donderdag, 11 maart 2010

Mark Berck

Mark Berck

Haagse motto van de dag: Treurnis.

Vandaag is het toch wel een verdrietige dag in Den Haag. We begonnen met de Motie van Treurnis, het vertrek van een van de sympathiekste goede CDA-ers minister Eurlings en nu het bericht van het overlijden van Hans van Mierlo.

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Beëdiging raad Heerhugowaard

Vandaag is de nieuwe raad in Heerhugowaard beëdigd. Een nieuwe ronde met nieuwe partijen die het de komende 4 jaar waar mogen gaan maken. De formatie is nog in volle gang dus ongetwijfeld komen er binnen kort nog wat nieuwe gezichten op de plek van de raadsleden die doorstromen naar een wethouderspost.

De Burgemeester hield vooraf een inspirerende toespraak. Tenminste, heb er zelf niet veel van meegekregen daar mijn dochter van 9 weken juist op dat moment geïnspireerd werd om haar anale werking te doorgronden..

Na de woorden van Han ter Heegde werden de eed en de belofte voorgelezen en werden alle raadsleden in volgorde van partij geïnstalleerd. Opvallend was dat de gehele frctie van het CDA verkoos de belofte af te leggen in plaats van de eed. Wellicht dat in Heerhugowaard de C van de partij wordt gehaald en wij een DA hebben.



Vanaf deze plek wil ik Christiaan Kwint, René Schoemaker en Saskia van der Werff heel veel succes en ook zeker plezier wensen met hun schone taak Heerhugowaard de komende 4 jaar nog groener en bruisender te krijgen!

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter

Annie Romein Verschoorlezing

In zonder rubriek, armoede, emancipatie, allochtonen, allochtoon, autochtoon, beloning, bijstand, boeken, en meer.

Niet het glazen plafond, maar de armoede onder vrouwen zou dé prioriteit van feministen in Nederland moeten zijn. Dat was de strekking van het betoog dat ik vanavond heb gehouden tijdens de Annie Romein Verschoorlezing op de Universiteit van Leiden.

Laat ik als eerste de organisatie danken voor de eer hier vandaag te mogen spreken. Annie Romein-Verschoor is voor mij geen onbekende. Mijn moeder las, toen ik opgroeide, met grote regelmaat en passie haar werk. Zij mocht daar ook graag uit citeren. Mijn moeder, een huisvrouw die in de jaren zeventig (toen mijn broer en ik ruimschoots op de lagere school zaten) voorzichtig de arbeidsmarkt betrad, voelde zich aangesproken door Romein-Verschoors realistische feminisme. Mijn moeder had weinig op met bh-verbrandingen en verheerlijking van de lesbische liefde om politieke redenen. Zij was zich echter wel heel bewust van de last van de ‘dubbele roeping’ voor vrouwen (van zorg en arbeid), zoals Romein-Verschoor dat zo mooi omschreef.

In zekere zin is Romein-Verschoor dus een heldin van mijn jeugd. Overigens was mijn moeders eerste herinnering, toen ik haar van deze lezing vertelde een geheel andere. Als meisje kreeg zij geschiedenisles aan de hand van de boeken van Jan Romein. Haar vader, een onberispelijke verzekeringsagent, was daarover heel verontwaardigd. Jan Romein was een communist en jonge, fatsoenlijke meisjes mochten daaraan niet blootgesteld worden. Zijn telefonades met de meisjes-HBS daarover haalden echter niets uit en mijn moeders liefde voor het echtpaar Romein-Verschoor bloeide door.

Annie Romein Verschoor was een nuchtere feministe die streed tegen de ‘mentale en materiële achterstelling’ van vrouwen, zonder zich te verliezen in de feministische modes van haar tijd. Dat zij op hoge leeftijd toch een boegbeeld werd van de feministische beweging in de jaren zeventig was meer haars ondanks, dan bewust nagestreefd. Ik wil deze lezing graag in haar traditie plaatsen door een nuchtere en feitelijke verkenning van de situatie van veel Nederlandse vrouwen.

Volgens een voor-vorige minister van Sociale Zaken, CDA-minister De Geus, is de emancipatie van vrouwen zo goed als voltooid. Ondanks dat hij daarmee ook protest ontlokte, verwoordde hij een breed levende gedachte die ook in toenemende mate onder vrouwen beluisterd kan worden. De redenering is dan ongeveer zo. Vrouwen hebben voldoende keuzevrijheid gekregen. Dat zij in grote meerderheid kiezen voor deeltijdbanen in combinatie met de zorg voor kinderen is juist een teken van die vrijheid en daarover moet verder niet worden gezeurd.

Wat er nog over is van een feministische beweging in Nederland concentreert zich vooral op het glazen plafond voor vrouwen aan de top. Het felste debat gaat ook niet meer over achterstelling maar over de mentaliteit van vrouwen zelf. Zoals NRC-columniste Heleen Mees het samenvat: ‘hoogopgeleide vrouwen zijn gemakkelijke keuzefeministen die genoegen nemen met inferieure baantjes’. Lijnrecht tegenover haar staat Elsevier-journaliste Marieke Stellinga die even eloquent beweert dat ‘vrouwonvriendelijke feministen het fabeltje hebben verzonnen dat vrouwen hetzelfde willen als mannen’. Ofwel, vrouwen zijn domweg gelukkig met de keuzes die zij maken, namelijk kleine deeltijdbanen, en hou op ze te betuttelen.

Beide vrouwen – die ik hier aanhaal als prototypen van twee uiterste posities – veronderstellen dat vrouwen in Nederland volledige vrij zijn en goede òf verkeerde keuzes maken. Zonder de eigen verantwoordelijkheid van vrouwen teniet te willen doen, is dit wat mij betreft een elitaire en naar binnen gekeerde discussie die meer zegt over de maatschappelijke positie van de betrokken bevoorrechte vrouwen, dan over Nederlandse vrouwen in het algemeen.

Mijn stelling is dat het met veel vrouwen in Nederland niet goed, of niet goed genoeg gaat en dat dit een verwaarloosd maatschappelijk en emancipatieprobleem is. Armoede en kansarmoede concentreren zich onder vrouwen; financiële en emotionele afhankelijkheid zijn eerder regel dan uitzondering. Bij veel vrouwen is ook geen sprake van keuzevrijheid maar eerder van keuzedwang.

Om die stelling te onderbouwen, moet ik u eerst – excuus daarvoor – een aantal cijfers geven.

Van de 10% hoogste inkomens in Nederland is 85% man. De laagste inkomensgroepen in Nederland bestaan voor tweederde uit vrouwen. Rijke mensen zijn veelal man en – helaas is het omgekeerde ook waar: arme mensen zijn vaker vrouw. Armoede komt het meeste voor onder jonge alleenstaande moeders in de bijstand. Bijstandsmoeders lopen het grootste risico op langdurige armoede.

Zoals u allen weet gaat armoede niet alleen over het bij elkaar schrapen van dubbeltjes of de eindjes aan elkaar knopen; arme mensen zijn dikwijls ongezonder, zij hebben een kortere levensverwachting, wonen beroerder en hebben minder sociale contacten. Armoede leeft ook dikwijls voort van generatie op generatie, en heeft grote invloed op de ontwikkeling en opleiding van kinderen. In het rijke Nederland groeien 310.000 kinderen op in armoede, voor een belangrijk deel bij alleenstaande moeders.

Hier staat tegenover dat een toenemend aantal vrouwen een eigen inkomen heeft. Door loon of een uitkering heeft 84% van de vrouwen inmiddels zelf geld, tegenover 97% van de mannen. Het gemiddelde inkomen van vrouwen is echter nauwelijks de helft van dat van mannen. Vrouwen verdienden in 2006 gemiddeld 18.000 euro per jaar, bij mannen was dat 33.000 euro. Hoewel vrouwen dus wel vaker een inkomen hebben, is maar een minderheid van hen economisch zelfstandig. Economisch zelfstandig ben je namelijk als je jaarlijks 70% verdient van het wettelijk minimumloon. Dat is 13.000 euro bruto; netto is het 11.000 euro – bepaald geen vetpot.
Maar 45% van de Nederlandse vrouwen verdient jaarlijks meer dan 11.000 euro en mag daarmee economisch zelfstandig worden genoemd. 55% Van de Nederlandse vrouwen is voor een leefbaar inkomen – en daarmee voor de zekerheid van verzekeringen, van pensioenopbouw en voor het garanderen van de welvaart van hun kinderen – afhankelijk van een partner.

Bovendien zijn dit gemiddelden van alle vrouwen. Als je onderscheid maakt naar opleidingsniveau dan zie je dat vooral laagopgeleide en oudere vrouwen in armoede en werkloosheid leven. Van de vrouwen die alleen basisonderwijs hebben gehad, werkt slechts een kwart, tegenover 50% van de mannen.
Nog somberder worden de cijfers als je onderscheid gaat maken naar etniciteit. Van de Turkse en Marokkaanse vrouwen in Nederland heeft ongeveer de helft alleen basisonderwijs gevolgd. Waar 84% van alle vrouwen enig inkomen heeft, geldt dat slechts voor 22% van de Turkse vrouwen en 28% van de Marokkaanse vrouwen. Dat betekent dat de uitkeringsafhankelijkheid onder hen ook veel minder groot is maar dat drie kwart van hen helemaal geen eigen geld heeft; zij zijn volledig afhankelijk van hun partner. Daar kun je bovendien bij optellen dat van de kleine minderheid aan Turkse en Marokkaanse vrouwen dat enig eigen inkomen heeft, maar 20% meer verdient dan 11.000 euro netto per jaar. Slechts een fractie van de Turkse en Marokkaanse vrouwen is dus economisch zelfstandig.

Vaak worden sombere verhalen over de positie van Turkse en Marokkaanse vrouwen afgezet tegen het succes van veel jonge allochtone meiden. Dat is maar ten dele terecht. Turkse en Marokkaanse meiden lopen hun achterstanden in het onderwijs inderdaad in maar er bestaan nog aanzienlijke verschillen. In 2008 ging 22% van de Turkse en 23% van de Marokkaanse meiden naar HAVO/VWO, tegenover 50% van de autochtone meiden.

Tot zover de cijfers. Nu wordt tegenover dit soort sombere getallen dikwijls het verweer in stelling gebracht dat het in werkelijkheid wel meevalt met de armoede onder vrouwen: zij leven samen met een man die wel een groter inkomen inbrengt. Het zogenaamde anderhalfverdienersmodel, waarmee Nederland internationale roem heeft vergaard. Dat klopt inderdaad voor een groot aantal vrouwen maar het neemt niet weg dat dit een lui en ongeïnteresseerd verweer is. Eigenlijk is het een excuus om de positie van vrouwen zo te laten als deze is, en dat is voor mij niet aanvaardbaar.

Ik heb daarvoor twee redenen.

