zaterdag, 28 augustus 2010

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

De Nederlandse griep

Nederland heeft de griep en gezien de omvang van de besmetting, 16,5 miljoen, kunnen we gerust spreken van een pandemie. Het ministerie van Volksgezondheid heeft daarom een aantal maatregelen voorgesteld: Vermijd fysiek en sociaal contact Was U zelf regelmatig Draag een monddoekje, hoofddoekje of boerka Blijf van uw mond, ogen en neus af Maak regelmatig [...]

donderdag, 26 augustus 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves DWARS

Pesten of ‘kantoorhumor’ in een bedrijfscultuur?

Pesten en snauwen zijn vaak normaal in een bedrijfscultuur met weinig, geen of verkeerde, onterecht negatieve feedback, aldus journalist en opiniemaker Steven de Jong. Deze is tot stand gebracht door het onvermogen om tactvol met elkaar te communiceren, soms mede door angst voor gezagsverlies. Verzoeken en commanderen zijn bovendien niet hetzelfde. Ook andere vormen van pesten worden voor een groot deel door tactloze communicatie bepaald. Volgens het tv-programma Zembla is Nederland een pestland, zich baserende op een TNO-onderzoek. [De aflevering: ] Pesten op werk is daarbij vaak subtieler dan op school; het is een vak apart. Hierdoor is het moeilijk te achterhalen of er wel van pesten sprake is. Het is een fenomeen dat plaatsvindt achter gesloten deuren. Wie spreekt dan de waarheid voor de buitenstaander, en wat zijn de principes van diegene zelf dan, waarop hij oordeelt? Extra complicerend is het vaak betrokken zijn van de leidinggevende bij het pesten. De werkgever moet moet het volgens de Arbowet (2007) juist bestrijden door actief beleid te voeren. De wet is echter zo soepeltjes dat er meer sprake lijkt van een regelgeving, een richtlijn. Hier kan de leidinggevende, indien deze een pester is, mee spelen, ook door zichzelf vrij te pleiten van schuld en anderen, soms de slachtoffers, juist als oorzaken aan te wijzen. Ook wordt het vaak afgedaan als ‘kantoorhumor’, die echter vaak ten koste gaat van het welzijn van een of meerdere werknemers, die dan niet als volwaardig mens behandeld worden. Volgens Mobblog is het nogal kort door de bocht en onterecht om de klachten die werknemers kunnen ondervinden teniet de doen onder het mom van kantoorhumor. Zo een situatie is voor sommigen ongezond, waarvan enkele egoïsten op de korte termijn profiteren, en dan schort het aan algehele communicatie en feedback.

~

Zembla: Pesten op het werk
“Je moet wel tegen een geintje kunnen”, krijgen mensen die gepest worden vaak te horen. Maar het is al lang geen geintje meer als iemand langere tijd slachtoffer is van pesterijen op het werk, wordt buitengesloten of geïntimideerd. Daar kan iemand letterlijk ziek van worden. Meer dan honderdduizend mensen in ons land zijn jaarlijks het doelwit van pesterijen.

~

Pesten en snauwen vaak onderdeel van bedrijfscultuur
Auteur: Steven de Jong
Bron: Steven de Jong, journalist en opiniemaker

Monique De Knop, hoofd van het ministerie van Binnenlandse Zaken in België, is door haar ondergeschikte, Christine Breyne, beschuldigd van pesten. Een veelvoorkomend probleem, zo blijkt ook uit Nederlands onderzoek.

‘Nederland is een pestland’, concludeerde het tv-programma Zembla vorige maand op basis van TNO-onderzoek. In de praktijk blijkt pesten een uitwas van een dieperliggend probleem: werknemers willen graag tactvol met elkaar omgaan, maar weten niet hoe. “Feedback op de werkvloer is geen gemeengoed.”
Opvallend is de wijze waarop pestgedrag zich op de werkvloer manifesteert. Er wordt niet met etuis gegooid zoals in een schoolklas. Nee, pesten op de werkvloer is een vak apart. In Zembla vertelde een ambtenaar dat ze op een vergadering met de mond vol tanden stond omdat collega’s expres stukken achterhielden. Een rechercheur klaagde dat ze geen wapenkluis kreeg en dat een collega weigerde met haar op surveillance te gaan.
Maar het wordt voor de slachtoffers past echt vervelend als ze het gevoel krijgen ‘weggepest’ te worden. Met negatieve evaluaties bijvoorbeeld, zoals de Belgische directeur-generaal Christine Breyne beweert. Haar collega’s, die vinden dat ze prima functioneert, kwalificeren haar degradatie van Civiele Veiligheid naar Rampenschade als een “verbanning”. Hen werd zelfs verboden waardig afscheid te nemen. “We waren rondgegaan met een envelop om een bos bloemen te kopen om haar te bedanken”, zei één van hen tegen het Nieuwsblad. “Maar toen dat plan bekend raakte, werd het ons verboden om die bloemen op de receptie te overhandigen. Opdracht van Monique De Knop, werd erbij gezegd.” De voorzitster van het directiecomité, zoals De Knops functie officieel heet, ontkent de beschuldigingen. “Ik heb nooit in mijn leven iemand gepest. En ik houd mij ook niet bezig met afrekeningen. Een goed manager doet zoiets niet, want het is zinloos.”
Het is dus moeilijk te achterhalen of er daadwerkelijk van pesten sprake is. Toch geven 650.000 werknemers in Nederland aan dat zij wel eens gepest zijn door collega’s. Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (februari 2009) van TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is een tiende van de totale beroepsbevolking. In de helft van de gevallen zou de leidinggevende betrokken zijn bij het pesten, terwijl die het – bij wet – juist moet bestrijden.

