maandag, 6 september 2010

Theo Brand

Theo Brand

Het CDA staat niet voor emancipatie maar voor bange middenklasse

Het feit dat een kleine minderheid binnen de CDA-top bezwaren heeft getoond tegen politieke samenwerking met de PVV, laat de ware aard van het CDA zien. De christen-democraten vormen  onder leiding van Maxime Verhagen een politiek conservatieve beweging. CDA Tweede Kamerleden met principiële bezwaren tegen de PVV zijn op de vingers van één hand te tellen en fungeren als electorale decoratie. En CDA-kamerleden die liever met de PvdA, D66 of GroenLinks samenwerken behoren tot een uitstervende diersoort. 

De kracht van het CDA was ooit de machtspositie in het politieke midden. Lubbers en Kok werkten van 1989 tot 1994 redelijk succesvol samen in het langstzittende na-oorlogse kabinet, dat weliswaar de rit niet geheel uitzat. CDA-minister Bert de Vries stond bekend als “de achtste PvdA-minister”. Hoewel het CDA door de jaren heen wel een voorkeur had voor samenwerken met de VVD, was het CDA programmatisch gezien een echte middenpartij met oog voor sommige wensen van links.

Onder de kabinetten Balkenende sloeg het CDA definitief af naar rechts. Het CDA wilde ‘meer samenleving’ en ‘minder overheid’ . Deze valse tegenstelling leidde tot meer marktwerking, minder solidariteit en juist een verschraling van de samenleving.   Dieptepunt is het verkiezingsprogramma 2010-2014 waarin het CDA aangeeft in tijden van economische crisis de hypotheekrenteaftrek – feitelijk een overheidssubsidie voor de beter gesitueerden in ons land – volledig overeind te willen houden. 

In 1996 schreef hoogleraar politieke filosofie prof. Henk Woldring een uiterst doorwrocht boek: ‘De Christen-Democratie. Een kritisch onderzoek naar haar politieke filosofie.’ Woldring, die jarenlang senator was voor het CDA, concludeerde dat het CDA een ‘gematigd progressieve politieke beweging’ is. Of tenminste… zou moeten zijn. De partij komt immers voort uit emancipatiebewegingen van katholieken en protestanten die opkwamen voor hun rechten en ontplooiing.

Maar het manco van emancipatiebewegingen is dat wanneer de strijd voor de eigen rechten bereikt is, er blijkbaar een hemel op aarde gerealiseerd is. Het enige wat dan nog hoeft te gebeuren is zorgen dat alles bij het oude blijft. Kom dus niet aan mijn hoge hypotheek, grote auto en veilige achtertuin. Dat lijkt de ware emotie van het CDA te zijn, de verlichte bespiegelingen van de gematigd progressieve professor Woldring uit 1996 ten spijt.

In een land waarin honderdduizenden kinderen in relatieve armoede opgroeien, de kloof tussen rijk en arm wereldwijd blijft toenemen, duurzame ontwikkeling weinig kans krijgt en hiermee samenhangend zich een klimaatcrisis manifesteert met vluchtelingenstromen tot gevolg, staat de C van het CDA eerder voor belangenbehartiging van een bange middenklasse dan voor emancipatie. Geen wonder dat de meeste CDA-kamerleden de PVV als electorale concurrent zien die het beste kan worden ingekapseld door er politiek mee samen te werken.


zaterdag, 4 september 2010

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

PTK (Phototherapeutische keratectomie) behandeling

De woensdag na carnaval 2009 (25 februari 2009) is een dag die ik nooit meer zal vergeten!

Het was redelijk mooi weer en ik was buiten bezig om de Campsis (trompetbloeier) te snoeier.

Opeens schoot er een takje los en leek mijn oog te raken. Dus snel naar binnen en in de spiegel kijken en flink wrijven want het voelde alsof er een klein stukje stof of zand in mijn oog zat.

Na wat wrijven leek het weg te zijn en dacht ik dat er niks aan de hand was.

Die nacht werd ik wakker omdat mijn oog sterk geïrriteerd aanvoelde. Toen ik de lamp van de badkamer had aangezet kreeg ik allebei mijn ogen niet open, het leek wel alsof ik vastgebonden op een stoel zat en ze van die klemmen in mijn oog hadden gedaan en me recht in de zon lieten kijken.

Na 15 minuten kon ik eindelijk mijn ogen enigszins openen. Waarbij ik dus flink in mijn ogen begon te wrijven om dat stukje plant of wat het dan ook was eruit te krijgen.

Helaas bleek niks te helpen en dacht ik aan de uitzending die ik die avond op tv had gezien. Iemand had namelijk iets in zijn/haar oog gekregen en kreeg het er niet uit, de huisarts kon heel makkelijk het ooglid oprollen op een wattenstaafje en kon zo het vuiltje eruit halen.

Dus die ochtend de huisarts gebeld en kon die dag meteen terecht.

Helaas was er geen vuiltje te zien, maar wel dat mijn hoornvlies beschadigd was.

Dus een oogverband en zalf meegekregen om dat 2 dagen te gebruiken. Na die 2 dagen was het erg pijnlijke gevoel weg en kon ik weer gewoon zien. Dus alles leek opgelost te zijn...

Tot het wondje in mijn oog weer opensprong en ik doorverwezen werd naar de oogarts. Na druppels en ooggel bleek het wondje toch nog vaak 's morgens open te springen.

De reden hiervan is dat het bovenste laagje van mijn hoornvlies zich niet goed kon hechten aan de laag onder het epitheel. Elke morgen bij het wakker worden, trok het ooglid het bovenste laagje los van het onderliggende laagje en dan was het weer 2 dagen oogverband en ooggel gebruiken.

De naam voor dit probleem heet: recidiverende cornea erosie.

Dus wederom terug naar de oogarts en de volgende oplossing was om een bandagelens te gebruiken. Een soort van contactlens zonder sterkte die je gewoon dag en nacht kunt inhouden.

Die lens heb ik ruim een half jaar in gehad en het wondje leek genezen te zijn. Maar een week nadat de lens eruit was, was het 's morgens weer raak.

De opties van druppels, ooggel en bandagelens waren dus niet de oplossing. Toen was er waarschijnlijk nog maar één optie namelijk een laserbehandeling.

De oogarts in Eindhoven heeft me toen doorverwezen naar de oogarts in Helmond. Die oogarts is namelijk gespecialiseerd in het behandelen van dergelijke gevallen met een laserbehandeling.

Dus na allerlei onderzoeken in het ziekenhuis, zoals opmeten van de pupil bij donker en bij licht, soort kleurenkaart van mijn oog, sterkte meten etc. was de conclusie dat de laserbehandeling ingezet kon worden.