  1. Inmiddels strandt in Nederland 1 op de 3 huwelijken. Onder samenwonenden ligt dit zelfs nog hoger: namelijk naar schatting 40%. Een deel van de vrouwen die nu niet werkt of in een kleine, slecht betaalde deeltijdbaan waardoor zij niet economisch zelfstandig zijn, wordt dus na een echtscheiding geconfronteerd met een forse daling van het inkomen. Alimentatieregelingen compenseren dit maar gedeeltelijk en aangezien zij vaak eerste opvoeder zijn, trekken deze gescheiden vrouwen hun kinderen ook mee in armoede.
  2. Bovendien, ook als er geen sprake is van een echtscheiding, is de gemakzuchtige verwijzing naar het anderhalfverdienersmodel, naar het inkomen van de man, kwalijk. Vanzelfsprekend kan een vrije vrouw, die er voor kiest om thuis te blijven bij de kinderen, geen strobreed in de weg worden gelegd. Alleen, al te gemakkelijk wordt verondersteld dat al deze vrouwen een vrije keuze maken. Het zijn vooral de vrouwen met lage opleidingen en nauwelijks werkervaring die geen inkomen hebben, of een heel laag inkomen. Zij hebben ook vaak slechte toegang tot de arbeidsmarkt, en als zij het wel hebben dan is het werk dat zij kunnen doen heel onaantrekkelijk. De keuze om thuis te blijven bij de kinderen is dan veel minder vrij dan het lijkt, èn dan het is voor hoogopgeleide deeltijdfeministen zoals Marieke Stellinga en mogelijk ook mijn geëerde co-referent Rosanne Herzberger. Ofwel, keuzevrijheid bij laagopgeleide en kansarme vrouwen is een fictie. En als dit luxefeministen onvoldoende overtuigt, dan is het goed om de privé- en maatschappelijke omstandigheden van veel Turkse en Marokkaanse vrouwen eens grondig te bestuderen. Dikwijls door de vrouwen zelf, maar ook door hun mannen en de gemeenschappen wordt werk voor vrouwen nog beschouwd als oneervol en vernederend. De keuze om thuis te zijn, niet te werken en voor de kinderen te zorgen komt vaak voort uit sociale druk en culturele en religieuze tradities. Van een echt vrije keuze is dan geen sprake.

Kortom, het gemak waarmee de financiële afhankelijkheid van vrouwen wordt gebombardeerd tot een vrije keuze waarmee anderen zich niet hebben te bemoeien is een vorm van elitair luxe-denken. Voor teveel vrouwen in Nederland, autochtoon èn allochtoon, gaat het wel om een gedwongen keuze die het gevolg is van slechte opleidingen, een gebrek aan kansen en ouderwetse rolpatronen.

In de vrouwenbeweging is het besef van de noodzaak van economische zelfstandigheid van vrouwen heel lang dwingend aanwezig geweest. Pas de laatste jaren maakt dit onder een aantal vooraanstaande vrouwen – nu van een werkelijke vrouwenbeweging geen sprake meer is – plaats voor de gedachte dat vrouwen ‘zelf verantwoordelijk zijn voor hun toekomst, en ook voor het gebrek er aan’.

Niet alleen komt mij dit vreemd en niet-solidair voor jegens de vrouwen die het minder hebben getroffen, de luxe-feministen lijken ook te miskennen dat ons in de toekomst grote arbeidstekorten wachten. Naar schatting zijn er in 2025 470.000 extra werknemers nodig in de zorg, terwijl de beroepsbevolking in die periode slechts stijgt met 20.000 arbeidskrachten. Ook in het onderwijs worden grote tekorten verwacht, waar op dit moment een kwart van de werknemers boven de 50 jaar is.

De vrouwenbeweging heeft in het verleden, net als overigens mijn partij GroenLinks, altijd gepleit voor een ontspannen arbeidsmarkt, waarin iedereen redelijke uren (veelal in grotere deeltijdbanen) werkt. Ik streef niet na dat alle vrouwen en alle mannen fulltime gaan werken. Ik streef na dat elk mens in Nederland – ongeacht het samenlevingsverband – door in ieder geval een grotere èn beter betalende deeltijdbaan, zelfstandige financiele en maatschappelijke keuzes kan maken.
Als de arbeidsparticipatie onder vrouwen zo dramatisch laag blijft als zij nu is, dan zal de toenemende hoeveelheid werk zich concentreren onder de partners die veelal al fulltime werken. Als daarbij slechts een minderheid van de vrouwen economisch zelfstandig blijft, zoals nu het geval is, zal door het gebruik van uitkeringen – bijvoorbeeld door een toenemend aantal echtscheidingen – de verzorgingsstaat onbetaalbaar worden. Dan is het ook realistisch om te veronderstellen dat armoede – meer nog dan het nu al is – een vrouwenprobleem wordt.

Er is dus een belangrijke economische reden dat de overheid vrouwenemancipatie opnieuw ter hand neemt en kritisch is op de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die veel regelingen nog steeds produceren. Dit betekent dat paal en perk wordt gesteld aan ongelijke beloning van mannen en vrouwen, dat de aanrechtsubsidie verdwijnt die vooral vrouwen aanmoedigt om thuis te blijven en dat alleenstaande moeders wel degelijk een sollicitatieplicht krijgen: thuis mogen blijven met je kinderen en een bijstandsuitkering is namelijk geen luxe, het is armoede. Het betekent ook dat deeltijdarbeid beter betaald moet worden, dat de kinderopvang goed en betaalbaar is en dat er uitgebreide verlofregelingen zijn voor vrouwen èn voor mannen en dat deze ook toegankelijk zijn voor lage inkomens.

Maar, voor deze lezing belangrijker dan de economische effecten, is wat sociale en economische achterstand voor de betrokken vrouwen zelf betekent.
Vrijheid is ook in een rijk land als Nederland nog altijd ongelijk verdeeld. Bij een hoger inkomen, bij een betere opleiding is de vrijheid om je eigen leven naar believen in te richten, over het algemeen groter. Kansarme mannen zijn vaak onvrijer in de keuzes die zij kunnen maken dan kansrijke mannen. Veel autochtonen kennen door hun geboorteplek en hun startpositie in het leven een grotere keuzevrijheid dan allochtonen. Veel mannen zijn vrijer dan vrouwen en kansrijke vrouwen hebben veel meer keuzemogelijkheden dan kansarme vrouwen.

Behalve voor nieuw politiek emancipatie-elan, pleit ik ook voor hernieuwde, feministische solidariteit. De vrouwenemancipatie was niet afgerond toen voor kansrijke meisjes de universiteitsdeuren opengingen en zij hun plek op de arbeidsmarkt konden gaan vinden. Achter hen, en op grote afstand, zijn er veel kwetsbare meisjes en vrouwen, die door een gebrek aan opleiding, door oude rolpatronen en culturele en religieuze tradities, weinig perspectief hebben en soms noodgedwongen in financiële afhankelijkheid leven.

Toen ik opgroeide zei mijn moeder vaak tegen mij dat het een vergissing is om te denken dat emancipatie leuk of gemakkelijk is. Ik denk dat zij daarbij geïnspireerd was door de werken van Annie Romein-Verschoor. Inderdaad kan het voor veel, vooral bevoorrechte vrouwen gemakkelijk en een luxe zijn om er voor te kunnen kiezen om thuis te blijven bij hun kinderen. Ik bestrijd dat zij daar verstandig aan doen: om maatschappelijke redenen en met het oog op hun eigen toekomst.
Maar voor mij is het onverteerbaar dat we wegkijken bij de achterstand en achterstelling van vooral laagopgeleide en kansarme vrouwen onder verwijzing naar ‘de eigen verantwoordelijkheid’ en hun ‘keuzevrijheid’. Hun emancipatie, hun groei naar economische en sociale zelfstandigheid is niet gemakkelijk, het zelfs heel weerbarstig. Maar het is noodzakelijk en het vergt onze solidariteit.

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Thorbeckes kasteel

In wijken, participatie, poltiek online, thorbecke.


De naschok van de gemeenteraadsverkiezingen is niet de PVV-winst, de verlieswinst van PvdA, maar de lage opkomst. Over alles kan in Nederland gepolderd worden, zo wijzen de voorbije decennia uit, maar het huis van Thorbecke is redelijk onaantastbaar. Huis is allang niet meer de juiste benaming, fort of kasteel is meer to the point. Dit kasteel heeft al vele stormlopen weten te weerstaan en het ziet er naar uit dat komende pogingen ook falen. Voormalig minister Ter Horst vond al die suggesties om onze staatsinrichting moderner te maken maar rare fratsen. Het CDA vindt ideeën in die richting te mal voor woorden. Ook de VVD zal zich hier niet als hemelbestormer in manifesteren, zij rekenen Thorbecke graag tot hun voorgangers.
Het verschijnsel van enerzijds steeds meer burgers die hun stemrecht niet gebruiken, en anderzijds burgers die net zo makkelijk SP als PVV stemmen, moet iedere democraat zorgen baren. In het verleden werd de schuld bij politieke partijen gelegd; zij waren niet geprofileerd genoeg, er viel niets te kiezen. Ik vind die stelling onhoudbaar omdat inmiddels alle smaken bij voorbije verkiezingen zijn geserveerd zonder dat dit tot meer eters heeft geleid. De oorzaak gaat dieper. Het is ondoenlijk om dat hier gehel te duiden, als ik dat zou klaarspelen, maar hoe dan ook is er volgens mij een tekort aan interesse, aan informatie, aan toegang tot de politiek. Daar moet wat in veranderen en snel ook. Inmiddels zijn meer poorten in het kasteel van Thorbecke niet genoeg meer. Het is complex en komt te laat. Interesse kweken kan door mensen een rol te geven. Bijvoorbeeld bij afwegingen waar politici voor staan. Vanuit het idee dat de gekozene er zit om groepen te vertegenwoordigen en regelmatig wil weten wat de groepen bezig houdt. Het is echter te smal zo een proces allen in de straat van de politiek sec te persen. Zij zitten daarvoor te vaak aan het einde van een heel planproces. Overheden zullen hun werkwijze moeten aanpassen om de politiek opener te maken en zo het fundament waarop zij rust, namelijk het vertrouwen van burgers, te versterken.
Het lijkt een tegenstelling dat juist in een tijd dat via internet informatie en toegang zo alom is, op deze facetten en inspanning nodig is. Dat komt omdat informatie vaak in één richting wordt gegeven, en toegang maar half wordt gegeven of met onduidelijke bewegwijzering. Politiek leeft, zo tonen ook de talrijke internetfora en twitters. Maar het gaat nog vooral over personen en gebeurtenissen. Het zou meer over inhoud moeten gaan; de kracht en zwakte van professioneel jongerenwerk, de plus en minpunten van verdichting in een stadscentrum, het belang van investeren in onderwijs en in defensiematerieel om VN-vredesmissies uit te voeren.
Participatie, belanghebbenden betrekken bij besluitvorming, beleidsprogramma’s en projecten, werkt sneller dan verbouwingen in Thorbeckes kasteel. Die stormlopen op het kasteel moeten doorgaan, maar tegelijk is het urgent veel meer de aandacht op de kracht van participatie te richten. En daarin juist ook de voordelen die social media op internet biedt voor te gebruiken. De komende jaren ga ik me hier mee bezig houden als adviseur bij Politiek Online. Leuk, spannend en hard nodig.