Intimiderende werkomgeving
Sinds het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2000 becijferde dat 23 procent van de werknemers wel eens slachtoffer is geweest, staat pesten ook op de Haagse agenda. Onder pesten verstaat het ministerie onder andere: vervelende opmerkingen maken, beledigen, schelden, sociaal isoleren en openlijk terechtwijzen. In 2004 antwoordde toenmalig staatssecretaris Rutte op Kamervragen van de PvdA dat structureel gepest worden ingrijpender is dan seksuele intimidatie of agressie. Op grond van de Arbowet 2007 is de werkgever zelfs verplicht een actief beleid te voeren tegen een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving.

Kantoorhumor
Dat klinkt allemaal heel ernstig. Maar de andere kant van de medaille heet kantoorhumor. In de jaren negentig in beeld gebracht door het Jiskefet-duo Edgar en Jos in de serie Debiteuren Crediteuren. De grappenmakers hebben Juffrouw Jannie nodig om hun saaie kantoorbestaan nog een beetje draaglijk te houden. Illustrerend is deze sketch: als de zwaarlijvige secretaresse op 5 december met cadeautjes en gedichten aan komt zetten weten de kantoorklerken zich geen houding te geven. Juffrouw Jannie is immers geen mens, maar het mikpunt van spot. Ze is sociaal geïsoleerd.
De gelijkenis met het pestslachtoffer dat Zembla portretteerde, een vrouwelijke gemeenteambtenaar, is treffend. Toen zij op kantoor trakteerde kreeg ze van een collega te horen dat ze dat voortaan maar moest laten omdat het verplichtingen zou scheppen. Pijnlijk, natuurlijk. In de uitzending kwam ook meneer Van der Noordt, directeur van een middelgroot bedrijf, aan het woord. Werknemers hadden een klacht tegen hem ingediend omdat er op kantoor seksueel getinte grappen per e-mail werden rondgestuurd. Van der Noordt liet blijken dat dit soort grappen moeten kunnen. Er moet ook wat te lachen zijn. Humor als onderdeel van de bedrijfscultuur, waar enkele collega’s voor opgeofferd moeten worden. Het onderwerp van de spot kan niet altijd mee lachen.

Goede sfeer belangrijker dan fysieke arbeidomstandigheden
Dat Nederlandse werknemers horken zouden zijn is echter moeilijk te rijmen met de Jobmeter 2009, het jaarlijkse onderzoek naar arbeidsvreugde van bureau Ausems en Kerkvliet. Uit die enquête, gehouden onder 1400 respondenten, blijkt dat werknemers juist zeer hechten aan een goede sfeer op de werkvloer. Dat vinden ze zelfs belangrijker dan fysieke omstandigheden, zoals meubilair, hardware, geluid of binnenklimaat. Als ergernissen vinkten ze in groten getale oncollegiaal gedrag aan, zoals pesten, klikken, roddelen, openlijke terechtwijzingen en ongelijke behandeling.

Feedback organiseren
Pesters hebben volgens TNO vaak narcistische trekken, zijn op macht uit en kunnen zich slecht verplaatsen in de mensen die ze iets aandoen. Dit verklaart waarschijnlijk de oververtegenwoordiging van managers onder de pesters. Ondergeschikten, daarentegen, kijken over het algemeen wel uit. Zelfs opbouwende kritiek houden zij meestal voor zich, zo blijkt uit een in 2007 gehouden onderzoek van HR-specialist Cubiks. Meer dan de helft van de respondenten gelooft dat ‘eerlijk zijn’ slecht is voor de carrière. “Feedback op de werkvloer is geen gemeengoed”, zei Cubiks-directeur Reinder van der Schaaf op de website HRpraktijk.nl. In zijn rapport geeft zijn instituut ook daar een verklaring voor: 60 procent neemt het ontvangen van negatieve kritiek niet in dank af. Cubiks adviseert daarom feedback te organiseren, bijvoorbeeld in speciale bijeenkomsten. Maar de helft van de Nederlandse managers besteedt slechts een tiende van de tijd aan people management, constateert het bureau.