Dus na enkele weken wachten, voornamelijk op de ziektekostenverzekering om het vergoed te krijgen was het afgelopen woensdag zover!

Na 18 maanden en 1 week zou ik dan eindelijk verlost gaan worden van mijn klachten.

Dus afgelopen woensdag naar Nijmegen toe, want de oogarts voert daar namelijk de laserbehandelingen uit. Na een hele tijd wachten, want de oogarts voert naast de laserbehandelingen ook operaties uit en natuurlijk ook spreekuur op de polikliniek en was dus later dan gepland.  Kreeg ik uitleg over de medicijnen die ik zou moeten gebruiken na de ingreep. Na de uitleg van al die druppels en ooggel kreeg ik verdovende druppels in mijn oog.

IMAG0101
Alle medicijnen: Trafloxal, Indocollyre, Vidisic, FML en Paracetamol-Codeïne

Na nog een hele tijd wachten was ik dan eindelijk aan de beurt. In een soort tussenruimte moesten we een haartje opdoen, wit jasje aan en van die blauwe plastic over onze schoenen aantrekken.

IMAG0086

Op een bed moest ik wachten tot de laser getest was om daarna op mijn rug te gaan liggen en onder de laser geschoven te worden.

IMAG0088

Ik moest recht omhoog kijken naar een groen knipperend lampje en een rood constant schijnend lampje. Rondom zitten nog 4 soort van tentakels met allemaal LED-lampjes. Het is best eng als je daar zo onder ligt want je weet niet wat je gaat voelen, ruiken of horen.

Nadat het bed iets omhoog gezet was, werd de laser met allerlei waarden ingesteld.

IMAG0089 IMAG0091

Nadat de gegevens ingesteld waren, werd de laser opgewarmd. Tijdens het opwarmen werd een ooglidspreider geplaatst. Dit lijkt heel irritant te zijn, maar door de verdovende druppels en andere druppels heb je vrijwel niet de neiging om te knipperen.

De oogarts plaatst daarna een soort buisje op je oog om het bovenste laagje van het hoornvlies te verwijderen, ook wel epitheel genaamd. Na het soort buisje wordt er met een klein apparaatje het epitheel van je oog gehaald.

Na het weghalen van het epitheel wordt een doekje op het oog gelegd, zodat je alleen een klein beetje met je rechteroog kunt zien.

Nadat de laser op temperatuur is en alles nogmaals gecontroleerd is, gaat de laserbehandeling duren.

IMAG0095

Gelukkig vertelde de oogarts hoe lang de laser behandeling zou gaan duren:
"De laserbehandeling gaat 12 seconden duren."

IMAG0092

Je voelt een soort prikje in je oog zodra de laser begint en daarna voel je niks meer, maar een sterke vieze geur komt er voor in de plaats van het verbranden van weefsel. Het laagje wat de oogarts handmatige heeft weggehaald wordt nu met de laser gepolijst zodat het nieuwe epitheellaagje zich beter kan hechten.

Na weer wat druppels wordt de bandagelens in het oog geplaatst en wordt tenslotte de ooglidspreider weggehaald.

Na een paar keer knipperen en even bijkomen, mag je weer naar huis.

Het eerste wat ik deed na de behandeling was snel één oog dichtknijpen om te zien hoe het zicht met mijn linkeroog was. Gelukkig kon ik nog zien! (Die zorgen waren helemaal niet nodig, want aan de sterkte van mijn zicht is niets gedaan)

Na ongeveer een uur waren de oogdruppels uitgewerkt en was het dus zorg om pijnstillers en pijnstillende oogdruppels te gebruiken.

De eerste 2 dagen voelt het oog als een lasoog, tranend, brandend en je kunt beide ogen bijna niet open krijgen. Het lijkt ook alsof er een stuk glas in je oog zit wat af en toe in je oog snijdt.

Nu 2,5 dag na de ingreep kan ik beide ogen openhouden zonder pijn, alleen is het zicht erg wazig van het oog wat gelaserd is. Alleen heel dichtbij kan ik scherp zien, maar veraf is het erg wazig.

Maandag gaat de bandagelens eruit, en zal gekeken worden hoe de laserbehandeling is verlopen.

Nadat de bandagelens eruit is, moet ik nog 3 maanden dagelijks druppelen en elke keer als ik naar buiten ga een zonnebril opzetten om mijn oog tegen UV-licht te beschermen.

Helaas blijkt in mijn rechteroog ook nog enkele kleine plekjes te zitten die een zelfde effect kunnen gaan geven zoals in mijn linkeroog. Dus op termijn zal ik nog een keer gelaserd moeten worden maar dan voor mijn rechteroog.

donderdag, 2 september 2010

Pepijn Zwanenberg

Pepijn Zwanenberg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr GR

Nederlandse woonlasten hoogste van Europa

Vandaag heb ik samen met Chiel Rottier onderstaande schriftelijke vragen ingediend.

Afgelopen week bleek uit een onderzoek van de Europese Commissie dat de woonlasten in Nederland de hoogste van Europa zijn. (http://www.socialsituation.eu/WebApp/ResearchNotes.aspx). In Nederland slokken de woonlasten gemiddeld 30,9% van het besteedbaar inkomen op, terwijl het Europese gemiddelde 22,2% is. Met name huurders hebben met een percentage van 38,7% een hoge woonlastenquote. Opvallend is ook de hoge woonlastenquote van de 20% huishoudens met de laagste inkomens in Nederland: bijna de helft (47,4%) van hun besteedbaar inkomen gaat op aan woonlasten.
Ondanks dat een aantal uitkomsten niet helemaal als een verrassing kwam is GroenLinks geschrokken van de uitkomsten van dit onderzoek. De Woonbond stelt in een reactie dat de woonlastenquote omlaag moet naar maximaal 25% van het besteedbaar inkomen.

Wij gaan ervan uit, dat u kennis heeft genomen van dit onderzoek van de Europese Commissie. De GroenLinks fractie heeft naar aanleiding van dit onderzoek de volgende vragen:

1. Heeft het college inzicht in de woonlastenquote van Utrechters in zowel koop- als (sociale) huurwoningen? GroenLinks is vooral geïnteresseerd in de cijfers voor de Utrechtse huurders, omdat huurders kennelijk het hardst getroffen worden.

1. Indien deze cijfers bekend zijn, kunnen we deze dan krijgen? Indien deze niet bekend zijn, deelt het college dan de mening van GroenLinks, dat deze onderzocht moeten worden als onderleggers voor het volkshuisvestings- en armoedebeleid.