René Schoemakers

René Schoemakers

Hyves Twitter

Collegeonderhandelingen nu binnenskamers

De collegeonderhandelingen gaan nu de 'biechtstoelfase'in. De overgebleven zes partijen, waaronder GroenLinks, zullen ieder apart door de informateur gehoord worden. Dat zal de komende dagen gebeuren. Zie ook: En toen waren er nog zes...

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter

Op weg naar de zon

In gemeenteraad, burgerbelangen, cda, coalitie, college, crisis, duurzaam, eerste, mogelijkheid, en meer.

  

eric leltz

 

Afgelopen maandag zijn de eerste gesprekken gevoerd om te komen tot een nieuw college. In een eerste beschouwing heeft GroenLinks/PE aangegeven dat de huidige coalitie van CDA, Christen Unie, PvdA en VVD verlies heeft geleden. Voor het CDA en de PvdA was dit zichtbaar in het verlies zetels, voor de Christen Unie was dit alleen zichtbaar in aantal stemmen. Alleen de VVD boekte een zetel winst. We zien ook een verrechtsing in Ede met winst voor VVD en Burgerbelangen. Vat de uitslag dan ook op als signaal van de inwoners van Ede dat de huidige coalitie over de houdbaarheidsdatum heen is en het tijd is om het anders te doen.

Ede staat voor een uitdaging. Nu ligt er een mooie kans voor verandering. Om te veranderen is vaak een gevoel van urgentie nodig. Pik het signaal van de inwoners als zodanig op. GroenLinks/PE is om die reden geen voorstander van het verder gaan met de huidige coalitie. Het is niet alleen een verkeerd signaal, het kan ook worden opgevat “arrogantie van de macht” en het “negeren van de inwoners”. Nu ligt er een goede voedingsbodem om verandering van de grond te krijgen. Kijk naar wat goed is voor Ede want we staan op een kruispunt waar we een bestuur nodig hebben die ons met verve de juiste weg wijst. Durf daarbij af te wijken van de bekende weg. Oplossingen liggen vaak buiten de gebaande paden. Laat de stromingen liberalisme, christen democratie, socialisme, reformatorisch los. In het belang van Ede dient er een college te komen dat snel, adequaat en deskundig de weg naar de toekomst kan inslaan. Dat is ook een college dat meer op hoofdlijnen bestuurt en in het belang van Ede over de eigen partijbelangen heen durft te kijken. Kijk naar het soort taken dat het college moet uitvoeren. Maak dan onderscheid tussen lopende zaken en projectzaken. De verschillende taken vragen om andere competenties van de bestuurders. Flexibiliteit bij meer projectmatige werkzaamheden, beheersing bij lopende en terugkerende zaken. Sluit om die reden de mogelijkheid van een projectwethouder als aanjager voor grote projecten die Ede op de kaart zetten niet bij voorbaat uit. GroenLinks/PE is zondermeer bereid om bestuursverantwoordelijkheid te nemen. GroenLinks/PE sluit hierbij geen enkele partij uit en GroenLinks/PE sluit ook geen enkele combinatie uit om mee samen te werken in een college.

Wat betreft het collegeakkoord  leggen we nu de accenten. De tijd voor een nadere detaillering komt nog. Speerpunten zijn sociaal en duurzaam waarbij Ede meer visionair wordt bestuurd, dus vanuit een gezamenlijk en gedragen visie. Dan is er ook oog voor de lange termijn. Dan komt er een college dat ons vakkundig weer perspectief biedt in tijd van crisis.

    



dinsdag, 9 maart 2010

Martijn Dadema

Martijn Dadema

Hyves

ChristenUnie bezuinigt op ontwikkelingssamenwerking

De ChristenUnie doet een lovenswaardige poging om haar leden te betrekken bij de ontwikkeling van het verkiezingsprogramma. Ze hebben een pamflet gepubliceerd waar de leden van de CU via een enquete op kunnen reageren. Ik moet zeggen dat de inhoud ook niet tegenvalt. Van de 6 pagina's gaat er eentje over duurzaamheid, en ook eentje over internationale gerechtvaardigheid ofwel ontwikkelingssamenwerking. De CU gaat ook voor een duurzame economie die rechtvaardig, eco-effectief en eco-efficient is. Het is jammer dat ze geen ambitieuze doelen stellen voor de reductie van CO2 emissies. De paragrafen over ontwikkelingssamenwerking hebben gelukkig een positieve ondertoon, en CU blijft achter OS staan. Ze komen vooral op voor het particuliere initiatief en stellen dat deze initiatieven alle armoedebestrijding op lokaal niveau moeten uitvoeren. En ik maar denken dat dit eigenlijk een taak is van de lokale overheden in ontwikkelingslanden zelf, tot zover dus eigenaarschap. Verder de verwachte kritiek op multilaterale en bilaterale hulp en een pleidooi voor democratisering van Wereldbank en IMF en een stevige reductie in partnerlanden voor Nlse hulp. Niets geks.

Echter, opvallend is dat in een bijzin wordt aangegeven dat "Handhaving van het budget voor ontwikkelingssamenwerking op 0,7%BBP is een kwestie van beschaving." Dat is een mooie statement, maar wel misleiding, want de huidige omvang van ontwikkelingssamenwerking is 0,8% BNP + paar honderd mln. voor duurzame energie. Het woord "handhaven" moet dus eigenlijk worden vervangen door "Bezuiniging" en wel met circa EUR 600 mln. De CU bezuinigt dus gewoon keihard op mondiale armoedebestrijding, en probeert dit te verhullen. Jammer, want de rest is redelijk OK.

Dat betekent wel dat de druk op ontwikkelingssamenwerking en vooral de norm van 0,8% BNP verder onder druk komt te staan. Het CDA wil ook al minder stringent zijn en 0,7% voor OS bestempelen en de andere 0,1% flexibel te laten gebruiken voor andere ministeries, vooral hun hobbies dus. VVD en PVV hebben ook geen positieve kijk op ontwikkelingssamenwerking, dus we moeten het van links gaan hebben. Ben benieuwd of de PvdA het zal volhouden gezien de enorme druk op de overheidsfinancien.

Het is bekend dat ik er voorstander ben van een flexibele invulling van de OS-norm, en het exacte bedrag niet erg interessant vindt. Veel belangrijker is een ambitieus mondiaal beleid dat consistent is tussen ministeries en gericht is op oplossen van mondiale problemen en verstrekken van mondiale publieke goederen. Hierbij hoort dan ook een grote enveloppe voor mondiaal beleid, zowel ontwikkelingssamenwerking als andere internationale samenwerking, en dat dient tenminste te worden opgekrikt naar de originele 1,1% BNP voor int. samenwerking, in de zogenaamde Homogene Groep Internationale Samenwerking, maar geleidelijk dient te stijgen naar 1,5%. Hierin kan dan ook onze mondiale verplichting voor klimaat mee worden genomen. Ik hoop dus dat de linkse partijen, inclusief GL, enigszins creatief gaan zijn over mondiaal beleid en minder strak vasthouden aan achterhaalde normen. Geen harde norm, maar wel meer geld.

maandag, 8 maart 2010

René Schoemakers

René Schoemakers

Hyves Twitter

Collegeonderhandelingen: de eerste ronde!

De eerste ronde staat te beginnen. Morgen worden de collegeonderhandelingen geopend. Wie gaat het met wie doen? De VVD heeft het voortouw en dus is de insteek van leider Gretha Baijards met haar (sterke) adjudanten bepalend. De PvdA en het CDA hebben verloren, maar waar gaan zij staan? En is de HOP bereid te bewegen?

Van te voren partijen uitsluiten zoals in andere gemeenten wordt gedaan, wil de VVD niet, zo blijkt uit krantenpublicaties. Wel blijkt uit het vergelijk van verkiezingsprogramma's en de ervaringen die de partijen onderling in de afgelopen jaren met elkaar hebben opgedaan, dat enkele combinaties niet reëel zijn. Volgens Gretha Baijards zullen al na de eerste bijeenkomst de eerste partijen afhaken, zo meldt ze vanmorgen in de Alkmaarsche Courant. Welke dat zijn, laat zich raden, althans bij de vaste volgers van de Waardse politiek. Een snelle duidelijkheid is ook nodig met tien partijen aan de onderhandelingstafel.

Volgens mij worden na die eerste 'shake-out' drie punten belangijk: de voortzetting van het duurzame beleid in Heerhugowaard, de bezuinigingen en het al dan niet gratis parkeren rond Middenwaard. In mijn optiek zijn de eerste twee goed te combineren: duurzaamheid staat immers voor beter omgaan met de (energie)middelen die we hebben en kan voor zowel de burger als de gemeente enorm veel kosten besparen - zowel op korte als langere termijn. Het derde punt, het gratis parkeren, strookt niet met zowel duurzaamheid als duurzaam financieel beleid. In plaats van bezuinigen moet de gemeente meer uitgeven en dat moet worden afgewenteld op de burger. Daarnaast blijft het punt staan dat het gratis parkeren alleen is door te voeren als ook private partijen als Corio en Albert Heijn meedoen. En dat kost die beursgenoteerde partijen geld.

Het wordt dus interessant!

Coalitie-verkenning

In coalitie, gemeenteraad, vliegveld, andere partijen, arbeid, burgerbelangen, cda, d66, formatie, en meer.

Op uitnodiging van de Partij van de Arbeid kwamen zaterdag de lijsttrekkers van alle partijen die in de nieuwe gemeenteraad vertegenwoordigd zullen zijn bijeen voor een verkennende bijeenkomst in het Stadhuis. Na een rondje verklaringen over de verkiezingsuitslag kwamen de eventuele knelpunten voor een mogelijke coalitie aan de orde.

Daarbij werd het al snel duidelijk dat de PvdA met een viertal andere partijen verder zou gaan: D66 als de winnaar van de verkiezingen, Burgerbelangen om dezelfde reden, CDA als partner uit de vorige coalitie en dan nog de VVD. De SP viel af vanwege onwrikbare standpunten op enkele terreinen & GroenLinks kwam aan de zijlijn te staan omdat het voor ons onmogelijk is om de luchthavenplannen te steunen. De twee kleinste partijen in de raad (ChristenUnie en Enschede Solidair) werden uitgesloten vanwege te ver uiteen liggende programmapunten.

De formatie gaat dus vooralsnog verder zonder GroenLinks. In de Algemene Ledenvergadering aanstaande woensdag wordt hierover verder gesproken .

Pepijn Zwanenberg

Pepijn Zwanenberg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Hoera

We hebben het geflikt; GroenLinks is de grootste partij van Utrecht geworden! We behaalden 20,7 % van de stemmen (in 2006 was dat 15,2%) en behaalden daarmee 10 zetels. Een winst van 2. Daarbij haalde ik 1187 voorkeursstemmen. Geweldig. Aan ons nu de taak om te proberen een zo groen en links mogelijk college te formeren. Iedereen die op GroenLinks en op mij gestemd heeft; heel erg bedankt.

