft de laatste jaren niet uitgeblonken in een consequent en betrouwbaar beleid als het om duurzame ontwikkeling gaat. Nog steeds financieren we grootschalig gebruik van energie met verschrikkelijk lage tarieven. Nog steeds hebben we geen feed-in tarief waarmee we inkomsten van grijze energie gebruiken om duurzame energie een betere positie te geven. Nog steeds werken we met armzalige subsidieregelingen die binnen de korste keren overschreven zijn en maken we daarmee van bijvoorbeeld aanvragen voor subsidies op zonne-energie een loterij. Nog steeds heffen we belasting op duurzame energie, ook als je de windmolen of het zonnepaneel voor eigen gebruik elders neerzet en alleen de schone electriciteit wilt transporteren.

Een doorbraak op het gebied van duurzame energie en klimaatbeleid krijgen we alleen als die overheid in haar rol een andere positie krijgt. Het rapport ‘Nederland krijgt nieuwe energie’ laat wel  zien wat mogelijk is als de landelijke overheid de volgende 6 maatregelen neemt:

-Invoering Feed-in tarief voor hernieuwbare energie
-Simpel en aantrekkelijk aan te sluiten op het net
-0-tarief voor investeringen in nieuwe energie
-Laagdrempelige financieringsmogelijkheden bieden
-Start van minstens 12 pilotprojecten energieneutrale wijken in 2012
-Verplichting om alle nieuwbouw energieleverend te maken

Dat zal een VVD/CDA kabinet met gedoogsteun van de PVV allemaal niet doen. Daarom is, nog sterker dan eerder, de zet aan provincies en gemeenten om, ondanks deze landelijke perikelen, de eigen verantwoordelijkheid te nemen.

In hetzelfde rapport staat op pagina 19 een heldere aanbeveling die gemeenten zich moeten aantrekken: “De energietransitie biedt (…) een uitgelezen kans, mits de overheid daarbij wel de juiste garanties biedt waarbij hernieuwbaar geproduceerde energie voorrang krijgt op het net boven niet hernieuwbare energie en de overheid minimaal de kostprijs van de hernieuwbare energie garandeert tot 20 jaar. Deze overheidsgaranties worden gedekt door heffingen op niet-hernieuwbare energie en inefficente objecten. Door deze overheidsgaranties kunnen subsidies op investeringen ook komen te vervallen, omdat er een solide model is voor het terugverdienen van de investering. Dit maakt cooperatieve financieringsmodellen mogelijk en aantrekkelijk, waarbij consumenten en bedrijven zelf mede-eigenaar kunnen worden van bijvoorbeeld windmolenparken”.

In Lochem zoeken we, in lijn met het bovenstaande, die weg op. Dan is het waarschijnlijk niet nodig de overheidsgarantie te financieren uit een heffing op niet hernieuwbare energie. We geven op het zakelijk plan mogelijk een cash-flow garantie zodat de investeerder met de laagste rente kan opereren. De cash-flow garantie is slechts de extra garantie die nodig is om het risico-deel van de geldstroom van een cooperatieve vereniging te garanderen. Die is klein, want de windmolen of de zonnepanelen produceren immers gewoon electriciteit die (met groencertificaat) verhandeld kan worden. Het zijn slechts administratieve risico’s van startende cooperatieve verenigingen die moeten worden afgedekt. Zo kan een gemeente, simpel in de risicoparagraaf van haar begroting, een enorme ontwikkeling tot stand brengen.

Dan is in ieder geval die overheidslaag betrouwbaar en gaan de investeringen in duurzame energie onverminderd (of zelfs versneld) door, ongeacht de labiele politieke verhoudingen in de 2de kamer.

dinsdag, 24 augustus 2010

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Virtuele Vijand

In nederlands, afghanistan, debat, gevaar, het internet, in de media, internet, leven, media, en meer.

Ophef over videospellen. Het is een fenomeen dat eens in de zoveel tijd in de media terugkeert. Is het niet dat we teveel tijd achter de computer of console doorbrengen, dan wel dat spellen te geweldadig zijn. Nu is het meestal zo dat er eerst een tiener op een heuse ‘killing spree’ moet zijn gegaan om het debat weer aan te zwengelen, maar deze keer was daar minder voor nodig. Britse defensieminister Liam Fox ageerde onlangs tegen het computerspel Medel of Honor 2, omdat een speler daarin de rol van een Talibanstrijder op zich kan nemen. De minister vond het onaanvaardbaar dat Britse gamers zich kunnen vermaken met het virtueel neerschieten van Britse troepen, terwijl deze in het echt nog steeds met gevaar voor eigen leven dienen in Afghanistan.