1. Is het college het met ons eens dat de een woonlastenquote van boven de 25%, met name voor mensen met een laag inkomen, onwenselijk is?

1. Welke maatregelen denkt het college te kunnen nemen - alleen, dan wel in overleg met corporaties - om deze omlaag te krijgen?

1. Kunt u ons informeren over het aantal huurders van corporaties, dat een betalingsachterstand heeft t.a.v. de huur en de energiekosten, om welke totaal bedragen dat gaat en tot hoeveel deurwaarder acties, afsluitingen en huisuitzettingen e.e.a. in 2009 en de eerste helft van 2010 heeft geleid.

1. Is het college het met ons eens, dat de uitslag van dit Europees onderzoek een extra reden is om bij herstructurering - binnen de goedkope en betaalbare woningvoorraad - grootonderhoud of renovatie tot uitgangspunt te nemen en een terughoudend huurbeleid te bepleiten bij verhuurders.

7. Is het college bereid aan te dringen bij een nieuw kabinet om maatregelen te nemen de woonlastenquote in Nederland omlaag te krijgen?



Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Werk aan de winkel

werk aan de winkel

De gemeente Ede staat voor een zware opgave. Er moet tot 2014 12 miljoen euro worden bezuinigd. Een fors bedrag. Deze bezuinigingen verschijnen als donkere wolken aan de horizon. Maar linksom of rechtsom, het gaat de komende jaren pijn doen in de portemonnees van de inwoners van Ede. Hoe pijnlijk ook, de gemeenteraad zal moeten kiezen.

 

Juist onder moeilijke omstandigheden kan een gemeentebestuur laten zien wat ze waard is. En juist nu valt dit college bij de eerste de beste vuurproef door de mand. Ze doet voorstellen waarbij:

 

o     niet naar de lange termijn wordt gekeken

o     het sociale hart weg wordt gehakt uit de gemeente en

o     geen oog is voor natuur en landschap.

 

Maar omdat er geen helder kader is kunnen de keuzes niet worden uitgelegd. En dan komen vragen boven die eigenlijk niet te beantwoorden zijn zoals:

o     Waarom wel bezuinigen bij het Luntersche Buurtbosch en niet bij de Edese bossen?

o     Waarom wel bezuinigen bij de Oude Hofstede of zorgboerderij De Proosdij en niet bij de schaapskudde

 

Het college schrijft wel dat sportclubs en vrijwilligers als het cement in de samenleving worden gezien en dat minima kunnen rekenen op steun maar in de praktijk is dit toch wel even anders want voorzieningen als

 

o     Witgoedregeling voor minima

o     Computerregeling voor minima

o     Collectief vraagafhankelijk vervoer voor ouderen

o     Welzijn en zorg voorzieningen voor ouderen

o     Schoolzwemmen

 

worden gewoon wegbezuinigd. En dat terwijl een goede minimaregeling veel leed kan opvangen.

 

GroenLinks/PE kan zich totaal niet vinden in de door B&W voorgestelde begroting en maakt andere keuzes om de bezuinigingen het hoofd te bieden. Voor GroenLinks/PE is het sociale aspect en het milieu van immens belang zijn. De eerder genoemde voorzieningen voor jongeren, ouderen en minima willen wij handhaven. Verder zijn de ecologische verbindingszones essentieel om de gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te bieden. Hier moet je dus nu aandacht aan geven anders zijn de gevolgen niet meer te overzien. Daarnaast past milieueducatie bij een gemeente die zichzelf graag groen noemt en millenniumgemeente is. Ook dit moet je dus handhaven.

 

Volgens GroenLinks/PE kan worden bezuinigd op:

 

o     Grote projecten als Spoorzone en Veluwse poort,

o     Kenniscampus Zandlaan

o     Akoestiek raadszaal

o     Citymarketing

o     Hoeven (semi) gemeentelijke kantoren niet op A-locatie te staan.

o     Als je meer thuis werkt en flexplekken gebruikt kunnen hele kantoren in de verkoop.

o     Als NS station “Veenendaal - De Klomp” een regio functie en P&R station wordt kan auto parkeren bij Ede - Wageningen worden ontmoedigd door ervoor te laten betalen. Er is genoeg OV naar het station toe.

o     In plaats van de grond voor sociale woningen duurder te maken zoals nu wordt gedaan, maak je de grond voor ‘niet-sociale’ woningen duurder

o     Verkoop/verhuur snippergroen langs huizen. Onderhoud is duur en dit kan net zo goed door de bewoners zelf gedaan worden,

o      Vervang meer verkeerslichten door rotonden: die vragen geen stroom en onderhoud en hoeven niet vervangen te worden. De rotondes kunnen vervolgens worden verhuurd aan bedrijven.

 

Er moet werk worden gemaakt van een cultuuromslag. Inwoners, verenigingen en bedrijven kunnen meer worden betrokken bij de bezuinigingen. Nu is het vaak eenrichtingsverkeer en worden de bezuinigingen opgelegd. Vraag ook wat van inwoners en verenigingen en beloon activiteiten als:

o     het exploiteren van buurtvoorzieningen,

o     het beheer van de omgeving en

o     het onderhoud van het groen en de accommodaties.

 

Inwoners en verenigingen hebben veel expertise in huis die ze graag willen en kunnen inzetten. Mobiliseer die kennis. Daarmee voorkom je verschraling van de buurt.

    



woensdag, 1 september 2010

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

September 1941: joodse leerlingen van school af

In auto.
1 september 1941 was een ingrijpende dag voor joden in Nederland. Op die dag werden joden van zes jaar en ouder verplicht een Davidster of jodenster te dragen. Op dezelfde eerste september 1941 kondigden de Duitsers af dat joodse leerlingen niet langer op niet-joodse scholen werden toegelaten. Joodse kinderen moesten op last van de nazi’s van niet-joodse kinderen gescheiden worden.

In de absentielijsten van de openbare lagere school in Warffum, “ingericht met het oog op de Leerplichtwet”, wordt de maatregel pijnlijk duidelijk in de kolom “tussentijdse in- en afschrijving” (afschrijving is de wrange term in dit geval). De negenjarige Philip Benninga is de eerste die volgens de alfabetische absentielijst werd uitgeschreven. Op de volgende pagina zijn Goltje (12) en Jozef (9) van der Hal aan de beurt, gevolgd door hun nichtje Roza (7).