Bang maken
Pesten is zogezegd de uitwas van een dieperliggend probleem, namelijk het onvermogen om tactvol met elkaar te communiceren. Pieter Langedijk, psycholoog en auteur van het boek Kritiek geven, op kritiek reageren (Ankh-Hermes, 2008) herkent de bevinding van Cubiks. “Laatst hoorde ik van een vrouw dat ze de indruk heeft dat chefs van een afdeling chef worden, niet omdat ze zo tactisch zijn, maar omdat ze het fijn vinden om te zien dat iemand bang van ze wordt. Dat mensen afhankelijk van hen zijn. Voor hun positie, voor hun baan.”

Wijzen op consequenties
Met een voorbeeld geeft hij aan hoe belangrijk people management is. “Ik heb een jongen behandeld die in een fabriek werkt. Zijn oude machine produceerde acht meter gordijnstof per minuut, de nieuwe twaalf en de laatste wel vierentwintig meter per minuut.” Er waren al twee werknemers overspannen geworden omdat ze het tempo niet bij konden houden, vertelt Langedijk. De overgebleven werknemers bekten zijn cliënt af. “Doe eens wat vlugger”, zeiden ze de hele tijd. Langedijk adviseerde zijn cliënt de collega’s op de consequenties te wijzen, het effect van hun gedrag. “Bijvoorbeeld door te zeggen: we kunnen met z’n allen nog harder werken, maar als ik ook in de ziektewet kom moeten jullie nóg harder werken.”

Resoneren
Jan van Koert, trainer in ‘geweldloos communiceren’, moet niets hebben van het begrip ‘kritiek’. Het is volgens hem de kunst woorden te horen zonder die meteen op jezelf te betrekken. “Mijn bedoeling is om alleen de woorden van de ander te verbinden met datgene wat diegene had willen krijgen.” In zijn beleving resoneren mensen die gevoelig zijn voor kritiek vaak mee met de gevoelens of emoties van de collega die de kritiek geeft. Niet doen, adviseert Van Koert. “Denk: het gaat niet over mij, maar over de niet ingevulde behoefte van de ander.” Managers die hun ondergeschikten koeioneren zijn volgens hem bang voor gezagsverlies. “Maar als die angst er is, is er waarschijnlijk al geen gezag meer.”

Verzoeken en commanderen
Er is een verschil tussen verzoeken en commanderen, legt Langedijk uit. “Je kunt iets op een vrij rustige manier zeggen en toch laten blijken dat je het écht meent. Zonder dat je erbij schreeuwt of de ander boos aankijkt. Zonder grove woorden.” Dat is volgens de psycholoog het verschil tussen een manager die kracht uitstraalt en een manager die macht uitstraalt. En daar kan meneer Storms, ex-commando en de baas van de pestkoppen Edgar en Jos in Debiteuren Crediteuren, nog wat van leren.


Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

De overheid als betrouwbare partner?

De formatie is nog in volle gang. Het is nog maar helemaal de vraag of het CDA een gedoogsteun van de PVV zal overleven. Maar onderwijl bekennen de politieke leiders wel kleur. En daarmee zien we helder dat voor een duurzaam en sociaal Nederland de VVD en het CDA beroerde partners zijn. Dat is niet zomaar een politiek feit, maar heeft ook grote gevolgen voor onze toekomstige investeringen in duurzame energie, zorg en sociale cohesie van onze samenleving. De overheid wordt daarmee de minst betrouwbare partner als het om een duurzame toekomst gaat. Dit wetende, moeten we onze maatregelen nemen.

De overheid heeft de laatste jaren niet uitgeblonken in een consequent en betrouwbaar beleid als het om duurzame ontwikkeling gaat. Nog steeds financieren we grootschalig gebruik van energie met verschrikkelijk lage tarieven. Nog steeds hebben we geen feed-in tarief waarmee we inkomsten van grijze energie gebruiken om duurzame energie een betere positie te geven. Nog steeds werken we met armzalige subsidieregelingen die binnen de korste keren overschreven zijn en maken we daarmee van bijvoorbeeld aanvragen voor subsidies op zonne-energie een loterij. Nog steeds heffen we belasting op duurzame energie, ook als je de windmolen of het zonnepaneel voor eigen gebruik elders neerzet en alleen de schone electriciteit wilt transporteren.

Een doorbraak op het gebied van duurzame energie en klimaatbeleid krijgen we alleen als die overheid in haar rol een andere positie krijgt. Het rapport ‘Nederland krijgt nieuwe energie’ laat wel  zien wat mogelijk is als de landelijke overheid de volgende 6 maatregelen neemt:

-Invoering Feed-in tarief voor hernieuwbare energie
-Simpel en aantrekkelijk aan te sluiten op het net
-0-tarief voor investeringen in nieuwe energie
-Laagdrempelige financieringsmogelijkheden bieden
-Start van minstens 12 pilotprojecten energieneutrale wijken in 2012
-Verplichting om alle nieuwbouw energieleverend te maken

Dat zal een VVD/CDA kabinet met gedoogsteun van de PVV allemaal niet doen. Daarom is, nog sterker dan eerder, de zet aan provincies en gemeenten om, ondanks deze landelijke perikelen, de eigen verantwoordelijkheid te nemen.