Hoewel de reactie van Fox begrijpelijk is, is ze ook grotendeels overtrokken. Het single player deel van het spel draait geenszins om het afslachten van Britse soldaten. De speler is een Westerse soldaat die in Afghanistan strijd tegen de Taliban. In de multiplayer modus kunnen spelers zich wel in het gewaad van een Talibanstrijder hijsen en met een kalashnikov de tegenstander te lijf gaan. Maar dit is slechts een cosmetische aankleding. Multiplayer gevechten bij dit type spellen stellen gebruikelijk twee teams tegenover elkaar en het is vreemd om dan de Britten maar tegen de Amerikanen te laten vechten omdat de echte tegenstander niet getoond mag worden. Denken dat spelers voor een Talibanstrijder zullen kiezen omdat ze diep vanbinnen Britten willen vermoorden is net zo onzinnig als aannemen dat iedereen die een zogenaamde shooter speelt diep van binnen een moordenaar is.

De ophef is des te vreemder omdat het aannemen van een vijandelijke rol al jaren gebruikelijk is in videospellen. Bij de shooters die in de één of andere oorlog gesitueerd zijn, kan men in de multiplayer variant de vijand spelen. Duizenden mensen zijn intussen al het internet opgegaan als Wehrmacht, Vietcong of terrorist. Ook op het gebied van real-time strategy is het niet ongebruikelijk dat men de factie van de slechterikken aanvoert. Zelf heb ik ook met veel genoegen het Rode Leger door de straten van Londen laten rollen, maar vooralsnog heb ik geen plannen voor wereldheerschappij.

Nu is het het natuurlijk anders als het conflict waar een spel om draait zich in het verleden afspeelt, of in de toekomst of op een andere planeet. Wat dat betreft zou je het idee van de makers van Medal of Honor 2 om een lopende oorlog te nemen onhandig kunnen vinden. Toch is het juist de Britse minister zelf die het spel een tweede lading geeft. Voor gamers is een spel niets anders dan een vorm van vermaak, een uitdaging in virtuele behendigheid. Door het spel af te keuren haalt de minister onbedoeld het spel uit de virtuele wereld en plaatst het direct in een de bloedige werkelijkheid van de oorlog in Afghanistan. Dat maakt de boodschap ook gelijk moreel dubbel. Blijkbaar is het volgens de minister wel in orde om als virtuele Britse soldaat de vijand overhoop te schieten. Onbewust impliceert hij hiermee dat doden alleen verwerpelijk is als de vijand het doet, terwijl het ‘voor de goede zaak’ te rechtvaardigen valt. Of dat al dan niet zo is, laat ik hier in het midden, maar het is een ethisch vraagstuk dat niet bij een computerspel hoort.

Medal of Honor is een variant van het aloude oorlogje spelen, waarbij er nou eenmaal twee partijen zijn. Of dat nou de Duitsers en de Russen zijn, of Afghanen en Britten. Hoe dan ook, het blijft onschuldig vermaak. Het is precies wanneer men de werkelijkheid met het spel in aanraking brengt, dat een moreel probleem ontstaat, niet omgekeerd.


Filed under: Nederlands

zondag, 22 augustus 2010

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In achterhuis, banken, dijsselbloem, driegeleding, fortuyn, geestesleven, marktwerking, paul dikker, professionals, en meer.

Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker. Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan van theorie naar praktijk.

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”. Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de “mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van wantrouwen en dat werkt contraproductief.

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de verantwoordingsplicht vanuit de overheid.  

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken. Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te lossen.  

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende richtingen.   

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort, waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

Zie voor de in de tekst besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker, Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htmrgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Democratisch Tekort

In nederlands, politics, automatisch, belangrijk, beleid, beste, betalen, bewust, burger, en meer.