De joodse leerlingen bleven overigens wel leerplichtig en reisden dagelijks met de trein van Warffum naar Groningen. Daar waren in de Prinsenstraat en aan het Zuiderdiep lagere scholen voor joodse kinderen gesticht. Oudere joodse leerlingen kregen les in de Violenstraat. Lang hebben de joodse leerlingen helaas niet meer op en neer naar Groningen hoeven reizen. Al in 1942 werden alle joodse inwoners van Warffum via Westerbork af vernietigingskampen in het oosten van Europa afgevoerd.

Erik de Graaf

dinsdag, 31 augustus 2010

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Google Reader trends

In tech, google, google reader, reader, trends, artikelen.
Grappig in Google Reader: trends, hoeveel artikelen heb je gelezen, wat waren de voornaamste bronnen. Welke dagen, uren etc lees je vooral. Continue reading

maandag, 30 augustus 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves DWARS

Dresscode (25)

Ze had het toch wel graag anders gezien, maar haar man was nou eenmaal zo geworden als hij was. Ze wist nog dat hij zo goed kon dansen. Hoe hij haar had geleid over de dansvloer, en zij als een soort mal in zijn danspassen paste, zonder ook maar een stapje verkeerd te zetten. Hoe bedwelmd de sfeer ook was, door de alcohol, hoe opgetogen ze waren. Vrolijk, jong. En vol plannen.
Hij had haar al zien staan tijdens de ontgroening van de vereniging. Zij, de feuten, hadden in een rij moeten staan, naast elkaar. In achterlijke shirts, bevuild met modder. Ze moesten staan en staan. Er was een rij van vrouwen, en een rij van mannen, daarachter. Ze moesten naar de grond kijken. Voor hen was een groot podium opgezet. Daar waren de hogerejaars. De kampbeulen. En ze hadden gekeken, of er geen feut was die had opgekeken. Het was warm geweest, heel warm zelfs. Zo warm dat er een paar feuten onwel waren geworden, flauwgevallen. Die werden dan weggesleept, en als ze weer bij bewustzijn waren gekomen, werden ze teruggezet. Soms gingen ze weer. De rest, de andere feuten, moest maar naar de grond kijken. Als dwaze omstanders, niets anders doen. Maar ze had gekeken toen het meisje naast haar was neergegaan en werd weggesleept door twee jongens, van wie één bijzonder knap was. Hij had zonet nog op het podium gestaan, zag dat ze keek, en keek haar aan. Ze werd niet bestraft, in tegenstelling tot de anderen wanneer die het waagden om te kijken of van wie ze maar dachten dat ze gekeken hadden. Zij moesten gelijk naar de tijgerbaan. Met linten afgezet, waar je niet boven mocht komen. Het was daar extra modderig. Met zeep en viezigheid en eieren, waar ze dan doorheen moesten kruipen. Zonder dat ze zich daarna konden omkleden of verfrissen liepen ze dan de hele week in modderige kleren. Maar daar leed iedereen onder, want de tent was al één en al modder. Bijna niemand deed een oog dicht van de vuiligheid en het lawaai wat de ouderejaars in beschonken toestand maakten. De feuten mochten geen alcohol, maar op het podium dronken ze allemaal, een stuk of vijftien hogerejaars, bierglas in de hand, sommigen met een sigaret, genietend van drank en leedvermaak.
Ze wist niet wat ze daar was komen doen, bij het corps. Het was nou eenmaal de verwachting van haar familie om toe te treden. Ze zeiden dat de studententijd geen studententijd zou zijn zonder een vereniging. Het moest vooral studentikoos zijn. En anders kon ze natuurlijk nooit een goed sociaal netwerk smeden volgens haar familie, een netwerk voor later, want later zou dat allemaal handig zijn, zou dat allemaal van pas komen om door deze groepscohesie een echte team-player te worden, in het netwerk en daarbuiten, maar dat daarbuiten was natuurlijk wel lichtelijk inferieur. In het corps wisten ze zo af en toe wel iets over de politiek te zeggen, vooral in rechts-liberale trant, maar meestal waren ze puur aan het feesten. Het contact met die jongens en meiden was goed voor haar. Het zou haar vast en zeker in de wereld van de ondernemers, advocaten en beurshandelaren doen belanden, en wel als steun en toeverlaat van een echtgenoot in die branches. Als vrouw van, had haar familie gezegd. Naïef als ze was, had ze alles conform de verwachtingen van haar familie gedaan. Ze had nooit iets durven doen, zonder dat haar familie met haar moeder in het bijzonder, haar had gewezen op wat wel kon en wat niet wenselijk was naar het etiquette van verwachtingen. Zodoende was ze toegetreden.
De ontgroening had ze doorstaan, maar ze was toch meerdere malen ontzien, bedacht ze zich. Ze had het minder zwaar gehad dan haar meeste jaargenoten. Dat had ze nooit aan iemand verteld, bang als ze was voor vergelding omdat dit als vals spelen gezien kon worden. Ontzien, door die ene toen zo aantrekkelijke jongen. Hij bezat een extroversie, maar ordinair was hij niet. Hij had een zekere flair over zich. De grappen en opmerkingen die hij wist te maken, kon hij precies op het juiste moment plaatsen. Daar had ze bewondering, of ontzag voor. En dan zijn dans.. Toen was ze helemaal verkocht. Het dansfeest in de week na de ontgroening was in een veel te volle kroeg. De eerstejaars hadden maar plek moeten maken voor de hogerejaars. Er werden door hen mensen uit het publiek van eerstejaars getrokken om met de heren onder hen te dansen. Ze had toen al geweten dat zijn keuze niet willekeurig was geweest. Ze wist toen al dat ze voor hem bestemd zou zijn. Zo hadden haar ouders het ook graag gezien. Met zo een jongen kon ze thuis komen, en met zo een jongen was ze thuisgekomen.
De nieuwe leden werden geplaatst in de disputen. Hij en de andere hogerejaars zagen hen als plaatjes, bij wie ze telkens nagingen wie er aan de normen en voorkeuren van welk dispuut voldeed. Ze had zelf niet gevonden dat er veel verschil was tussen de disputen onderling. Alleen het nieuw opgerichte dispuut voor degenen die niet in elk ander al bestaand dispuut gekozen waren, daar had ze zich, zoals de verwachting ook was, verre vanaf gehouden, en met lichte gemaakte verachting had ze op hen neergekeken, zoals de personen uit alle andere disputen dat ook hadden gedaan. Voor deze outcasts was er eigenlijk geen plek geweest in de vereniging. Om imagoschade naar de buitenwereld te voorkomen, had de vereniging hen niet geheel geweigerd, doch stelselmatig neerbuigend uitgesloten door hen te isoleren in dat dispuut. Dat was dan het kneuzenjaarclubje. Zo werd het allemaal intern opgelost. Deze kneusjes, de overgeblevenen, zouden ondanks hun lidmaatschap subtiel worden uitgesloten van het later te behouden netwerk van alumni en reünisten. Meestal was er na een jaar al niet veel meer van het restgroepje over, en hadden ze zelf het veld geruimd. Voor de buitenwereld leek het dan net of ze vrijwillig het lidmaatschap hadden opgezegd, maar eigenlijk hadden ze simpelweg genoeg gehad van het niet voldoen en buitengesloten worden. Ze zochten vervolgens hun eigen weg.
Zijzelf was uitverkoren geweest in het dispuut dat al jaren het merendeel van de bestuurs- en commissieleden had aangeleverd. Het dispuut waarvoor zij onder meer door die knappe jongen geschikt was bevonden. Ze voelde zich vereerd en gevleid. Voldeed wederom aan de etiquette, en daarvoor moest ze blij en dankbaar zijn. Dankbaar had ze zich erbij neer te leggen. Ze moest genieten, dit was haar studententijd, die mocht niet, kon niet zomaar voorbij gaan, niet zonder het lidmaatschap en alles dat daarbij hoorde. Ze wist het. Ze voldeed. Ze was trots geweest. En hij was trots geweest. Ze was als een mascotte door hem binnengehaald. Dat had haar, voorzien van een curriculum vitae vol bestuurlijke ervaring in de vereniging, moeten leiden naar een goede plek in deze maatschappij.
Ze wist nog hoe ze dansten. Ze dansten vaker, en genoten keer op keer, sensueel bijna. Maar het genot was iets van het moment, het zou niet voor eeuwig zijn. Het was haar hoogtepunt geweest, een aanloop naar lotsbezegeling in huwelijkse verbintenis. Drie kinderen had ze op de wereld gezet. Zo was het plaatje compleet.