Op een dag wordt je wakker en is GroenLinks tweeënhalf keer zo groot als het CDA :-)

Debby de Heus

Debby de Heus

Hyves

Kiezers bedankt!

Op woensdag 3 maart heeft GroenLinks Tiel een fantastische uitslag gehaald bij de gemeenteraadsverkiezingen. Tegen de verwachtingen en de opiniepeilingen in hebben we een zetel winst geboekt. Een historisch resultaat, want na jaren van stabiliteit en twee raadszetels hebben we nu een derde te pakken! Daarmee is GroenLinks Tiel geen kleine partij meer, maar zijn we de komende periode even groot als het CDA en D66. Een mooie basis om de lijn door te trekken die we de afgelopen vier jaar hebben ingezet. Wij gaan ervoor en willen alle kiezers bedanken voor hun steun. Ook de leden en vrijwilligers die achter de schermen keihard hebben gewerkt aan dit resultaat zijn we enorm dankbaar. Wij hebben zin in de toekomst!

Namens de nieuwe fractie,

Piet, Esma & Debby

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube

Exit Balkenende, maar wanneer?

Je kon er op wachten. Direct na de val van het kabinet in de nacht van 19 op 20 februari belde de voorzitter van het CDA premier Balkenende op met de vraag of hij opnieuw lijsttrekker wilde worden. Lang hoefde Jan Peter hier niet over na te denken. Hij wil immers zo graag vooral premier [...]

zondag, 7 maart 2010

Elco van Noort

Elco van Noort

coalitievorming

woensdag 10 maart
GBW schijnt de andere partijen uit te nodigen om te laten weten hoe zij staan ten opzichte van een nieuwe coalitie. Vorige keren deed het CDA (in 2004 en 2006 de grootste) dat in het Westland besloten. Progressief Westland gaf toen altijd aan dat wij wel mee wilden besturen, maar de keuze viel op GBW en achtereenvolgens VVD en LPF.
Woensdag schijnt het openbaar te zijn. Prima, een goed initiatief van GBW. Verder las ik er tot nog toe niet over en dat devalueert die mogelijke openbaarheid weer.
De vraag is natuurlijk of GBW zelf ook met de billen bloot gaat? Gaat men alleen maar luisteren naar anderen of komt men zelf ook met uitspraken? Of sluiten ze zich als vanouds aan bij de vorige sprekers. Eigenlijk ben ik daarnaar het meest benieuwd...

Elco

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Winst en verlies in Leiden 2010: Verklaringen

In mijn vorige blogpost liet ik aan de hand van cijfers van de Gemeente Leiden zien in welke Leidse districten politieke partijen wonnen en verloren ten opzichte van de verkiezingen van 2006. Ik ging niet zozeer in op de verklaring van deze patronen, vooral omdat ik daar geen specifieke gedachten over had. Toch zijn er natuurlijk kwesties die vaak worden genoemd: Oostvlietpolder, Ringweg en RijnGouweLijn. Daarnaast zou een algeheel ongenoegen over de eigen leefomgeving kunnen meespelen in de stemkeuze. Een aantal van deze verklaringen voor de winst of verlies van partijen kunnen we met cijfermateriaal onderzoeken. Ik richt me hier op de RijnGouweLijn en de leefomgeving.




Over de RGL is in 2007 een referendum gehouden in Leiden. Daaruit bleek een groot verzet tegen de tramlijn onder de Leidse bevolking. Er zijn echter wel duidelijke verschillen tussen de Leidse districten (zie grafiek): in het Roodenburger-, Bos- en Gasthuis-, Merenwijk- en Stevenshofdistrict was het aantal nee-stemmers duidelijk groter dan in de andere districten.

Een tweede verklaring voor stemgedrag kan een negatief oordeel over de eigen leefomgeving zijn. Mensen die het idee hebben dat hun leefomgeving achteruit gaat, vertalen dat wellicht eerder in een stem op een oppositiepartij. De Gemeente heeft hier onderzoek naar gedaan in 2007. Er werd gevraagd of men het idee had of de leefomgeving voor- of achteruit was gegaan (of gelijk gebleven). Ook hier zien we verschillen tussen de wijken: het gevoel van achteruitgang van de leefomgeving is het sterkste in de Stevenshof, Noord en in mindere mate de Merenwijk.

Deze cijfers kunnen worden vergeleken met de relatieve winst en verlies van partijen in alle wijken. Dit geeft enig inzicht in de mate waarin deze variabelen een rol spelen. Toch is hierbij enige voorzichtigheid geboden: dit zijn allemaal gegevens over de districten, niet over individuen in de districten. Snelle conclusies op basis van dit soort gegevens kunnen leiden tot een ecological fallacy. In onderstaande grafiek staat de correlatie tussen de relatieve winst/verlies van elke partij (in elk district) en elk van de verklarende variabelen (in elk district). De sterke positieve waarde van SP voor Leefbaarheid geeft bijvoorbeeld aan dat de SP vooral goed scoorde (= minder verloor t.o.v. 2006) in wijken waar meer mensen vonden dat hun wijk achteruit gaat. Getallen van boven de +- 0.55 leveren steeds een statistisch significant verband op (niveau 0.05).



Voor de PvdA en het CDA zien we een redelijk sterk negatief verband tussen Leefomgeving en RGL Nee en winst of verlies in de verkiezingen. Dit betekent dat deze partijen vooral verloren t.o.v. 2006 in wijken waarin veel mensen vonden dat de leefomgeving achteruit was gegaan en in wijken waarin relatief veel mensen tégen de RGL hebben gestemd. Natuurlijk verliest de PvdA overal, maar vooral in de wijken die sterk tegen RGL en negatief gestemd waren over de RGL.

Voor andere partijen zien we een positief verband tussen het aantal mensen dat tegen de tram stemde en het resultaat bij de verkiezingen: SP, D66 en Leefbaar Leiden. Dit zijn allen tegenstanders van de RGL. Hoewel ook andere partijen zich hebben verzet tegen de tram (CU, SLO), maar we zijn daar op wijkniveau geen effect van. Voor GL, VVD, SLO en CU zijn er geen duidelijke effecten op wijkniveau te zien van de tram.

Als we kijken naar de leefomgeving, zien we dat met name SP, VVD, CU, LL en SLO het relatief goed hebben gedaan in wijken waar men negatief was over de leefomgeving. Met uitzondering van de VVD waren dit allemaal oppositiepartijen. Wellicht heeft de VVD met de boodschap van 'harde aanpak van criminaliteit' juist ook deze kiezers weten aan te spreken. Voor D66 en GL zien we hierbij op wijkniveau geen verschillen.

Hoewel deze gegevens op wijkniveau tot voorzichtige conclusies nopen, bevestigen de gegevens de te verwachten patronen: partijen die tegen de RGL waren winnen vooral (of verloren minder) in wijken waar men in grote getale tegen de tram stemde. En oppositiepartijen deden het beter in wijken waarin bewoners het gevoel hadden dat de wijk achteruit ging. Dit ging met name op voor de rechtse partijen en de SP. Opvallend is wel dat het verlies van GroenLinks op deze manier niet te verklaren is. Dit verlies was ook redelijk gelijk verspreid over de stad. Wellicht is het te verklaren door andere factoren (Oostvlietpolder, vertrek uit college).

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Weer een rechts college in Meppel?

Op zaterdagochtend kwamen de politieke partijen bij elkaar om te praten over collegevorming. Als eerste stap wordt bekeken of het huidige college (Sterk Meppel, VVD en CDA) door wil gaan met elkaar.

De verkiezingsuitslag zou hier aanleiding toe geven omdat men met elkaar een zetel winst had geboekt. Dit is met name te danken aan de VVD. Die haalde twee zetels extra binnen terwijl Sterk Meppel 1 zetel verloor en het CDA net haar 3e zetel behield. 

De totale uitslag ziet er nu als volgt uit:

Sterk Meppel 6 (-1), PvdA 5 (-2), VVD 5 (+2), CDA 3 (gelijk),  D’66 (+2), ChristenUnie 1 (-1), GroenLinks 1 (gelijk).

Wij hebben voorgesteld een breed college te vormen van Sterk Meppel, PvdA en de VVD, maar daar waren wij helaas de enige in.

Dit betekent als dit zo doorgaat we weer een rechts college krijgen. Ook de gemeenteraad lijkt een kleine ruk naar rechts gemaakt te hebben. Hoe rechts dit zal zijn, zal met name afhangen van D’66.

In de debatten gaf de partij aan niet te willen korten op het sociale beleid. De gemeentelijke tarieven en de OZB mochten echter niet omhoog gaan. En dat zegt de VVD ook. Het is niet te hopen dat we er nu een VVD-light partij bij gekregen hebben. 

Sterk Meppel was ook niet helemaal duidelijk. De lijsttrekker wil niet korten op het sociale beleid, maar kandidaat wethouder Jansen sloot het niet uit. Tja, en bij Sterk Meppel weet je nooit precies wie het daar het voor het zeggen heeft…

Ik ben dan ook heel benieuwd met welk inhoudelijk programma dit college naar buiten komt. En of ze er met elkaar uitkomen over de invulling van de poppetjes in het college. Met name de kandidaatstelling van Jansen vanuit STEM kan de nodige problemen opleveren. Jansen heeft een relatie met de directeur van Ogterop. De komende vier jaar moeten ingrijpende beslissingen worden genomen over de schouwburg. De relatie wethouderschap/directeur schouwburg is voor GroenLinks in ieder geval onverenigbaar omdat er dan sprake is van belangenverstrengeling. Mijn indruk is dat de andere partijen die mening ook zijn toegedaan. Maar tja. Hoe graag wil men op het pluche terecht komen?

De komende weken zullen we dat gaan ontdekken.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Amsterdams kiesgedrag in ruimtelijk perspectief

Een verzoeknummer: naar aanleiding van mijn vorige bericht over het Leidse stemgedrag vroeg oud-college Joost Berkhout of ik mijn analyse ook voor Amsterdam zou kunnen draaien.

Untitled_image_3 Verschilt het stemgedrag van de stadsdelen? En welke structuur ligt daar onder? Je ziet het allemaal in het figuur hiernaast (aan klikken voor een betere versie). Stadsdelen en partijen zijn in een zelfde ruimte gezet: hoe dichter een stadsdelen bij elkaar liggen hoe meer het stemgedrag op elkaar lijkt. Hoe verder partijen uit elkaar liggen, des te groter zijn de verschillen tussen waar zij hun stemmen vandaan halen. In de horizontale dimensie is zo'n 55% van het verschil in stemgedrag opgenomen, zo'n 24% in verticale dimensie. Samen wordt dus 79% van de verschillen in stemgedrag in dit model opgenomen.