In hetzelfde rapport staat op pagina 19 een heldere aanbeveling die gemeenten zich moeten aantrekken: “De energietransitie biedt (…) een uitgelezen kans, mits de overheid daarbij wel de juiste garanties biedt waarbij hernieuwbaar geproduceerde energie voorrang krijgt op het net boven niet hernieuwbare energie en de overheid minimaal de kostprijs van de hernieuwbare energie garandeert tot 20 jaar. Deze overheidsgaranties worden gedekt door heffingen op niet-hernieuwbare energie en inefficente objecten. Door deze overheidsgaranties kunnen subsidies op investeringen ook komen te vervallen, omdat er een solide model is voor het terugverdienen van de investering. Dit maakt cooperatieve financieringsmodellen mogelijk en aantrekkelijk, waarbij consumenten en bedrijven zelf mede-eigenaar kunnen worden van bijvoorbeeld windmolenparken”.

In Lochem zoeken we, in lijn met het bovenstaande, die weg op. Dan is het waarschijnlijk niet nodig de overheidsgarantie te financieren uit een heffing op niet hernieuwbare energie. We geven op het zakelijk plan mogelijk een cash-flow garantie zodat de investeerder met de laagste rente kan opereren. De cash-flow garantie is slechts de extra garantie die nodig is om het risico-deel van de geldstroom van een cooperatieve vereniging te garanderen. Die is klein, want de windmolen of de zonnepanelen produceren immers gewoon electriciteit die (met groencertificaat) verhandeld kan worden. Het zijn slechts administratieve risico’s van startende cooperatieve verenigingen die moeten worden afgedekt. Zo kan een gemeente, simpel in de risicoparagraaf van haar begroting, een enorme ontwikkeling tot stand brengen.

Dan is in ieder geval die overheidslaag betrouwbaar en gaan de investeringen in duurzame energie onverminderd (of zelfs versneld) door, ongeacht de labiele politieke verhoudingen in de 2de kamer.

woensdag, 25 augustus 2010

Wilfred Rubens

Wilfred Rubens

Hyves Linkedin Twitter Flickr

LinkedIn groep iPad in learning (#in)

In didactisch gebruik technologie, mobile learning, ipad, learning, linkedin, sociaal, vandaag.

LinkedIn is sociaal netwerk dat vooral voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt (zie bijvoorbeeld mijn profiel). Binnen LinkedIn kun je ook groepen maken om met anderen van gedachten te wisselen.

Op het gebied van (t)e-learning zijn er ook diverse groepen te vinden. Een vrij recente groep heet: iPad in learning. Ik bleek vandaag het honderdste lid te zijn.

Jan de Laat

Jan de Laat

Hyves Flickr

we beginnen weer

Vandaag is mijn seizoen weer begonnen.

En ik heb een nieuw boek in mijn bezit "Voor buurt en Beweging". Negentig jaar sociaal-democratie tussen IJ en Amstel.

Het gaat over de geschiedenis van een roemrucht SDAP_district Amsterdam III, de partijafdeling van reuzen als Henri Polak, De Miranda en P.L. Tak.

Amsterdam- Oost dus, tussen 1903 en 1983.

Een vrij citaat van Querido toen Troelstra voor kiesdistrict III Tweede Kamerlid werd en Polak gemeenteraadslid: 'het district slaat alle liberalen, de meeste radicalen en meerdere clericalen ongegeneerd-fos op den smoel."

Arno Bonte

Arno Bonte

Hyves Twitter GR

NRC Handelsblad beste af in Rotterdam

GroenLinks wil dat het stadsbestuur NRC Handelsblad helpt met het vinden van een ‘bruisende locatie’ voor het hoofdkantoor in Rotterdam. Ook wil de partij dat het stadsbestuur kijkt hoe bij een nieuwe locatie een debatcentrum ontwikkeld kan worden. Fractievoorzitter Arno Bonte van GroenLinks wil daarmee voorkomen dat de krant naar Amsterdam verhuist. Morgen debatteert de gemeenteraad op initiatief van GroenLinks over de verhuisplannen van NRC.

NRC Handelsblad wil weg van de ‘inspiratieloze’ locatie langs de A20 in deelgemeente Prins Alexander. De nieuwe hoofdredacteur, Peter Vandermeersch, ziet het hoofdkantoor het liefst verhuizen naar Amsterdam. Die stad ‘bruist en leeft’ volgens hem en biedt in zijn ogen meer mogelijkheden voor de vernieuwingsambitie die hij heeft voor NRC Handelsblad. Zo wil Vandermeersch op een nieuwe locatie in een ‘Rode Hoed-achtige setting’ debatten en congressen organiseren om zo dichter in contact met de lezers te komen.