Dit fragment wordt deel van een groter geheel.


zaterdag, 28 augustus 2010

Pieter Tinbergen

Pieter Tinbergen

Hyves

Giek de gans

Hoewel ik niks tegen mekkeren heb, ik ben dol op geiten.
En om dit grapje even af te maken, ook niks tegen knorrigheid, ik ben namelijk ook dol op varkens, vind ik het wel tijd om na drie keer boos blaffen in een blogje, weer eens wat gezang te laten horen.
Ik ben namelijk ook dol op vogels.

Daarom maar het levensverhaal van Giek de gans..

Het is alleen wel weer een beetje een triest verhaal.
Giek de gans werd namelijk geboren twee jaar geleden in een vijvertje nabij Velserbroek.
Giek groeide vrolijk op in vijvertjes met zijn broertjes en zusjes. Dat werden er tijdens het eerste levensjaar wel wat minder vooral doordat een reiger in de buurt zijn broertjes en zusjes erg lekker vond.
Giek overleefde gelukkig en groeide op.

Kort voordat Giek drie jaar werd, viel zijn oog op Gaakje. Een ganzenvrouwtje dat hij had ontmoet tijdens een van de trektochten naar het zuiden. Hij had dus nogal wat kilometers met Gaakje afgelegd en dat was altijd gezellig.
Met wat parmantig heen en weer gewaggel maakte hij zijn gevoelens duidelijk aan Gaakje en ook Gaakje was nogal gecharmeerd van Giek die ze ronduit geweldig vond.
Ze wisten dan ook zeker dat ze voor altijd bij elkaar zouden blijven. Ganzen zijn namelijk monogaam.

Zoals dat gaat met ganzen zochten ze een plek om te broeden.
Helaas was de plek waar Giek was geboren niet meer beschikbaar want daar waren mensenhuizen gekomen. En dus zochten ze in de omgeving naar een andere nestplek.
Die vonden ze nabij een omgeving waar van die enorme vogels en enorme herrie vaak naarboven vlogen. Vogels die mensen vliegtuigen noemen.
Vooral Gaakje werd nogal depressief van de herrie die deze vogels maakten maar omdat ze verschrikkelijk veel hield van Giek en ook dolgraag wilde nestelen besloten ze met veel tegenzin om hier in de buurt te gaan nestelen. Er was tenslotte wel veel voedsel en water.

Het duurde niet lang of Gaakje legde een paar dozijn eieren.
Gaakje en Giek waren heel blij en ze waren voortdurend in de weer met hun kroost.
Op een dag besloot Gaakje zoals wel vaker even naar een vijvertje te vliegen en haar kroost even bij Giek alleen te laten.
Gaakje vloog in de motor van een vliegtuig en was op slag dood.
---------------------------------------------

Dit is een beetje sentimenteel weergegeven waar ik mij ook deze week weer eens boos over maakte.
Ganzen zijn geen plaag die slecht is voor de vliegtuigindustrie.
Vliegtuigen zijn in veel opzichten de knapste maar ook beroerdste uitvindingen van de echte plaag mens.

Jongens, kerosine is eindig.
Hou op met alles te willen doen om die vliegtuigindustrie in stand te houden.
Bedenk een maatschappij die zonder de vliegtuigindustrie kan.
Of bedenk een klimaatneutraal vliegtuig dat een paar honderd mensen kan vervoeren..
Maar daar geloof ik dus niet in.
Zo knap is zelfs de mens niet..

zondag, 22 augustus 2010

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter Blogreacties: Frank Hemmes

The Return of American History

Een pseudonieme reactie op mijn weblog over de (afwezigheid van) Amerikaanse geschiedenis heeft me aan het denken gezet. Mijn stukje over Amerika heeft denk op twee punten mensen op het verkeerde been gezet. Ten eerste mist het stukje een rigoreuze definitie van geschiedenis en ten tweede lijkt te impliceren dat het door mij gestelde afwezigheid van Amerikaanse geschiedenis negatief zou zijn.

Ten eerste, zonder definitie kan ik met gemak alles wat misschien geschiedenis zou kunnen zijn met een snel argument weg zetten. Zo wees de reactie mij erop dat ik de Indiaanse geschiedenis niet had genoemd, waar ik overigens in het Museum for the American Indian wel kennis van had genomen. Ik zou kunnen stellen dat dat dit geen Amerikaanse geschiedenis is, maar geschiedenis van andere volken die op het zelfde grondgebied hebben geleefd.