Het eerste wat opvalt is dat Amsterdam Zuid en de VVD samen vallen: 29% van de VVD aanhangers stemmen in Zuid. Ook Red Amsterdam heeft haar kiezers met name in Zuid (28%). Zuid is het rijkste stadsdeel en er wonen relatief veel autochtonen en westerse migranten. D66 kiezers komen onevenredig veel uit het centrum. Ook een rijk stadsdeel met weinig niet-westerse migranten. GroenLinks krijgt bijzonder veel kiezers uit West (22%) en Oost (21%). Qua bevolkingssamenstelling en inkomen vrij gemeleerde wijken. En hiermee hebben we de rijkere delen van de stad gehad: de liberale partijen van links (GL), van het centrum (D66) en van rechts (VVD) zijn dus met name sterk in de wijken aan linkerkant van deze figuur. Klein puntje: wat nauwelijks opvalt aan deze kant van de figuur, omdat het zo klein is dat de mini-partij "De Groenen" met name sterk is in het "mini-stadsdeel" Westerpoort. Dat zal wel komen vanwege de aanwezigheid van de culturele vrijplaats "Ruigoord".

In het centrum van de figuur staan de SP en de PvdA. Veel SP kierzers wonen in West of Oost (samen goed voor 35% van de SP-kiezers). De PvdA is door de hele stad sterk maar staat het sterkst in Zuid-Oost (de Bijlmer) en Nieuw West. Arme stadsdelen waar veel Turken en Marrokanen wonen (Nieuw West) of Surinamers en Antillianen (de Bijlmer). De Partij voor de dieren staat in het midden van de figuur. De ChristenUnie doet het ook heel goed in Zuid-Oost en Nieuw-West waarschijnlijk vanwege de Christelijke migranten. Het CDA doet het het sterkst in Nieuw-West en Zuid. Amsterdam Noord ten slotte: dit het belangrijkste gebied voor lokale partijen als Trots maar ook Leefbaar, Tulpen voor Amsterdam en Amsterdam's belang. In dit armere stadsdeel wonen relatief veel autochtonen.

Dus wat is de voornaamste scheidslijn die door Amsterdam heen loopt? De belangrijkste scheidslijn lijkt hier toch inkomen te zijn. Deze scheidslijn komt min of meer overeen met de horizontale dimensie: dit scheidt de liberale gedeeltes van de stad (Zuid van de VVD, het centrum van D66 en Oost en West van GroenLinks) van de rest van de stad, waar men met name voor volkspartijen als de PvdA, het CDA en populistische lokale partijen kiest. Hierbij moet worden opgemerkt dat in de gemeleerde stadsdelen West en Oost ook de SP het goed doet. De tweede scheidslijn scheidt de stad in links en rechts: GroenLinks, PvdA en SP aan de ene kant en VVD, D66, CDA en de lokale partijen aan de andere kant. Hierbij lijkt etniciteit een belangrijkere rol te spelen. Met name in de Bijlmer domineren deze partijen.

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

De waarde van mijn voorspelling

1586

In oktober deed ik een voorspelling hoe de uitslag van de verkiezingen in Rotterdam zou uitvallen. Omdat ik geen wijzigingen meer verwachtte, heb ik het aanbod om te gaan fispren laten lopen. Maar ik heb mijn eigen voorspelling wel nog even naast de werkelijkheid van woensdag gelegd:

Voorspelling en werkelijke uitslag vergeleken

Natuurlijk zat ik er her en der wat naast, maar ik ben niet ontevreden. Het rechtse blok (LR+VVD) is precies zo groot als ik had ingeschat. De PvdA is minder hard gedaald dan ik dacht, maar daar staat een iets mindere opmars van D66 en GroenLinks tegenover. Bij die vier zetels van GL zat wat wishful thinking, erkende ik toen al, maar dik drie zetels komt een eind in de buurt.

Het meest verbaasd ben ik over het zetelverlies van de solide SP, terwijl het in Rotterdam wankele CDA zich wel op drie zetels weet te handhaven. Dat de CU-SGP op één zetel blijft staan is geen loon naar werken voor het afgezwaaide raadslid Remco Oosterhof.

zaterdag, 6 maart 2010

Gert-Jan Krabbendam

Gert-Jan Krabbendam

Hyves Linkedin Twitter

109 kiezers bedankt!

In itteren, limmel, verkiezingen, cda, groenlinks, leuk, man, pvda, stemmen, en meer.
Reservebank

De uitslag is nu definitief bekend. GroenLinks verliest een zetel en komt op 4 uit. De stand PvdA en CDA is definitief 7-7. Ik heb de drempel voor een voorkeurszetel niet gehaald, maar heb toch nog 109 stemmen gehaald. Daar ben ik enorm trots op, want er zal niemand op mij hebben gestemd omdat ik een man ben, of een Hollender, of omdat ze 4 gewoon zo'n leuk getal vinden. Nu ik niet verkozen ben, doen die 109 stemmen me des te meer goed.

lees verder

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter

Politici, polariseer het land niet kapot

Overmatige uitvergroting van onderlinge verschillen en slechte persoonlijke chemie in verkiezingstijd is desastreus voor het land. Lees hier mijn opiniestuk dat vandaag in de Volkskrant is verschenen.

De verkiezingsuitslagen van de gemeenteraden laten een versplinterd Nederland zien. De tijd van geslaagde grote partijfusies en de trek van kiezers naar de drie machtspartijen CDA, VVD en PvdA ligt achter ons. Het proces van politieke fragmentatie zet nu zo hard door dat de regeerbaarheid van ons land onder zware druk staat. Brede Volkspartijen zijn verschrompeld.

Doordat CDA, VVD en PvdA het afgelopen decennium weinig stabiele en betrouwbare regeringen voortbrachten, is hun vanzelfsprekende toegang tot de macht in het geding. Toenemende politieke instabiliteit is hand in hand gegaan met culturele polarisatie en economische onzekerheid, waarbij de klassieke machtspartijen hebben nagelaten een verweer te formuleren tegen opkomend rechts en links populisme. Het is dan logisch dat zij meer en meer concurrentie ondervinden van (voorheen kleinere) partijen met een herkenbaar programmatisch profiel, die minder behept zijn met geloofwaardigheidsproblemen.

Het ziet er niet naar uit dat de komende Tweede Kamerverkiezing een grote verandering gaat brengen in het versplinterde politieke landschap, Om na 9 juni een regering te kunnen vormen is samenwerking met meer partijen dus geboden. Een tweepartijenkabinet is uitgesloten, maar ook een driepartijenkabinet lijkt onrealistisch. Want de drie traditionele regeringspartners – CDA en PvdA voorop – maken elkaar zo zwart dat samenwerken in een coalitie schier onmogelijk wordt.

De andere, voor mij heel onwenselijke, driepartijencoalitie van PVV, CDA en VVD heeft op dit moment geen meerderheid. Bovendien stuit deze coalitie op een levensgroot probleem: de huidige samenstelling van de Eerste Kamer. Ieder wetsvoorstel dient na aanvaarding in de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer te passeren en als die een voorstel afkeurt staat elke regering met lege handen. Ook in de Eerste Kamer moet een nieuwe regering dus een werkbare meerderheid zien te vinden, al binden regeringsfracties in de Eerste Kamer zich formeel niet aan een regeerakkoord. De PVV gaat nu een hoge de prijs betalen voor het besluit om niet deel te nemen aan de Statenverkiezingen in 2007. Want zolang de PVV geen zetels heeft in de Eerse Kamer is zij niet in staat om aan een daadkrachtige regering deel te nemen.
De volgende Eerste Kamer wordt pas rond juni 2011 gekozen, drie maanden na de volgende verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart 2011. Het is maar zeer de vraag of de PVV dan wel in twaalf provincies genoeg geschikte mensen weet te vinden. De partij heeft nu in 429 Nederlandse gemeenten niet meegedaan bij gebrek aan kader, en in de twee steden waar men wel meedeed werden Kamerleden ingevlogen. Deze slechte praktijk van dubbelmandaten is niet vol te houden en ook niet gewenst. In Frankrijk bijvoorbeeld, waar dubbelmandaten gebruikelijk zijn, leidt dit tot een opeenhoping van persoonlijke macht en vriendjespolitiek.

De ongelijke zetelverdeling in de Eerste Kamer en de Tweede Kamer sluit na 9 juni een aantal regeringscombinaties uit, in één of in beide Kamers. Het gaat daarbij zowel om rechtse als linkse combinaties. CDA, VVD en PVV: geen meerderheid. CDA, VVD en D66: geen meerderheid. CDA, VVD en ChristenUnie: geen meerderheid. PvdA, SP, GroenLinks en D66: idem dito. Paars, aangevuld met GroenLinks: geen meerderheid. CDA en VVD met gedoogsteun van de PVV: een lachertje. Alleen combinaties waarin de VVD èn de SP zitten of CDA èn PvdA, samen met andere partijen naar keuze, komen tot een meerderheid. Deze partijen sluiten elkaar nu impliciet of expliciet uit.

Het gevolg is dat midden in een economische crisis elk kabinet dat een meerderheid in de gehele Staten-Generaal ontbeert in ieder geval in haar eerste regeringsjaar verlamd zal zijn (en mogelijk ook daarna). Met de noodzaak onze economie, arbeidsmarkt en publieke sector fors te hervormen en tegelijkertijd de overheidsschuld met zo’n 35 miljard te verminderen is dit dramatisch en onverantwoord.

De enige manier waarop het gevaar van verlamming kan worden gekeerd, is als politici bereid zijn in hun opvattingen, toon en stijl een cultuurbreuk te forceren. Vooral CDA en PvdA lijken zich op te maken voor een herhaling van de desastreuze verkiezingsstrijd uit 2006. Zij zijn tot dusver nauwelijks op zoek naar effectieve samenwerking, maar lijken er enkel op uit te zijn de grootste partij te willen worden om de premier te kunnen leveren. Daarmee geven zij zich er geen rekenschap dat de overmatige uitvergroting van hun onderlinge verschillen en slechte persoonlijke chemie in verkiezingstijd desastreus kan zijn voor ons land. Als de uitslag hen namelijk toch dwingt tot samenwerking, dan leidt dat niet alleen tot een forse teleurstelling bij hun kiezers, maar hebben zij in hun polariserende en misleidende verkiezingsstrijd de kiem gelegd voor een nieuw’ vechtkabinet. Net zo’n kabinet dat twee weken geleden roemloos ten onder ging en absoluut geen antwoord biedt op de enorme uitdagingen waarvoor Nederland staat.

Uiteraard moet er in verkiezingstijd ruimte zijn om verschillen te benadrukken, omwille van de politieke duidelijkheid die kiezers verlangen. Meer dan voorheen moeten kiezers er echter op voorbereid worden dat ‘onverzoenlijke’ tegenstanders na 9 juni elkaars regeringspartners kunnen worden. Gebeurt dat niet dan slaat de teleurstelling bij kiezers om in grote weerzin die zich dan ook tegen noodzakelijke hervormingsvoorstellen keert.
Dit stelt drie eisen aan de leidende politici en hun partijen in de komende verkiezingscampagnes.