Volgens Bonte is juist Rotterdam de plek bij uitstek voor de vernieuwingsambitie van NRC Handelsblad. “De vernieuwing ligt in Rotterdam letterlijk op straat. De stad kenmerkt zich door een constante botsing van meningen en ideeen. Je ziet in de stad een enorme diversiteit op zowel sociaal als cultureel gebied. In Rotterdam komen de theorie en de praktijk elkaar tegen. Een krant die wil vernieuwen is beter op zijn plaats langs het bruisende water van de Maas dan aan het stilstaande water van de Amsterdamse grachtengordel.”

Bonte wil dat het stadsbestuur de voordelen van Rotterdam als vestigingsplaats bij de hoofdredactie van NRC onder de aandacht brengt en helpt bij het zoeken naar een ‘bruisende locatie’ in de Rotterdamse binnenstad voor het NRC-hoofdkantoor. “Ik denk bijvoorbeeld aan Central Post, het voormalige postkantoor naast het Centraal Station”. Die locatie is volgens Bonte prima te combineren met het huisvesten van een levendig debatcentrum. “Na de revolte van Fortuyn heeft Rotterdam samen met NRC Handelsblad een aantal spraakmakende debatten georganiseerd. Ik zie mogelijkheden voor een vernieuwend debatcentrum waar zowel de stad als de krant van kan profiteren.”


maandag, 23 augustus 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves DWARS

De wolk – Deborah Vanhouttem

In boeken & reviews, fictieverhalen, mobbing op de werkvloer, bedrijf, bewust, boeken, communicatie, eerste, filosofie, en meer.

Deborah Vanhouttem
De wolk

Fictie
Het Schrijversportaal, 2005
Paperback, 192 pagina’s

Bestellen

Samenvatting
Als Rebecca Rousseau een nieuwe job in een verzorgingshuis aanvaardt kan ze onmogelijk vermoeden wat haar allemaal te wachten staat. Het duurt niet lang voor ze in conflict raakt met haar machtswellustige baas, en ook haar collega’s keren zich zonder aanwijsbare redenen tegen haar. Alleen de nurkse Magdalena lijkt haar aanvankelijk een warm hart toe te dragen, maar ook daar komt snel verandering in. Is Rebecca het slachtoffer van een roekeloos spelletje mobbing? Als ze uit onverwachte hoek hulp krijgt wordt al snel duidelijk in wat voor luguber en dodelijk complot ze verwikkeld is geraakt. Een goede afloop ligt niet voor de hand…
Deze ‘sociaalfilosofische krimi’ is zeer on-Nederlands, maar toch toegankelijk. Bijna ongemerkt word je meegezogen in het spanningsveld van een meesterlijk complot, en dan kan je Vanhouttem niet meer naast je neerleggen. De Wolk is niet zomaar een thriller, of een sociaal-filosofisch traktaat. Het is een Weltanschauung op zich.
Als sociologe en pedagoge houdt Deborah Vanhouttem (1954) zich intensief bezig met kritische maatschappelijke vraagstukken, waarbij ze steeds de nadruk legt op zingeving. Haar focus op het innerlijke maakt dat ze zich aangetrokken voelt tot de belevingswereld van ouderen. Als auteur zoekt Vanhouttem naar een synthese van de kritische sociologie en oosterse filosofie Ze aanschouwt de chaos van de moderne tijd vanuit een heel ander perspectief en creëert zo weer ruimte voor wat de mens uiteindelijk is of probeert te zijn.

Review
De benadering van personages in dit boek spreekt me erg aan. De baas is een machtswellusteling met psychopatische trekjes, wat steeds duidelijker wordt, en hij doet zich in eerste instantie heel glad voor. Rebecca is zich meer en meer bewust van zekere psychologische spelletjes, waardoor ze steeds meer spijt heeft van haar keuze om in het verzorgingstehuis te gaan werken. Magdalena, wiens geschiedenis ook uiteengezet wordt, toont weinig emotie, maar zegt eerst goed met Rebecca te kunnen samenwerken. Vervolgens buigt Magdalena voor de baas, terwijl zij een functie heeft als hoofd verpleging, een functie die eigenlijk qua ‘rang’ gelijk is aan de meer naar management gerichte functie van Rebecca. Rebecca heeft uit drie kandidaten Magdalena gekozen voor deze functie, samen met haar baas. Maar die speelt een spelletje, en Magdalena is pion. Magdalena neemt steeds meer op zich, krijgt steeds meer macht, waardoor Rebecca uiteindelijk voor een heet vuur komt te staan. De baas gaat samenwerken met een ogenschijnlijk koele en gladde man, die ervoor kan zorgen dat alle bedden in het verzorgingshuis steeds gevuld zijn. Van leegstand krijgt Rebecca de schuld. Zij krijgt onverwachts hulp van een gevoelige man die in dienst is van het samenwerkingsverband. Ze ontrafelt stukje bij beetje de praktijken die gehanteerd worden bij het bedden vullen. Als climax confronteren zij en deze man de baas hiermee, tijdens een ontslagzitting van Rebecca, dat eigenlijk een showproces had moeten worden. In het bijzijn van Magdalena en de daaraan onderdanige andere ‘pionnen’, de verpleegsters, terwijl de vriend van Rebecca buiten wacht. De benadering is antroposofisch en psychologisch, Rebecca hangt in haar tijd buiten werk om naar het spirituele. De schrijfstijl en benadering zijn niet typisch voor een thriller. Het is in mijn optiek niet alleen maar een thriller, want er zijn meerdere verhaallijnen, die niet allemaal te maken hebben met het strafbare. Het is zeker geen typische whodunnit. Soortgelijke boeken zijn dan ook veel zeldzamer. Een van de onderwerpen in het verhaal, mobbing, is door de benadering zeer goed uit de verf gekomen. Het is hierbij duidelijk dat er door zo een bedrijf naar de buitenwereld toe iets heel anders wordt uitgedragen (de schrijfster beschrijft het standaardpraatje van de baas, dat Rebecca ook hoort wanneer ze net is aangenomen), dan wat er achter de gesloten deuren gebeurt. Het belang hierbij is natuurlijk het imago van het bedrijf. Er zijn weinig mensen die van een bedrijf met een slecht imago gebruik willen maken, of er willen werken. Dit gebeurt meestal bij mobbing, wat de gedupeerde alleen maar ongeloofwaardig maakt. Rebecca wordt aanvankelijk ook niet geloofd door haar beste vriendin, die ze daardoor wat naïef vindt. De achter-gesloten-deuren-praktijken vormen een groot onderdeel in het boek, waarbij een gebrek aan zelfreflectie van baas en ‘pionnen’ en fatsoenlijke communicatie centraal staan. Psychologische spelletjes, dus. De focus ligt hier wel op de omstandigheden omtrent baas en werknemers, en niet zozeer de ouderen onderling.