Het heeft denk ik geen zin om een precieze definitie van geschiedenis op te zetten. Het centrale punt van het stuk gaat namelijk niet over het al dan niet bestaan van geschiedenis, maar over hoe Amerikanen met hun verleden om gaan. Amerikanen gaan op een heel andere manier om het verleden om, dan bijvoorbeeld Nederlanders. Er zijn in Amerika geen (of nauwelijks) afgesloten hoofdstukken. In alle vraagstukken is er een lijn tussen het verleden het heden. De grote vraagstukken die speelden in de 19e  eeuw (migratie, grootte van de federale overheid, de relaties tussen zwarten en blanken) blijven allemaal actueel. Historische documenten als de Declaration of Independence zouden in Nederland allang al weg gestopt zijn in een archief (waar is de Acte van Verlatinghe overigens?). In Amerika blijft dit document een actuele rol spelen in politieke discussies. De vraagstukken die in Nederland in de 19e eeuw speelden (relatie tussen Koning en parlement, tussen protestanten en katholieken, de kolonisatie van Indonesie) zijn allemaal grotendeels afgesloten hoofdstukken.

Ik heb nog nooit een land gezien als Amerika, waarin verleden zo sterk aanwezig is, dat je kan stellen dat het nog geen geschiedenis geworden is. Dat is in mijn ogen niet iets negatiefs of slechts, maar iets wat te bewonderen waard is. Een discussie over migratie heeft in Nederland weinig historisch besef. In Amerika richt die discussie zich nu op het veertiende amendement van de grondwet, en zelfs in programma's als de Daily Show wordt er verwezen naar historische parlementaire debatten uit de 19e eeuw, over dat amendement. In Amerika leeft het verleden: omdat het politieke stelsel geen grote schokken heeft gehad, maar eigenlijk continu heeft gefunctioneerd sinds 1789. Amerikaanse presidenten staan in de schaduw van  Lincoln en Washington. En omdat het als civic nationalist staat voortdurend nieuwe groepen toe laat en deze vormt in de politieke idealen van hun founders. Amerikaanse musea over Afro-Amerikaanse geschiedenis, de Amerikaanse Indiaan, en over de Grondwet herinneren daaraan. Dat is volgens mij iets wat prijzenswaardig is.

Ik ben daarom ook een stuk positiever over het idee van Nationaal Historisch Museum dan ik zeg 3 jaar geleden was. Dit zou volgens mij een prachtige manier kunnen zijn om na te denken over onze eigen geschiedenis, niet als iets dat afgelopen is, maar iets dat onze samenleving heeft gevormd en blijft vormen. Een plek waar we vorm kunnen geven aan onze eigen Nederlandse identiteit: als een land waar democratie gelijdelijk is ontstaan omdat elites zich pragmatisch en flexibel opstelde; als een land dat gebaseerd is op de notie van godsdienstvrijheid en waar dat hand in hand kon gaan met vrijheid van meningsuiting. En als land dat altijd als een veilige haven heeft gediend voor vrijdenkers, dissidenten en politieke vluchtelingen. Die aspecten van onze geschiedenis moeten we nu, zeker nu, in het oog houden.

donderdag, 19 augustus 2010

Alice Karen Burridge

Alice Karen Burridge

Hyves DWARS

Hoogbegaafden en problemen op het werk

Het hieronder geschreven stuk is, hoewel anders opgeschreven, gebaseerd op de problematiek zoals die geschetst wordt in het volgende artikel:

Hoogbegaafden aan het werk
Auteurs: Noks Nauta, Frans Corten (2002)

Onderzoek naar en (h)erkenning van hoogbegaafden op het werk (persoonlijke noot van Mobblog)
Het is nog niet tot nauwelijks structureel onderzocht tegen welke problemen hoogbegaafden op het werk kunnen aanlopen, en hoe hun omgeving hun handelen verkeerd kan opvatten. Ze zijn geen gemiddelde en worden regelmatig als onaangepast bestempeld. En niet elke hoogbegaafde is ooit daarop getest, herkend of erkend. Het is ook lang niet altijd bespreekbaar. Wel heerst de algemene verwachting dat hoogbegaafden zich aanpassen aan de normen op het werk, ook in sociaal opzicht. Veel problemen zouden voorkomen kunnen worden door andere functie-inhoud of arbeidsomstandigheden. Dan is therapie voor hoogbegaafden niet nodig. Daar zitten ze ook lang niet altijd op te wachten. De hoogbegaafde is immers iemand van wie bijna in elke groep mensen aanpassing wordt verwacht, wat kan leiden tot een gevoel van onbehagen: waarom moet ik me altijd aanpassen? De verwachtingen van de bedrijfscultuur waarin de hoogbegaafde werkzaam is kunnen tot onaangename situaties leiden, die vooral geleid wordt door onbegrip van de omgeving ten aanzien van de hoogbegaafde. Deze kan dan vanwege zijn anders-zijn buitengesloten worden. De hoogbegaafde is zich echter niet altijd bewust van zijn intelligentie en hierdoor wordt eventuele onkunde onterecht als onwil geïnterpreteerd door anderen. De hoogbegaafde spreekt lang niet altijd de ‘taal’ van de omgeving. Maar hoe vaak worden zij aldaar gepest om wie ze zijn? Er zijn nog geen ‘getallen’ beschikbaar. Situaties van onbegrip, buitensluiting of zelfs pesten kunnen voorkomen worden wanneer hoogbegaafden op de juiste plek, een in een voor hen prettige omgeving aan het werk zijn.

Wat is hoogbegaafdheid?
Naar huidig inzicht is 2% van de bevolking dermate intelligent, dat hierdoor problemen op werk kunnen ontstaan. De hoogbegaafde zou juist een gewaardeerde kracht kunnen zijn, die met creatieve eigen manieren van complexe problemen oplossen een unieke bijdrage kunnen leveren. Helaas disfunctioneren veel hoogbegaafden op werk en zijn ze ongelukkig, met alle gevolgen van dien. Er is echter geen algemeen geaccepteerde definitie van hoogbegaafdheid. Erkende IQ-tests zijn tamelijk, maar niet 100% betrouwbaar. En voor werkprestaties zijn ze niet voorspellend. Er zijn vele soorten intelligentie: linguistisch, logisch-matematisch, ruimtelijk-visueel, muzikaal, lichamelijk, naturalistisch, emotioneel, intrapersoonlijk. In literatuur en in tests gaat het vooral om de eerste drie. De laatste twee worden tot de emotionele intelligentie gerekend.
Hoogbegaafden zijn niet allemaal hetzelfde. Wel zijn er veelvoorkomende kenmerken.