1. Vermijd dat inhoudelijke verschillen, die in de politieke werkelijkheid van alledag wel degelijk overbrugbaar zijn, als onverzoenlijk worden opgeklopt. Ondanks dat veel partijen bijvoorbeeld verschillende opvattingen hebben over de wijze waarop de AOW-leeftijd moet worden verhoogd, is er brede overeenstemming over de noodzaak dàt dit moet gebeuren. Met uitzondering van de PVV, wenst ook geen enkele politieke partij hiervan een breekpunt te maken. Van de SP mag dan bijvoorbeeld verwacht worden dat zij niet alleen in campagnetijd roept dat verhoging van de AOW-leeftijd ‘a-sociaal’ is, maar ook aangeeft op welke wijze zij verandering wel verantwoord vindt. Van politici mag worden verwacht dat zij het sluiten van compromissen als eervol verdedigen, zeker als zij tegelijkertijd de onderliggende idealen helder voor het voetlicht weten te brengen.

2. Maak van politieke meningsverschillen geen persoonlijke vetes. Het moddergooien tussen politici van CDA en PvdA huize moet worden gestopt. Terukijkend kunnen we vaststellen dat de jarenlange verwijten van leugens en ‘draaien’ over en weer, de geloofwaardigheid van alle betrokken politici ernstig heeft aangetast. De politieke leiders Balkenende en Bos zijn er zelf verantwoordelijk voor dat hun opgehoopte, persoonlijke rancune tot onwerkbare verhoudingen heeft geleid. Een herhaling hiervan kan niemand zich permitteren. Herstel van politieke geloofwaardigheid betekent ook dat politici open en eerlijk zijn over de rol die zij voor zichzelf zien weggelegd na de verkiezingen. Het is slecht voor de verhoudingen als politieke leiders zitting nemen in een nieuw kabinet en daar vier jaar lang hun campagnestrijd voortzetten. Zij horen als politiek leider plaats te nemen in de Tweede Kamer; of als zij toetreden tot een kabinet, dit over te geven aan een nieuwe fractievoorzitter.

3. Maak van kamerverkiezingen geen premiersverkiezingen. Het is onjuist om in deze onzekere tijden als politiek leider exclusief voor het premierschap te gaan en na een tegenvaller mokkend de politiek te verlaten omdat die ‘heldenrol’ niet voor je blijkt te zijn weggelegd. Zeker nu, kan de politiek niet worden teruggebracht tot een instrument van persoonlijke genoegdoening, maar moeten politici hun dienstbaarheid aan het algemeen belang tonen.

Het is heel simpel: het belang om Nederland verantwoord en niet verdeeld door de economische crisis te helpen, gaat nu boven partijpolitiek belang en al helemaal boven persoonlijk belang.

Femke Halsema
met dank aan Jan Willem Jurg (zelfstandig adviseur)

Christiaan Kwint

Christiaan Kwint

Hyves Twitter

1 zetel erbij!!

Als enige van de coalitie hebben wij een zetel erbij. De VVD blijft gelijk (5), PvdA verloor er 3 (nu 4) en CDA verloor er 1 (nu 3). We hebben deze zetel te danken aan onze lijstcombinatie met de PvdA. En wat nog het mooiste is, deze restzetel ging ten koste van TON. Zo zie je maar dat lijstcombinaties werken. Vorige keer leverde onze lijstverbinding een restzetel op voor de PvdA. Het staat nu 1 -1.

Ik wil iedereen bedanken die op ons heeft gestemd en ook iedereen die zich hard heeft ingezet voor de campagne. We hebben de afgelopen jaren kunnen bouwen aan een solide, en sterke groep. Ook hebben we hard gewerkt aan een sterke en zichtbare regio. Nederland houdt niet op boven het Noordzeekanaal (hoewel sommigen dat nog steeds denken). We gaan ons de komende 4 jaar weer sterk maken voor een groen en duurzaam Heerhugowaard.


Gebert Lucassen

Gebert Lucassen

Muur van 11 SP-ers waar ik niet doorheen kwam

Tja, dat was wat afgelopen donderdag in de Osse gemeenteraad. De SP had een voorzet gegeven door een pamflet te verspreiden. GroenLinks en CDA maakten een motie met hetzelfde standpunt en toch stemt de SP tegen. Daar ben ik niet verbaasd over maar toch... De fractie van de SP heeft blijkbaar zwaar op de donder gehad van coalitiegenoten PvDA en VDG. Ook SP-wethouders Ermers en Iding(hoewel je het m...

Vincent Kagie

Vincent Kagie

Blogreacties: Tom Louwerse

Ervaring (2): De politieke groentjes

In de vorige blog, met update vanochtend, de mensen die hun eerste stappen in de (Leidse) politiek al hebben gezet. In deze blog juist de mensen die in die blog niet voorkomen. Het gebrek aan Leidse en/of politieke ervaring, is trouwens niet erg. Een bepaalde vernieuwing is juist zeer goed. Dit is meer een 2e artikel in een drieluik naar aanleiding van mijn blog over de groep van net niet, waarin ik constateerde dat er veel ervaring verdween. Een zoektocht dus naar of er een juiste balans vernieuwing/ervaring is in de nieuwe Leidse raad (dat zal dan de 4e in de serie moeten worden). In de derde (alhoewel ik nog een voorbehoud van motivatie houd) de relatieve groentjes zonder raadservaring.

D66 levert als grootste partij slechts 1 “groentje” de met voorkeursstemmen gekozen Vahit Körolu(1977) . Heel goed googlebaar is hij niet. Hij zo’n beetje de enige D66-er zonder LinkedIn. Hij is werkzaam in de jeugdhulpverlening en heeft mogelijk de politiek kunnen zien werken toen hij bij het ministerie van justitie werkte. Daarnaast is hij bestuurslid bij Jong Perspectief, een buddyproject van volwassenen met jongeren in Zoetermeer. Vahit lijkt toch vooral een frisse kracht en een echt groentje in de (Leidse) politiek.

De tweede partij PvdA levert er 2.
Tjeerd Scheffer(56) heeft veel Leidse ervaring als (sport)journalist, manager bij de VVV en de laatste jaren bij ZZ Leiden en Leiden Marathon. Daarnaast nog Bestuurswerk in de sport, muziek en mensen. De vraag is wel of de omslag naar politiek zal lukken. Deze blijkt altijd lastig als je gewoon dingen doet en aanpakt, terwijl in de Leidse politiek daar politiek en politieke spelletjes bijkomen. Helemaal groen in de Leidse politiek is Tjeerd dus niet, maar wel groen in de politiek.

Esther Karsch-Spiro(41) heeft waarschijnlijk de politiek al wat meer van dichtbij kunnen zien als voorzitter van de wijkraad Stevenshof (3 jaar). Uit deze wijkraad kwam ook de nummer 2 van de PvdA, Henny Keereweer, 4 jaar geleden. Dit lijkt dus stiekem een talentenklasje voor de PvdA aan het worden. Daarnaast trainer/coach bij cliëntenraden van de GGZ. Aangezien haar CV op LinkedIn pas jaar geleden begint is er voor de rest weinig informatie te vinden. Esther heeft via de wijkraad dus al wat gesnuffeld aan de Leidse politiek.

Ook de derde partij de VVD heeft een fris iemand.
Margreet van Wijk(34) werkt bij de IND. Het is te hopen dat ze niet de kant van oud IND-er Rita Verdonk op gaat en zich afsplitst, maar dat zal vast niet met 54 voorkeursstemmen. Bij de IND heeft ze ervaring met het maken van beleid maken. Ook Margreet is dus een frisse kracht in de Leidse politiek.

De SP heeft alleen raadsleden die doorgaan. Het CDA (de 5e partij) heeft echter wel een nieuw iemand.
Judith Sandriman(41) is in ieder geval niet van de Jip en Janneketaal. Op de CDA site zegt ze “Ik heb ervaring in social service clubs en andere sociaal maatschappelijke organisaties. Ik beschik over cognitieve competenties die mij in staat stellen besluiten te kunnen nemen om snel tot actie over te gaan.” Wat ze daar precies mee bedoelt is lastig terug te vinden, omda haar LinkedIn profiel zeer beperkt is. Het enige clubje wat google in de eerste 4 pagina’s vindt is de Nederlandse Vereniging voor Luchtvaarttechniek waar ze kartrekker is van het netwerk dat zich bezighoud met cabine inrichting. Voor de rest is ze adviseur bij het ministerie van VWS. Mogelijk dus wel ervaring met beleid, maar met het Leidse of politiek nog niet echt (te vinden).

Bij de 6e partij is het oudste fractielid van GroenLinks vreemd genoeg ook het “groentje” van die fractie.
Walter van Peijpe(46) zal als taxichauffeur en oud barman in de WW de Leidse mensen wel kennen. Daarnaast is hij binnenhuisarchitect en ontwerper van meubels. Met de Leidse politiek heeft hij slechts inhoudelijk een beetje ervaring met het schrijven van het programma van GroenLinks. Met het Leiden heeft hij dus wel ervaring, maar hij heeft nog zeer weinig ervaring om van het Leidse ook politiek te maken.

De 2de grote winnaar SLO kent een zelfde geval.
Peter Labrujère, de nachtburgemeester van Leiden, zal nu ook zich mengen in de dag (nou toch stiekem vooral ook avond en nacht) politiek van Leiden. Hij is voorzitter van het alom geroemde stadsparkeerplan (de busjes van het Haagwerkterrein), regelneef en ondernemer. Veel ervaring in het Leidse, maar nog niet in de politiek. De vraag of dat gaat werken, aangezien politiek en doen in de stad toch echt anders zijn. Dat merkte je de afgelopen jaren ook met Jan Boer en in mindere mate Aad van der Luit. Daarnaast zouden de vele belangen zeker af en toe het lastig maken.

Bij de andere partijen geen echte groentjes meer.

Helemaal groen in het Leidse of in de politiek zijn de meeste van deze 7 niet, slechts Vahit en Margreet lijken helemaal groen te zijn.

vrijdag, 5 maart 2010

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Kiezers bedankt!

Ik heb eindelijk tijd gevonden om terug te blikken op de uitslag van de verkiezingen. We hadden dit keer als inzet dat we de tweede zetel wilden binnenhalen.

En iedereen – vriend en vijand- had dit eigenlijk ook wel verwacht. Als fractie hebben we het binnen en buiten de raad heel erg goed gedaan. En landelijk ging het ook voor de wind.

We hebben extra winst geboekt evenals de VVD en D’66 met dit verschil dat het voor ons te weinig was voor een tweede zetel. Daar baalde ik eerst wel van. Alleen in de raad is best wel zwaar ook al heb ik dit keer veel meer mensen om mij heen dan vier jaar geleden.