Bestellen


vrijdag, 20 augustus 2010

John Jorna

John Jorna

Straks spijt van je stem?

OP DE BLAREN ZITTEN

Als wij vroeger iets doms gedaan hadden en klaagden over de gevolgen, gebruikte mijn moeder altijd het spreekwoord: “Wie zijn bips verbrandt, moet op de blaren zitten”. Toen onze kinderen nog jong waren hadden we nog een kolenhaard en later een gashaard. Mijn vrouw was altijd bang, dat de kinderen zich aan de haard zouden branden en hield ze er altijd bij weg. Soms zei ik wat pesterig: “Ze hoeven maar één keer die haard aan te raken en daarna doen ze het nooit meer!”. Daar moet ik vaak aan denken als ik mij verdiep in de PVV-stemmer en soms ook als ik denk aan een deel van de CDA-stemmers. Het zou mij niet verbazen als zij straks ernstig teleurgesteld zijn in het nieuwe beleid. Als ze merken hun vingers te hebben gebrand, zullen ze het dan nooit meer doen? Het CDA verstaat de kunst met een redelijk sociaal program te komen, waarna er vervolgens een beleid komt waarbij vooral de welgestelden bevoordeeld worden. Het lijkt erop, dat de kiezers dat langzaam doorkrijgen. De welgestelden zijn voor de zekerheid naar de VVD gegaan en de ontevredenen hebben uit protest PVV gestemd. De brave CDA-ers zijn gebleven, maar als het CDA met de PVV in zee gaat zullen velen daarvan het CDA voortaan mijden. Zullen de VVD- en PVV-stemmers terugkomen? Zullen veel PVV-stemmers weer even hard weglopen als ze gekomen zijn? Namelijk als ze merken, dat van de mooie sociale beloften van Geert W. in dit rechtse kabinet weinig terecht komt. Vroeger moesten sommige van mijn leerlingen op hun eerste rapport een forse onvoldoende scoren, voordat ze beseften, dat je ook voor een vak als aardrijkskunde wat moet doen, goede aantekeningen maken, je huiswerk maken en leren, verdacht zijn op onverwachte overhoringen en zorgen, dat je ook bij inzichtvragen goed antwoord kon geven. Eigenlijk geldt dat allemaal ook voor de politiek. Als je niet oplet krijg je gemakkelijk teleurstellende resultaten. Maar ja, op dit moment is dat rechtse kabinet er nog niet. Trouw meldde vanmorgen, dat een dissident in de CDA-fractie zit. Dan is ook het GPV nodig. En er zijn nog genoeg CDA-ers, voor wie hun geweten meer telt, dan de centen.

Er worden ook vreemde dingen over democratie gezegd. Geert W. beweert, dat de democratie eist, dat er rekening gehouden wordt met de anderhalf miljoen PVV-stemmers. Wel de 24 PVV-Kamerleden kunnen toch gewoon stemmen en die stemmen worden toch gewoon meegeteld. Maar de bijna een zesde van de stemmen zijn natuurlijk niet belangrijker dan de 30 van de PvdA en de tien van D66 en de tien van GroenLinks en de vijftien van de SP en de vijf van de CU en de twee van de Dierenpartij. Dat zijn er samen 72, precies drie keer zoveel als de PVV. Deze partijen zouden evengoed regeringsverantwoordelijkheid moeten krijgen als je de redenering van Geert W. volgt.