  • Snelheid van denken: sneller, gedachtesprongen, lijken soms onnavolgbaar;
  • Hooggevoeligheid: uiting op psychomotorisch, sensueel, intellectueel, imaginatief en emotioneel vlak, zintuigelijke overprikkeling kan zich auditief, visueel of in de tastzin uiten;
  • Introversie: hoogontwikkelde interne wereld, eerst mensen op afstand houden en de kat uit de boom kijken;
  • Emotionele ontwikkeling: sterke emoties, maar cognitief denken overheerst en is soms verder ontwikkeld;
  • Creativiteit: denken globaler en met sterk voorstellingsvermogen, herkennen patronen snel, lijken soms onnavolgbaar, dit wordt gefrustreerd in regulier onderwijs;
  • Onafhankelijkheid: autonome oordeels- en meningsvorming, non-conformistisch, lijken ‘onaangepast’;
  • Perfectionisme: eigen hoge normen, spanning;
  • Leerstijl: explorerend op vlakken van interesse, zoeken veel achter vragen;
  • Faalangst, onderprestatie: bij te weinig stimulatie van intelligentie door omgeving.

Problemen van hoogbegaafden op werk
Het is nauwelijks onderzocht hoe hoogbegaafdheid zich uit op werk en hoe dit door de hoogbegaafde zelf wordt ervaren. Inspiratie en motivatie blijken belangrijker dan kennis en kunde. De omgeving heeft vaak een heel andere visie dan de hoogbegaafde:

  • De hoogbegaafde benoemt vaak een groot rechtvaardigheidsgevoel, onbegrip van ideeën maar wel gelijk, bedreigend voor collega’s, tegenwerking, dat het langzaam gaat, haast alles interessant vinden en niet weten wat te willen, weinig waardering ontvangen, vaardigheden worden niet gezien, snel afgeleid, een hekel aan social talk, niet in herrie kunnen werken.
  • De omgeving signaleert conflicten van de hoogbegaafde met management en autoriteiten, en verder luisteren ze slecht naar anderen, zijn hun motieven moeilijk te plaatsen, timen ze slecht in vergaderingen, fluctueert hun functioneren, is discipline niet altijd aanwezig, ze stellen eisen aan omgevingsfactoren en zijn niet sociaal, ook de beste inzetbaarheid is lastig te bepalen.

Functies die volgens de auteurs passend zouden zijn voor hoogbegaafden zijn adviesfuncties, creatieve beroepen, specialistische functies of een eigen onderneming. Deze moeten bij hoogbegaafden vooral gedreven worden door motivatie en interesse.

Strategieën en eventuele begeleiding van hoogbegaafden
In het artikel worden de strategieën van hoogbegaafden in vijf categorieën verdeeld, waarbij de plaats van hoogbegaafdheid in leven en loopbaan uiteengezet wordt. Dit zijn:

  • onopvallend: vooral negatief;
  • geaccepteerd: vooral positief;
  • sociaal: vooral positief;
  • confronterend: vooral negatief;
  • isolement: vooral negatief.

Psychologen, coaches en loopbaanbegeleiders begrijpen dat hoogbegaafden snel kunnen denken, maar niet altijd hun eigen ontwikkeling of loopbaan kunnen sturen, en alle problemen van dien. Hun begeleiding en advies focust zich op de motivatie en interesses van hoogbegaafden.

Het volledige originele artikel ontvangen? Mail mobblogmail@yahoo.com


woensdag, 18 augustus 2010

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Alternatief gedoogakkoord

De formatie tussen de VVD, het CDA en de PVV komt aardig op stoom. De SP heeft voorgesteld om met de andere linkse partijen een alternatief regeringsakkoord. Politicologen De Lange en De Vries gaan een stap verder: zij stellen in de Volkskrant dat de linkse partijen moeten een schaduwkabinet moeten vormen. Immers zo kan er mooie links-rechts -dynamiek ontstaan, die helderheid aan de kiezers geeft.

Ik denk dat geen goede strategie is. We kunnen moeten Nederland niet vier jaar over geven aan een conservatieve meerderheid van 76 zetels. Een minderheidskabinet kan inderdaad een zegen zijn: dat betekent dat wetsvoorstellen, amendementen en moties een andere meerderheid kunnen vinden dan de combinatie in vak K. En daarom biedt het kansen voor kleine, progressieve, hervormingsgezinde ideeenpartijen om meer te bereiken dan vanuit de oppositie in een klassieke meerderheidskabinet. GroenLinks, D66 en de ChristenUnie moeten de handen in een slaan voor een alternatief gedoogakkoord. In dat gedoogakkoord moeten de progressieve partijen afspraken maken over de initiatieven die zij zullen nemen over die onderwerpen waar het echte coalitieakkoord gaten heeft laten vallen, omdat bijvoorbeeld de partijen het niet eens kunnen worden.

Dat kan gaan over kleine hervormingen, denk aan een nieuw voorstel voor het papaverlof. Of over grote hervormingen, want als het CDA, VVD en PVV geen akkoord kunnen krijgen over de AOW leeftijd is er met D66, GroenLinks en de ChristenUnie een ander meerderheid. Deze partijen zouden voorstellen kunnen doen voor de vergroening van de economie, wat goed is voor milieu, innovatie en de werkgelegenheid, en sluit zo naadloos aan bij de waarde van rentmeesterschap, ondernemingszin en protectionisme van de nieuwe regeringspartijen. Het is overigens niet alleen een kwestie van CDA en VVD charmeren, op het gebied van de landbouw en de volksgezondheid stelt de PVV zich juist progressiever op en liggen er dus ook kansen.

De kern van een minderheidskabinet is dat er andere meerderheden gevonden kunnen worden. Het is volgens mij aan GroenLinks, D66 en de ChristenUnie om als "progressieve drie" daar werk van te maken. Dat betekent dus niet het pluche van de oppositie op zoeken en gemakkelijk kritiek leveren op de afbraak van de verzorgings- en rechtsstaat, maar het voortzetten van de kwaliteitsoppositie die deze partijen zo kenmerkt.

Ria Damhof

Ria Damhof

GR

Proloog

In steenwijk, enecotour, proloog, aardig.
Gisteren 17 augustus werd de proloog van de Enecotour in Steenwijk verreden. De Enecotour is een protour evenement op de UCI wielerkalender. Na het succes van de Vuelta in Drenthe vorig jaar, smaakte het wielrennen bij mij natuurlijk naar meer. Het parcours van ruim 5 km was helemaal met hekken afgezet. Gelukkig was er ruimte genoeg in het stadje om aardig dicht bij het parcours te parkeren.

donderdag, 5 augustus 2010

Mark Berck

Mark Berck

Twitter

Stekker uit Google Wave

Vandaag las ik op het Google Blog dat eind dit jaar de stekker uit Google Wave wordt gehaald. Het is jammer, maar begrijpelijk. Al vaker schreef ik hier over Wave, en ik ben nog steeds enthousiast. Maar de userbase is te klein om het zinnig te houden. Alle mijn vrienden en kennissen snappen weinig van Wave, dus heb ik niemand om mee te waven. Dit is denk ik vooral het probleem, er is te weinig gepusht door Google. Meer lezen

zondag, 25 juli 2010

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

I. Lisboa

In tekst, tijdszwerver, baan.
Lisboa, september 1922, 

I.