‘Hervormen’, ‘ombuigen’ of ‘bezuinigen’. Hoe je het ook wilt noemen, de komende jaren gaat de overheid met de hand op de knip. Over de oorzaak van de de tekorten wordt nog druk gediscussieerd, maar dat ze er zijn valt niet te ontkennen. Ook in de ons omringende landen is de bezuinigingswoede toegeslagen. Griekenland en Spanje zijn daar door de financiële markten toe gedwongen, maar ook Duitsland en zelfs Frankrijk bezinnnen zich. En wie denkt dat de Nederlandse hervormingen draconisch zijn, moet even over het Kanaal kijken. De Britten zijn van plan ongeveer een kwart van hun overheidsbudget te korten. Een Britse denktank kwam zelfs met de ongenadige boodschap dat om het pensioenstelsel te redden, de Britten over een aantal jaren tot hun 72 door zullen moeten werken.

Ook voor de crisis hadden veel landen hun huishoudboekjes al niet op orde. De afspraak binnen de EU om de schuldenlast en financieringstekorten onder bepaalde grenzen te houden lijkt door praktisch geen enkel land nageleefd. De enorme schuld van de V.S. bij China is bekend, maar ook Japan gaat gebukt onder een staatsschuld van praktisch tweemaal het jaarlijkse BBP. Overheidsschulden, in de vorige eeuw nog het probleem van ontwikkelingslanden, lijken nu het hele Westen in hun greep te houden.

Deze rode draad door alle Westerse overheidsfinanciën is zo opvallend, dat ik me afvroeg of het niet bijna een automatisch gevolg is van een het zijn van een ontwikkelde democratie. Vandaar het volgende, enigszins cynische, gedachtenexperiment:

We definiëren twee soorten mensen, politici en burgers. Politici hebben als eigenschap dat ze macht willen verkrijgen of behouden. Hiervoor hebben ze stemmen van burgers nodig.
Burgers vinden twee dingen belangrijk. Ze willen een zo groot mogelijk beschikbaar inkomen houden en ze zien graag dat de overheid geld besteedt aan zaken die zij belangrijk vinden. Ze geven hun stem aan de politicus die de voor hen beste verdeling van het beschikbare overheidsgeld voorstelt.

Wil een politicus aan de macht komen, dan moet hij zoveel mogelijk burgers het minimale te geven wat nodig is om hun stem te winnen. Omdat er meerdere politici zijn, moeten ze om de stem van de burger strijden. Dit kan door de een specifieke kiezer net iets meer inkomen te beloven dan de tegenstander, of de overheidsuitgaven meer in lijn te brengen met de voorkeuren van de kiezer. De politicus die de meeste burgers tevreden kan maken, wint.

Dit beeld is natuurlijk enorm simpel en gaat uit van bijzonder populistische politici en burgers die alleen maar aan hun eigen portomonnee kunnen denken. Toch zijn er twee gevolgen van dit model* die ook in de echte wereld te ontwaren zijn.

Allereerst dat het loont om een grote groep kiezers af te kopen als dit kan door een kleine groep veel meer te laten betalen. Met een wat goede wil zien we hier het progressieve belastingstelsel opdoemen. Er zijn immers weinig puissant rijken, maar relatief veel normale arbeiders. Wanneer elke stem even zwaar telt, is het voordelig om geld over te hevelen van rijk naar arm. Historisch gezien is dit ook wat er is gebeurd naarmate de arbeidersklassen stemrecht kregen.

Een tweede gevolg is dat de schuldenlast van een land gestaag zal toenemen. Een politicus wint immers meer stemmen door veel uit te geven, niet met zuinigheid. Het is dus op korte termijn aantrekkelijk om meer geld uit te geven dan er beschikbaar is, als dit meer kiezers oplevert. Dat dit op lange termijn ongunstig is, is voor de politicus geen probleem, aangezien hij dan niet langer verantwoordelijk is.

Gelukkig zijn niet alle politici populistisch en zijn de kiezers hopelijk slim genoeg om in te zien dat altijd maar lenen onverstandig is. Toch is het aannemelijk dat kiezers stemmen op politici die henzelf en hun belangen meer geld beloven dan anderen, ook als daarmee de financiële gezondheid van het land op het spel wordt gezet. We zijn ons meer bewust van de voordelen nu, dan van de nadelen over twintig jaar. Totdat op een gegeven moment de koek op is en er op de rem getrapt moet worden.