Van democratie heeft de PVV toch al weinig kaas gegeten. De kiezers kennen Geert W. en een paar Kamerleden, die al in de vorige kamer zaten, maar de rest was en is onbekend. Twee kandidaten moesten zich terugtrekken, toen er het een en ander over hen bekend werd. Er zijn geen partijleden, die bepalen wie er op de lijst komt. Dat wordt nog wat als er straks kandidaten voor de Provinciale Statenverkiezingen moeten worden geselecteerd. Het wordt vooral interessant om te zien of Geert W. iedereen in zijn fractie in de hand houdt. Een paar dissidenten over de pensioenen en de AOW-leeftijd en er zijn al problemen met het gedogen. Dat de VVD en het CDA er zomaar op rekenen, dat de PVV een betrouwbare partij is; het is zeer verwonderlijk.

Als de coalitiebesprekingen slagen worden het bijzondere tijden. De belastingen gaan dan misschien niet omhoog, maar mijn AOW-uitkering zal nauwelijks stijgen en mijn pensioen wordt zeker niet geïndexeerd en allerlei voorzieningen worden duurder, het eigen risico in de ziektekostenverzekering wordt hoger en sommige zaken verdwijnen uit het basispakket. We komen er wel doorheen, maar we moeten er nog meer dan tot nu toe op letten, of er mensen in onze omgeving echt in de problemen komen.

Jaargang 3, Nr. 125.

donderdag, 19 augustus 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves DWARS

Hoogbegaafden en problemen op het werk

Het hieronder geschreven stuk is, hoewel anders opgeschreven, gebaseerd op de problematiek zoals die geschetst wordt in het volgende artikel:

Hoogbegaafden aan het werk
Auteurs: Noks Nauta, Frans Corten (2002)

Onderzoek naar en (h)erkenning van hoogbegaafden op het werk (persoonlijke noot van Mobblog)
Het is nog niet tot nauwelijks structureel onderzocht tegen welke problemen hoogbegaafden op het werk kunnen aanlopen, en hoe hun omgeving hun handelen verkeerd kan opvatten. Ze zijn geen gemiddelde en worden regelmatig als onaangepast bestempeld. En niet elke hoogbegaafde is ooit daarop getest, herkend of erkend. Het is ook lang niet altijd bespreekbaar. Wel heerst de algemene verwachting dat hoogbegaafden zich aanpassen aan de normen op het werk, ook in sociaal opzicht. Veel problemen zouden voorkomen kunnen worden door andere functie-inhoud of arbeidsomstandigheden. Dan is therapie voor hoogbegaafden niet nodig. Daar zitten ze ook lang niet altijd op te wachten. De hoogbegaafde is immers iemand van wie bijna in elke groep mensen aanpassing wordt verwacht, wat kan leiden tot een gevoel van onbehagen: waarom moet ik me altijd aanpassen? De verwachtingen van de bedrijfscultuur waarin de hoogbegaafde werkzaam is kunnen tot onaangename situaties leiden, die vooral geleid wordt door onbegrip van de omgeving ten aanzien van de hoogbegaafde. Deze kan dan vanwege zijn anders-zijn buitengesloten worden. De hoogbegaafde is zich echter niet altijd bewust van zijn intelligentie en hierdoor wordt eventuele onkunde onterecht als onwil geïnterpreteerd door anderen. De hoogbegaafde spreekt lang niet altijd de ‘taal’ van de omgeving. Maar hoe vaak worden zij aldaar gepest om wie ze zijn? Er zijn nog geen ‘getallen’ beschikbaar. Situaties van onbegrip, buitensluiting of zelfs pesten kunnen voorkomen worden wanneer hoogbegaafden op de juiste plek, een in een voor hen prettige omgeving aan het werk zijn.

Wat is hoogbegaafdheid?
Naar huidig inzicht is 2% van de bevolking dermate intelligent, dat hierdoor problemen op werk kunnen ontstaan. De hoogbegaafde zou juist een gewaardeerde kracht kunnen zijn, die met creatieve eigen manieren van complexe problemen oplossen een unieke bijdrage kunnen leveren. Helaas disfunctioneren veel hoogbegaafden op werk en zijn ze ongelukkig, met alle gevolgen van dien. Er is echter geen algemeen geaccepteerde definitie van hoogbegaafdheid. Erkende IQ-tests zijn tamelijk, maar niet 100% betrouwbaar. En voor werkprestaties zijn ze niet voorspellend. Er zijn vele soorten intelligentie: linguistisch, logisch-matematisch, ruimtelijk-visueel, muzikaal, lichamelijk, naturalistisch, emotioneel, intrapersoonlijk. In literatuur en in tests gaat het vooral om de eerste drie. De laatste twee worden tot de emotionele intelligentie gerekend.
Hoogbegaafden zijn niet allemaal hetzelfde. Wel zijn er veelvoorkomende kenmerken.