Zestien jaar geleden heb ik mijn huis achter mij gelaten. Achter gelaten in Stockholm, de enige stad die mij tijdens mijn puberjaren kon bekoren. Om te breken met mijn verleden moest de breuk hard, overheersend en totaal zijn. Ik ging dus aan boord. Weg van het verleden, met het hoofd enkel nog omhoog naar de toekomst. Het heden deed mij verder weinig. Mijn radiografische kennis kon men goedgebruiken, het was nieuw, het was een verbetering en dus had ik werk, als landbewoner op zee. Voor vijftien jaar zag ik mijn hut, mijn cel, als thuis. Waar die hut ook was en op welk schip dan ook. Met de Freodosia de route van west naar oost, Hamburg, Southhampton, oversteek naar Caracas om via Panama naar Indië en Oost-Azië, Hong Kong en Macao te gaan. Ver weg van alles, met enkel stippen en strepen contact met de wereld. De wereld verder dan het schip waar ik op voer. Voordat ik de haven voor de eerste maal verliet had ik een vriendin, vrienden, gestudeerd en een baan als arts. Maar iets trok mij weg, wat het precies was weet ik niet. Het leven dat ik leed, en anders het leven dat mij leed, deed me niks. De voldoening was weg, het doel om verder te blijven gaan en te gaan leven zoals iedereen trok mij niet. Vrienden om mij heen kregen een baan, een huis, een buitenhuisje en een vrouw. Sommige zelfs al kinderen. Op die wijze wilde ik niet oud worden en verstoft tot stof vergaan, het moest anders. Dus brak ik en monsterde aan.

Het reizen was mooi, maar hoe langer ik op zee was, hoe meer ik van haar ging walgen. De eindeloze vlakte bracht me nergens, golven sloegen de klok en de klok sloeg mij met het besef dat ook dit niet eeuwig verder kon gaan. Op zee ving en seinde ik de draadloze tonen van ver. Weersberichten, opdrachten en telegrammen voor meereizende passagiers. Geduldig en secuur luisterde ik naar de statische ruis waar tussen ik wat trachtte te horen. Soms ging het mis, lukte het maar half. Wie het merken zou wist ik niet, fantasie kreeg ik er wel van. Alleen als ik op zee zat wilde ik weer aan land. Meerde we eindelijk ergens aan, was ik de eerste aan wal. Alleen de wal deed mij weer verlangen naar de zee. Naar mate ik langer op het oude vertrouwde land was, hoe zieker ik mij voelde. Dus dan maar weer aan boord. Weer terug naar het enige wat ik ook maar even thuis had kunnen noemen. Terug in mijn cel, de wanden kwamen ondertussen op mij af, ving ik berichten over een moord, heldenmoed en gevechten. Europa was onderwijl onbereikbaar voor ons, dus bleven we enkel in de Oost alwaar ik Indië leerde waarderen, de koelies uit China mij mijn nek uitkwamen en de Japanner maar niet kon begrijpen. Zo gingen jaren voorbij, mijn gehoord werd slechter. De radio werd een martelwerktuig en tussen de ruis dacht is zelfs soms stemmen te horen. Stemmen van mijn verleden, mensen die mij eens hadden gekend, en ik hen. Niet alleen van de stemmen in de ruis werd ik langzaam gek. Het klotsen van de golven op de huid van deze kustvaarder deed me denken aan het slaan op tafels, zoals gebeurde in mijn studententijd. Het gestamp van de motor deed mij iedere keer opschrikken alsof iemand op de deur van mijn hut klopte. De radio's in mijn seincel deden mij geen deugd meer, langzaam veranderde ze in gruwelijke martel werktuigen.

Hier kon ik niet blijven, ik werd ziek van het schip. Of eigenlijk van mijzelf. Ook aan land waar ik eens had gewoond kon ik niet meer leven. Tussen wal en schip, letterlijk, boter noch vis, koffie noch vliesbessen en whiskey noch jenever. Toch ging ik maar verder aan boord, ik kon niet beter. Tot de bootsman naar mij kwam en mij naar de kapitein geleide deed. Op de brug was de kapitein met een papier in zijn hand: "Nils, al lang heb je gediend bij mij aan boord, maar de reder wil je aan land hebben." Ik antwoordje niet. Het lukte me niet, het enige wat ik kon doen was over de zee staren, waar in de verte de eerste pilaar van Hercules zichtbaar was. Weer op weg naar het noorden van Europa, alwaar de handel na de desastreuze klappen van een Grote Oorlog weer volop op gang was gekomen.

Van boord gaan moest ik dus. Alleen al bij de gedachte aan het leven op land, waar het uitzicht altijd hetzelfde was, werd ik ziek. Niet zeeziek, maar landziek. Tot wij langzaam in het zicht kwamen van de haven van Lisboa. Langzaam voeren wij tegen de trage maar eeuwige stroom van de Tejo op. Soms geel van kleur, dan weer azuur blauw stroomt het water langzaam de uitgestrektheid van de Oceaan in. Boven op een heuvel rees een machtig kasteel uit ver vervlogen tijden. Tegen de heuvel op lagen allerlei kleine huisjes met vele steegjes. Een geur van weemoed steeg van het land op, dreef af de Tejo over en aan boord van de Freodosia. Als wakend oog bleef het kasteel van Sao Jorge ons volgen, tot het moment dat wij aan de kade gingen. Kratten werden vlug ontladen, een rust keerde over het schip, anders dan het laden en lossen door de koelies in het Oosten. Een havenmeester had duidelijk de leiding en een ieder deed zijn ding. En nadat de koningin van de nacht weer meester was geworden over de dag klom ik van boord. Zoals ik aan boord kwam, zo ging ik ook weer. Brekende met een afgesloten deel dat als een stoffig boek dicht viel. De maan scheen inmiddels smal en hel ergens hoog aan de hemel. In het zwakke witte licht verdween ik door de galmgaten der straten de stad in, weg van het vreselijke schip en haar martelwerktuigen die jaren op mij hebben neergeslagen.

 

I. Lisboa is het eerste deel van een meerdelig verhaal in wording.

Aantal berichten op deze pagina: 14. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1030 uur (42,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,3 per week.

Pagina: 1