De dag na de verkiezingen namen we de uitslagen in de Volkskrant nog eens door en toen bleek het landelijk beeld te zijn dat we of gelijk of iets omhoog waren gegaan. Gemiddeld lag het percentage op 7% en wij zitten samen met de gemeente Tynaarlo daar nog iets boven. Eigenlijk niet zo slecht gedaan dan eigenlijk.

In Meppel hebben een behoorlijk aantal partijen stemmen verloren. Opvallend was dat een lokale partij als Sterk Meppel flink heeft verloren (verlies van 1200 stemmen). Dit terwijl de lokale partijen bijna overal winst hebben geboekt. Dus toch wel wat ontevreden inwoners lijkt me zo. De Partij van de Arbeid (verlies 1500 stemmen) , het CDA (verlies 200 stemmen) en de ChristenUnie (verlies 200 stemmen) verloren eveneens.

Alleen de VVD won 800 stemmen en D66 komt met 1100 stemmen nu met twee zetels in de raad. En wij wonnen natuurlijk.

Ik wil iedereen bedanken voor hun stem op ons. We zitten nog steeds in stijgende lijn. Over vier jaar gaan we er weer voor!

Laura Punt

Laura Punt

Hyves Linkedin Twitter

Verkiezingsuitslag

Vandaag is het definitief. We hebben 2 zetels in Assen. Helaas 58 stemmen tekort voor een 3de zetel, maat wel winst tov van 2006. van 5,8% naar 7,1 %. Hans Marskamp is het 2de raadslid in Assen. Hij is een welkome aanvulling in de fractie. Sinds een jaar draait hij mee met de fractie en bereidt daar alle milieu beleidsstukken voor. Hij gaat het weekend goed nadenken welke portefeuilles hij graag wil gaan doen.

In de tussentijd denken wij ook  na over de mogelijke combinatie’s die er kunnen zijn in het nieuwe college van Assen. Met het verlies van de PvdA van 11 naar 8 en verlies van de SP met 1 zetel, kunnen we een links blok wel vergeten. VVD heeft 1 extra, dus nu 5 en de rest is keurig verdeeld in partjes van 4 zetels. 8 PvdA, 5 VVD, 4 CDA , 4CU,  4 PLOP, 4 D66, 2 SP en 2 GroenLinks. Het puzzelen kan beginnen. Wie doet er het meeste water bij de wijn om mee te mogen doen in het college? Woensdag gaan we eerst uitgebreid afscheid nemen van die raadsleden die niet doorgaan, met een speciale raadsvergadering. Nog wel even wat notulen vaststellen, als ze tenminste op tijd zijn, en dan gezellig met z’n allen eten in het bedrijfsrestaurant van het gemeentehuis. Donderdag is dan de installatie van de nieuwe raad en kunnen de onderhandelingen gaan beginnen. PvdA zal wel het voortouw nemen, maar Jaap Kuin heeft al aangegeven het anders te willen doen dan vroeger. Gewoon plenair het eens over de verkiezingen hebben en dan kijken wat het beste is voor Assen. Als de VVD en D66 dat maar accepteren. Ik verheug mij op de komende weken, maar maandag eerst maar de geloofsbrieven regelen bij de griffier.

Ik wil iedereen die  ons gesteund heeft, ontzettend bedanken. Nog steeds jammer dat we die 3de zetel net niet hebben, maar we zetten onze schouders er onder en gaan er de komende 4 jaar stevig tegenaan. Er staat veel te gebeuren in Assen, Florijnas, Citadel en niet vergeten de bezuinigingen. We werken de komende weken ons plan : ” Investeren moet, bezuinigen kan”  verder uit.  Zetten ons in voor het duurzaam bouwen van de 2 nieuwe VO scholen, niet te sober want we bouwen natuurlijk wel schoolgebouwen voor 40 jaar en er moet modern onderwijs kunnen worden gegeven. De crisis stopt op een gegeven moment echt weer, maar de ontwikkelingen in het onderwijs gaan door en wij blijven ons inzetten voor modern onderwijs, zodat ook de jongeren van Assen een goede aansluiting vinden met het vervolgonderwijs in Nederland en in het buitenland. Inzetten op het sociale vlak, zodat iedereen kan blijven meedoen en wij blijven jongeren, ouderen en gezinnen begeleiden en ondersteunen als zij tussen wal en schip of tussen wet en instanties dreigen te vallen. En dan ons plan voor een duurzame energievoorziening: Alleen of samen met andere gemeenten en afdelingen van GroenLinks, maar ook met andere partijen die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, blijven wij ons inzetten om dit ideaal vaste grond onder de voeten te gaan geven. Volg ons via assen.groenlinks.nl of via dit blog.


Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Leiden 2010: Wie wint waar?

In 9 juni, binnenstad, boeken, boerhaavedistrict, bos, cda, d66, gemeente, groen, en meer.
De gemeente Leiden heeft de gedetailleerde uitslag van de verkiezingen op de website gezet, hetgeen uitnodigt tot fijne analyses. Zo heeft Simon Otjes al een ruimtelijk model van het Leidse stemgedrag gemaakt, waarin hij wijken en partijen naast elkaar legt. Zo valt een scheidslijn te trekken tussen volkswijken waar men socialistisch en populistisch stemt aan de ene kant en binnenstad en rijkere wijken waar men liberaal (in ruime zin) stemt.
Deze patronen zijn ook terug te zien in onderstaande tabellen, waar het stemgedrag per partij per wijk/district staat vermeld. Bij elke partij is steeds het beste resultaat groen, het slechtste rood.

district / stembureau

totaal

PvdA

SP

VVD

CDA

GL

D66

Leiden totaal

51.969

15,30

10,00

13,40

8,90

8,70

24,60

0 Binnenstad-Zuid

4.684

11,60

7,40

16,40

8,80

11,20

28,80

1 Binnenstad-Noord

6.553

13,00

9,60

13,60

7,40

11,10

27,10

2 Stationsdistrict

871

13,10

8,50

13,20

7,80

14,50

23,90

3 Leiden Noord

3.770

21,20

15,50

9,50

5,10

7,30

19,20

4 Roodenburgerd.

9.742

12,70

10,20

13,30

9,70

7,70

28,80

5 Bos- en Gasthuisd.

7.902

16,00

10,50

12,50

11,10

6,70

22,90

6 Morsdistrict

4.520

16,50

9,60

13,30

9,50

9,10

20,50

7 Boerhaavedistrict

1.730

17,30

5,10

13,80

11,00

12,90

27,90

8 Merenwijkdistrict

6.297

17,90

9,90

14,80

8,60

8,30

23,50

9 Stevenshofdistrict

4.525

17,40

11,10

13,10

8,90

5,30

18,00

Extra stembureau

1.375

14,10

7,90

13,80

6,70

14,60

29,10

district / stembureau

totaal

CU

LL

SLO

PvdD

PS

ST

Leiden totaal

51.969

3,60

3,90

6,50

3,50

0,60

0,90

0 Binnenstad-Zuid

4.684

3,30

1,60

5,70

3,60

0,40

1,30

1 Binnenstad-Noord

6.553

3,90

2,30

6,90

3,30

0,30

1,50

2 Stationsdistrict

871

3,00

1,60

8,60

4,20

0,30

1,30

3 Leiden Noord

3.770

3,00

6,20

7,50

3,30

0,70

1,70

4 Roodenburgerd.

9.742

3,20

2,80

6,90

3,60

0,50

0,70

5 Bos- en Gasthuisd.

7.902

3,60

5,10

5,90

4,00

0,80

0,70

6 Morsdistrict

4.520

3,80

4,90

7,60

4,10

0,50

0,70

7 Boerhaavedistrict

1.730

2,80

1,60

4,60

2,10

0,40

0,60

8 Merenwijkdistrict

6.297

4,00

4,40

4,40

2,80

1,00

0,20

9 Stevenshofdistrict

4.525

4,70

7,20

8,80

4,20

0,70

0,60

Extra stembureau

1.375

4,60

1,50

4,40

2,10

0,50

0,70


Zo valt te zien dat PvdA en SP het vooral goed doen in Leiden-Noord, D66 en de VVD in de binnenstad, het CDA in het Bos- en Gasthuisdistrict, GroenLinks op en rond het station (extra stembureau), en CU, Leefbaar Leiden, Stadspartij LO en de PvdD in de Stevenshof. Dit komt in grote lijnen overeen met Simons model. Van alle districten komt de uitslag van Merenwijk het sterkste overeen met die van heel Leiden: de correlatie is 0.9859.

Maar waar hebben partijen nu gewonnen of verloren ten opzichte van 2006? In onderstaande tabel wordt de procentuele verandering van het aantal stemmen weergegeven (alleen voor de partijen die in 2006 ook al mee deden).

PvdA

SP

VVD

CDA

GL

D66

CU

LL

SLO

Leiden totaal

-33%

-39%

-2%

-17%

-8%

290%

-38%

-22%

59%

0 Binnenstad-Zuid

-23%

-46%

-24%

-5%

-8%

172%

-33%

-38%

19%

1 Binnenstad-Noord

-32%

-41%

-16%

-8%

-10%

227%

-29%

-39%

60%

2 Stationsdistrict

-29%

-45%

-11%

-5%

1%

163%

-52%

-48%

65%

3 Leiden Noord

-31%

-26%

36%

-9%

-9%

347%

-9%

-11%

97%

4 Roodenburgerd.

-33%

-44%

-1%

-29%

-5%

405%

-58%

-39%

28%

5 Bos- en Gasthuisd.

-32%

-36%

2%

-7%

-12%

367%

-45%

-16%

69%

6 Morsdistrict

-34%

-42%

17%

-14%

-4%

294%

-38%

-2%

55%

7 Boerhaavedistrict

-17%

-56%

-5%

-11%

-30%

299%

-43%

-43%

53%

8 Merenwijkdistrict

-26%

-34%

-3%

-24%

-7%

267%

-33%

-12%

47%

9 Stevenshofdistrict

-44%

-26%

1%

-23%

-13%

246%

21%

-1%

144%

Extra stembureau Station

-25%

-56%

1%

0%

-13%

194%

-12%

-58%

91%

De grootste veranderingen zijn natuurlijk te zien bij D66, dat in het Roodenburgerdistrict de aanhang met ruim 400% ziet groeien. Ook in andere wijken doet D66 het natuurlijk goed, maar het minste wint de partij in het Stationsdistrict. De PvdA verliest juist in alle wijken, het sterkste (-44%) in de Stevenshof. In het Boerhaavedistrict weet de partij de schade juist te beperken. Voor de SP is het beeld juist precies omgekeerd: beperkt verlies in de Stevenshof, een slechte beurt in het Boerhaavedistrict. De VVD doet het goed waar je het niet verwacht: in Leiden Noord. Hoewel Noord zeker geen VVD-wijk is geworden, is het stemmenaantal van de VVD er wel met 36% toegenomen. In de Binnenstad-Zuid moet de VVD juist veel toegeven.