  • Snelheid van denken: sneller, gedachtesprongen, lijken soms onnavolgbaar;
  • Hooggevoeligheid: uiting op psychomotorisch, sensueel, intellectueel, imaginatief en emotioneel vlak, zintuigelijke overprikkeling kan zich auditief, visueel of in de tastzin uiten;
  • Introversie: hoogontwikkelde interne wereld, eerst mensen op afstand houden en de kat uit de boom kijken;
  • Emotionele ontwikkeling: sterke emoties, maar cognitief denken overheerst en is soms verder ontwikkeld;
  • Creativiteit: denken globaler en met sterk voorstellingsvermogen, herkennen patronen snel, lijken soms onnavolgbaar, dit wordt gefrustreerd in regulier onderwijs;
  • Onafhankelijkheid: autonome oordeels- en meningsvorming, non-conformistisch, lijken ‘onaangepast’;
  • Perfectionisme: eigen hoge normen, spanning;
  • Leerstijl: explorerend op vlakken van interesse, zoeken veel achter vragen;
  • Faalangst, onderprestatie: bij te weinig stimulatie van intelligentie door omgeving.

Problemen van hoogbegaafden op werk
Het is nauwelijks onderzocht hoe hoogbegaafdheid zich uit op werk en hoe dit door de hoogbegaafde zelf wordt ervaren. Inspiratie en motivatie blijken belangrijker dan kennis en kunde. De omgeving heeft vaak een heel andere visie dan de hoogbegaafde:

  • De hoogbegaafde benoemt vaak een groot rechtvaardigheidsgevoel, onbegrip van ideeën maar wel gelijk, bedreigend voor collega’s, tegenwerking, dat het langzaam gaat, haast alles interessant vinden en niet weten wat te willen, weinig waardering ontvangen, vaardigheden worden niet gezien, snel afgeleid, een hekel aan social talk, niet in herrie kunnen werken.
  • De omgeving signaleert conflicten van de hoogbegaafde met management en autoriteiten, en verder luisteren ze slecht naar anderen, zijn hun motieven moeilijk te plaatsen, timen ze slecht in vergaderingen, fluctueert hun functioneren, is discipline niet altijd aanwezig, ze stellen eisen aan omgevingsfactoren en zijn niet sociaal, ook de beste inzetbaarheid is lastig te bepalen.

Functies die volgens de auteurs passend zouden zijn voor hoogbegaafden zijn adviesfuncties, creatieve beroepen, specialistische functies of een eigen onderneming. Deze moeten bij hoogbegaafden vooral gedreven worden door motivatie en interesse.

Strategieën en eventuele begeleiding van hoogbegaafden
In het artikel worden de strategieën van hoogbegaafden in vijf categorieën verdeeld, waarbij de plaats van hoogbegaafdheid in leven en loopbaan uiteengezet wordt. Dit zijn:

  • onopvallend: vooral negatief;
  • geaccepteerd: vooral positief;
  • sociaal: vooral positief;
  • confronterend: vooral negatief;
  • isolement: vooral negatief.

Psychologen, coaches en loopbaanbegeleiders begrijpen dat hoogbegaafden snel kunnen denken, maar niet altijd hun eigen ontwikkeling of loopbaan kunnen sturen, en alle problemen van dien. Hun begeleiding en advies focust zich op de motivatie en interesses van hoogbegaafden.

Het volledige originele artikel ontvangen? Mail mobblogmail@yahoo.com


zondag, 15 augustus 2010

Marko Draisma

Marko Draisma

Twitter

Einde gesprek

Het lijkt nog zo kort geleden. Je kwam op school en wist dat een groot deel van de klas ook had gekeken naar "Dit is Adriaan van Dis", "Een uur Ischa" of "Van Kooten en De Bie" (later "Keek op de week"), of die conference van Freek de Jonge. Dat was soms keihard lachen, maar je werd ook diep verontwaardigd of oprecht beschaamd, soms zelfs geschokt. En daar werd lang over nagepraat. Zoiets als wegzappen bestond nog niet.

Afgelopen donderdag meldde Jan Benjamin in het NRC dat surseance van betaling is aangevraagd voor "Het Gesprek". Geen groot sociaal drama, zo wordt het gemeld, slechts enkele vaste medewerkers zullen worden ontslagen. Het was misschien wat naïef te veronderstellen dat je een tv-zender in de lucht kunt houden met louter interviews, zo wordt nu gesteld door de initiatiefnemers.

Zover is het inmiddels dus gekomen. Van twee zenders naar een pakket van ruim 50 zenders. Films, spelletjes, sport, muziek, voor ieder wat wils, zapt u maar. Schokkende beelden zien we liever niet, hoewel het ons eigenlijk niet meer zoveel doet. Praatprogramma's mogen heus ook wel zo af en toe, mits niet langer dan zo'n 10 minuten per gast, en dan liefst wel met een leuk koppie.

Soms verlang ik erg terug naar die twee zenders van toen.

Aantal berichten op deze pagina: 10. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 315 uur (13,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,8 bericht per dag, 5,3 per week.

Pagina: 1