Als een democratie inderdaad neigt naar overbesteding vanwege een gebrek aan financiële zelfbeheersing, hoe kunnen we dan in de toekomst tekorten voorkomen? Eén optie is de afspraken op Europees niveau te verstevigen, zodat landen die hun tekort te ver laten oplopen daadwerkelijk op de vingers getikt worden. Dat dit moeilijk wordt is duidelijk. Fiscaal beleid, met name lenen, is historisch gezien een belangrijk voorrecht van de souvereine staat. Helaas staat de geschiedenis ook vol van voorbeelden hoe dit verkeerd is afgelopen. Tenzij we toekomstige generaties voor dezelfde problemen willen stellen, wordt het nodig dat we leren de verleiding van het makkelijke geld te weerstaan.

*Het is losjes geïnspireerd op een aanzienlijk uitgebreider en complexer model uiteengezet in het boek ‘The Logic of Political Survival’.


Filed under: Nederlands, Politics

donderdag, 19 augustus 2010

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Gemeentelijke economie opnieuw uitvinden

In uncategorized, agenda, bedrijven, belangrijk, betalen, bezuinigen, bouwleges, budget, college, en meer.

Bezuinigingen, in politieke taal ‘ombuigingen’ genoemd, staan in alle gemeenten op de agenda. Ook in Lochem, waar het college nu haar collegeplan bijna af heeft en de raad een start maakt met een stevige toekomstvisie. De sfeer is volkomen omgeslagen in vergelijking met 4 jaar geleden. Waar we toen als wethouders nog extra investeringen deden is nu de uitdaging om, op een flexibel budget van zo’n 20 miljoen een 3 miljoen te bezuinigen. De inkomsten van het rijk, de bouwleges en exploitatie van nieuwe ontwikkelingen zoals bedrijventerreinen en nieuwe wijken zijn beduidend lager. Gaan we nog harder voor ‘ groei’, tegen de trend in? Want de economie gaat wel weer aantrekken en stilstand is achteruitgang. Of zoeken we een andere financiele basis? De control gerichte afdelingen financien staan voor de uitdaging om economisch te denken.

Kan de overheid ‘commercieel’ denken? In een vorige weblog noemde ik al een andere vorm van bomenbeheer. Niet meer ‘conserverend’ maar ondernemend. Volgende week start het gesprek in de gemeenteraad hierover. Maar als de raad het eens is… dan zal de cultuur van de organisatie nog ‘om’  moeten en samenwerking (publiek/privaat) met noodzakelijke partners volwaardig ontwikkeld moeten worden. Spannend zal het worden als we een monumentale beuk voor het gemeentehuis hebben staan die eigenlijk geen toekomst meer heeft, maar de schimmel zit er nog niet in. Kappen die boom, want nu is ze nog geld waard. En dan een stevige nieuwe terug zetten.

Een ander voorbeeld is ons gemeentehuis. Een stevige discussie in de gemeenteraad over het investeringsbedrag dat absoluut niet overschreden mag worden. Duidelijk een financiele discussie, beperkt door een sterke wens van de raad om te controleren. Maar stel: je kan met een miljoen meer een investering doen in duurzaamheid (bv. energiebesparing en duurzame energie) die zich in tien jaar terug verdient. Je schrijft die investering af over de technische afschrijvingsperiode. Voor zonnepanelen bv. 25 jaar, bij de schil van het gebouw bv. 40 jaar. Dan heb je een businesscase, zeker met een prijsstijging van fossiele energie van gemiddeld 5% de komende jaren. Je kijkt dan feitelijk niet alleen naar de investering, maar veel eerder naar de exploitatielasten! Waarom gaat dat zo lastig?

Een ander voorbeeld is Total Cost of Ownership. Waarom is het zo lastig om met duurzame verlichting aan de gang te gaan? Omdat de aanvankelijke investeringen zo hoog zijn? Nee, omdat we die investeringen niet afzetten tegen onderhoud en elektriciteitskosten op de lange termijn (zoals technische afschrijvingstermijn). Voor een kleinere gemeente is het verschrikkelijk lastig om investeringen en exploitatie in een budget te combineren. Die stap is wel wezenlijk, als we anders willen kijken naar lasten en baten.

