De gangbare theorie waar de Nobelprijswinnaars, Obama en Gore, het over eens zijn is: meer CO2 in de atmosfeer veroorzaakte de opwarming tussen 1975 en 2000.
En als je de CO2-concentratie en de gemiddelde temperatuur op aarde naast elkaar zet in één grafiek, dan zie je een duidelijke correlatie. (klik voor een vergroting)

(klik voor een vergroting)
Sinds de eeuwwisseling (2001 – 2010) is het niet verder meer opgewarmd. Terwijl de CO2-concentratie bleef stijgen.
Volgens klimaatscepticus Roy Spencer is de hoeveelheid bewolking rond de evenaar van grote invloed op de temperatuur. De hoeveelheid bewolking in de tropen daalde tussen 1983 en 2000 van ca. 65% tot ca. 60%.
Minder bewolking betekent dat er meer zonlicht het aardoppervlak bereikt: het wordt dus warmer. In onderstaande grafiek is die negatieve correlatie tussen de hoeveelheid bewolking en de temperatuur zichtbaar.
(klik voor een vergroting)

(klik voor een vergroting)
Na het jaar 2000 is de hoeveelheid bewolking weer licht toegenomen. En dat kan een verklaring zijn voor het uitblijven van verdere opwarming.
(klik voor een vergroting)

(klik voor een vergroting)
Er zijn geen gegevens over de hoeveelheid bewolking voor 1983: toen werden er nog geen beelden van de aarde gemaakt met geostationaire satellieten.
Maar er is wel een theorie van de Deen Henrik Svensmark over de invloed van bewolking op de temperatuur van de atmosfeer.
Volgens Svensmark veroorzaakt hoge zonne-activiteit, zoals die optrad tussen 1975 en 2000, een afname van de bewolking en daardoor warmt de atmosfeer op.
De lage zonne-activiteit in de 17e en 18e eeuw, zorgde voor meer bewolking en veroorzaakte daardoor de Kleine IJstijd.
De klimaatmodellen van het IPCC voorspellen een voortgaande opwarming voor de komende 90 jaar.
Maar wat zeggen de IPCC-klimaatmodellen over de bewolking tussen nu en het jaar 2100?
Neemt de bewolking toe?
Of wordt het ieder jaar zonniger?
Bron van de grafieken: climate4you.com