Een laatste voorbeeld: Onze 13.000 huishoudens betalen zo’ n 1000 Euro/jaar aan elektriciteit. 13 miljoen Euro, een bedrag dat jaarlijks met zo’n 5% zal stijgen. Instellingen en bedrijven doen daar zeker nog een 10 miljoen Euro bij. Die 23 miljoen Euro/jaar gaat onze gemeente ‘uit’, naar energiebedrijven die hiervan hun (op zich legitime) business van maken. Maar waarom gaan we dat geld niet ‘binnen’ houden, bv. door megawatts aan duurzaam vermogen in zonne- en windenergie neer te zetten. Ja, voor de zon is (zeker bij grote schaal) het rendement al duidelijk, maar waarschijnlijk is die voor de wind nog beter. Dat is een stroom geld die voor een belangrijk in je gemeenschap geinvesteerd zal worden. Afhankelijk van de opzet (cooperatieve energievereniging?) bv. 50% van het rendement in een revolving fund voor lokale duurzame ontwikkeling. Er onstaat een andere economie!

Zo kan je door gaan. Europese samenwerking, investering in zorgnetwerken, een businescase voor een effectieve bibliotheek die informatie in de markt zet. Voor een dergelijke gemeentelijke economie zal een gemeentelijke organisatie anders moeten denken en zal een afdeling financien aangevuld moeten worden met een afdeling economische zaken. En die afdeling zal ‘economie’ in brede termen moeten definieren en innovatie centraal hebben in haar missie.

Alleen dan kunnen we werkelijk uit de oneigenlijke dilemma’ s over groei en krimp komen.

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Verkeerde bezuiniging

In politiek, maatschappelijke ontwikkelingen, betalen, bezuiniging, budget, den haag, dwars, klink, kosten, en meer.
Demissionair minister Klink heeft een nieuw bezuinigingsvoorstel naar buiten gebracht. Hij wil dure medicijnen voor mensen met een ernstige reumatische aandoening (de zogenaamde TNF-alfablokkers) vanaf volgend jaar in het ziekenhuisbudget onderbrengen. Klink geeft aan dat mensen die deze medicijnen gebruiken niet de dupe van deze regeling mogen worden. Dat is theorie, in de praktijk werkt het anders.

Als het budget van het ziekenhuis op is heeft het ziekenhuis domweg geen geld om deze medicijnen te kunnen betalen of het management van het ziekenhuis is gedwongen andere keuzes te maken waardoor mensen met reuma geen beschikking meer hebben over deze medicijnen. Dat zijn niet alleen persoonlijke drama’s voor deze mensen zelf, het is ook een verkeerde bezuiniging.

Mensen met een ernstige vorm van reuma zoals reumatoïde artritis, de ziekte van Bechterew of artritis psoriatica krijgen deze medicijnen alleen als andere medicijnen niet werken. Zij moeten aan bepaalde criteria voldoen om in aanmerking te komen voor deze TNF-alfablokkers. De resultaten van het gebruik van deze medicijnen zijn zo goed, dat veel mensen weer volwaardig deelnemen aan de maatschappij en aan het werk kunnen blijven. Dat scheelt veel geld op andere terreinen.

Helaas wordt er nog teveel alleen in hokjes en op korte termijn gedacht. Stel dat dit voorstel doorgaat, dan gaat niet alleen de kwaliteit van leven voor een grote groep mensen met reuma achteruit, ook zullen zij weer vaker een beroep gaan doen op de bijstand, WW- of WIA-uitkeringen en Wmo-voorzieningen. Deze kosten komen uit andere potjes en daar is minister Klink niet verantwoordelijk voor. De kosten die worden bespaard door minister Klink komen weer dubbel en dwars terug bij zijn collega. Hoezo bezuinigen? Nu gaat het om mensen met een reumatische aandoening, straks om veel meer mensen met chronische aandoeningen of gezondheidsklachten.

Nu ze toch in Den Haag aan het onderhandelen zijn, laat ze dan de ministeries van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) samenvoegen met Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Dan moet er wel een echte visie komen om het geschuif van budgetten zonder echte oplossing nu en in de toekomst te voorkomen.

Aantal berichten op deze pagina: 10. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 322 uur (13,4 dagen). Berichtgemiddelde: 0,7 bericht per dag, 5,2 per week.

Pagina: 1