De Christelijke partijen verliezen in het Roodenburgerdistrict; het CDA verliest slechts beperkt in de binnenstad, de CU doet het relatief goed in de Stevenshof. Bij GroenLinks is het Boerhaavedistrict een sterke negatieve uitschieter. De partij verliest in de hele stad ongeveer 8% van haar kiezers, maar in dit district 30% (in 2006 was dit nog de beste wijk van GL). In het stationsdistrict weet GroenLinks een klein winstje te boeken. De Stadspartij Leiden Ontzet maakt de grootste klapper in de Stevenshof (+144%, van 3,6% naar 8,8% van de stemmen). In de binnenstad weet de partij relatief weinig nieuwe stemmers te trekken. Leefbaar Leiden verliest het minste in de Stevenshof, het meeste in het Roodenburgerdistrict.

De uitslagen en verschuivingen per wijk zijn wellicht niet heel verrassend: D66, GL, VVD doen het goed in de binnenstad, SP en PvdA in Noord en de overige partijen in de Stevenshof. Voor de partijen is het echter wel waardevol om te kijken waar hun kiezers zitten. Dan kunnen ze in de aanloop naar 9 juni alles op alles zetten om hen naar de stembus te krijgen.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter Blogreacties: Tom Louwerse

Leidse Stemmen in ruimtelijk perspectief

In politiek, binnenstad, boerhaavedistrict, bos en gasthuisdistrict, cda, christenunie, d66, groenlinks, merenwijk, en meer.

Van het stemgedrag van kiezers bij de Europese verkiezingen had ik al een ruimtelijk model gemaakt. Je kan een zelfde model maken voor de Leidse Gemeenteraadsverkiezingen: waar zijn welke partijen sterk?

Untitled_image_1

In het figuur hiernaast (even op klikken voor een beter resultaat) zie je een model van de uitslag van de verkiezingen in verschillende wijken: is er een verschil tussen de wijken waar D66 sterk was en waar de SPsterk is of putten zij uit dezelfde kiezers? In het model zijn zowel wijken als partijen geplot: hoe dichter een partij en een wijk bij elkaar staat, hoe meer mensen uit die wijk op die partij stemden. Hoe verder twee partijen of twee wijken uit elkaar staan, des te groter zijn de verschillen in stemgedrag.

Twee caveats voor ik begin: ten eerste omdat je nu overal mag stemmen, kan je moeilijker iets zeggen over de inwoners van die wijk op basis hiervan. Ten tweede alhoewel het een twee-dimensionaal model is, ligt het grootste gedeelte van de verklarende kracht in de horizontale dimensie.

Laten we eens de partijen langs gaan: geheel rechts in dit figuur staat Leefbaar Leiden, de partij voor de Leidenaar. Deze partij deed het met name sterk in de Stevenshof en Noord, echte volkswijken, die bedreigd worden door de . Dichter in het centrum staan de PvdA, de Stadspartij en de SP: ook deze partijen scoren met name in de volkswijken zoals de Noord (veel PvdA) en Stevenshof (relatief veel SP en Stadspartij), in het midden van de figuur staan de ChristenUnie en de Partij voor de Dieren. Deze partijen scoren heel gelijkmatig door de stad heen. Het CDA scoort het best in het Bos- en Gasthuisdistrict. Dan komen we bij de VVD, GroenLinks en D66. Deze partijen scoren sterk in de binnenstad van Leiden en in het Boerhaavedistrict (relatief veel GL), het rijkere Roodenburgerdistrict (veel D66) en op het station. Overigens de positie van D66 is zo dominant dat zij over de hele stad de grootste partij zijn: behalve in Noord, waar de PvdA de grootste is.

Vanuit dit ruimtelijke perspectief lijkt er een dominante scheidslijn door het stemgedrag in Leiden te lopen: tussen de volkswijken waar socialistische en populistische partijen hun steun vinden en de binnenstad, treinforensen en rijkere wijken, waar met name liberale partijen het goed doen. De dominante scheidslijn is dus niet tussen links en rechts: in volkswijken wordt er ook op rechtse partijen als de leefbaren gestemd, en in de binnenstad ook op linkse partijen als D66, maar het is een scheidslijn tussen de universiteit en de stad.

Vincent Kagie

Vincent Kagie

Ervaring(1): De blijvers, terugkeerders en de andere

Uit mijn vorige blog bleek dat er veel ervaring uit de Leidse raad verdwijnt. Wat komt daar voor terug? In deze eerste blog, in als ik motivatie heb, in een serie van blogs een korte bespreking van de mensen die ervaring hebben in of rond de (Leidse) politiek. Voor het overzicht klik op lees verder. 6 maart update: Eli de Graaf zal plek Jan Boer innemen in de raad, gewijzigde stukken onderstreept

De blijvers
Als er 23 raadsleden verdwijnen, dan blijven er ook 16. Per partij zijn dit:

D66
Paul van Meenen (8 jaar ervaring in de Leidse raad)
Aad van Luit (kleine 4 jaar, 4 maanden vervangen)

PvdA
Henny Keereweer (4 jaar)
Marion van Dongen (4 jaar)

VVD
Paul Laudy (8 jaar)
Greetje van Grutingen (14 jaar, met onderbreking tussen 1998 en 2000)
Frederik Zevenbergen (kleine 8 jaar, met onderbreking 16-3-2006 en 24-4-2006)

SP
Antoine Theeuwen (4 jaar)
Roos van Gelderen (4 jaar)
Louk Rademaker (4 jaar)
Eva de Bakker (4 jaar, daarnaast ook al 3 jaar Statenlid)

CDA
Moniek van Sandick (4 jaar)
Arjen Bonestroo (ruim 3 jaar)

GroenLinks
Pieter Kos (kleine 2,5 jaar)

SLO
Jan Boer (4 jaar), wordt slechts duo-raadslid en zal dus zijn raadservaring wel inzetten voor zijn fractie, maar niet op de manier besproken in deze blog

Leefbaar Leiden
Daan Sloos (16 jaar, 4 namens SP, 2 jaar onafhankelijk en 1 jaar namens de Leidse Partij)

ChristenUnie
Guido Terpstra (4 jaar)

De terugkeerders
Een aantal gekozenen waren al eerder raadslid. Dit zijn wethouders, raadsleden van D’66 die 4 jaar geleden buiten de boot vielen en een collega draaideur vervanger.

D66
Peter Bootsma(4 jaar, tussen 2002-2006)
Sabine Verschoor(4 jaar en 4 maanden, tussen 2002-2006 en eind 2006 en begin 2007 als vervanger van Aad van der Luit)
Mark Koek (4 maanden en daarnaast nog kleine 8 jaar als duo-raadslid)

PvdA
Gerda van der Berg (8 jaar tussen 1994 en 2002, tevens wethouder van 2006-2010)
Robert-Jan van Ette(8 maanden als vervanger van Marije van der Berg en Daan Iken)

CDA
Jan-Jaap de Haan (kleine 6 jaar, tevens van eind 2007-2010 wethouder)

De overige ervaringen
Ten slotte zijn er nog diverse kandidaten met andere ervaring. Dit zijn een wethouder, duo-raardsleden, algemeen bestuurslid van de waterschappen, een fractie assistent en bestuursleden.

De VVD heeft hier waarschijnlijk degene met de meeste relevante ervaring. Pieter van Woensel was 2 jaar raadslid in Groningen (namens student en stad), 2 jaar raadslid in Den Haag, 3 jaar wethouder in Den Haag en 2 jaar wethouder in Leiden. Alhoewel dus geen Leidse raadservaring, maar wel zowel Leidse als raadservaring.

D66
D66 levert de meeste duo-raadsleden zonder raadservaring die promoveren tot raadslid. Dit zijn Elze ’t Hart (2 jaar duo), Lise-Lotte Kerkhof (2 jaar), Timo Gubbens (7 maanden) en Jeffrey van Haaster (7 maanden).

SLO levert het meest ervaren duo-raadslid met Eli de Graaf (4 jaar).

De PvdD levert dan het enige algemeen bestuurslid van het Waterschap Rijnland. Dick de Vos is al 1 jaar en 4 maanden bestuurslid aldaar. Het waterschap leverde trouwens eerder al een wethouder met John Steegh, dus uniek is Dick niet.

Naast duo-raadsleden hebben fracties ook een fractie assistent. Deze zit niet in een commissie, maar is wel bij alle discussies in de fractie en ondersteunt deze ook vaak op andere vlakken. GroenLinks is de enige fractie waar deze fractie assistent raadslid wordt. Jan Thijs Leeuwrik Nieborg was dat voor ruim 4 jaar.

Meer komt het voor dat mensen van het lokale bestuur promotie maken naar de raad. Een aantal eerder genoemde mensen met raads- of duo-raadslidervaring waren de afgelopen tijd bestuurslid, maar ik noem slechts met enkel deze “mindere” ervaring (ik denk dat ervaring als raadslid, wethouder of duo-raadslid meer waarde heeft dan ervaring als bestuurder van de lokale afdeling).

Het VVDbestuur staat zijn voorzitster af aan de raad met Petra Borst (3 jaar). Ook levert een bestuurslid en wel Stéphanie Bakker (3 jaar).

Dit zijn alle raadsleden met politieke ervaring, zover ik via de het Leids pluche van Jan van Hout, de partijen en LinkedIn heb kunnen vinden. Functies als lid van de programmacommissie (zoals Walter van Peijpe) zijn wat mij betreft te klein om in dit overzicht op te nemen en daarnaast moeilijk na te zoeken. Dit brengt de nieuwe raad op 23 mensen met Leidse raadservaring (totaal ongeveer 134 jaar Leidse raadservaring, variërend van 4 maanden tot 16 jaar, dus over het totaal gem. een kleine 3,5 jaar en onder de deze groep een gem. een kleine 6 jaar), 3 (waarvan 2 met raads ervaring in Leiden en 1 raadservaring elders) met ervaring als wethouder(11 jaar, waarvan 8 in Leiden), 4 met als grootste ervaring duo-raadslid (gemiddeld een kleine 1,5 jaar), 1 met waterschapservaring, 1 fractie assistent en 2 bestuursleden. Dit zijn totaal 32 raadsleden die al enige ervaring hebben in de Leidse politiek en/of de politiek in het algemeen (waarvan Dick de Vos de enige is die enkel in de tweede categorie valt).

Ten slotte nog waar de meeste ervaring zit. Die zit bij de VVD met 30 jaar (gem. 6 jaar per raadslid) raadservaring in de Leidse raad en 4 jaar ervaring in andere raden (los van 4 jaar als wethouder en 3 jaar als plaatselijk voorzitter). Daarna komen D66(20 jaar, gem. 2 jaar), Leefbaar Leiden(16 jaar, gem. 16 jaar), PvdA(16 jaar, gem. ruim 2,5 jaar, en 4 als wethouder), SP(16 jaar, gem. 4 jaar), CDA(13 jaar, gem. ruim 3 jaar, en ruim 2 als wethouder). In de lagere regionen qua ervaring bevinden zich CU(4 jaar, gem. 4 jaar), GroenLinks(2,5 jaar, gem. ruim een half jaar, en 4 jaar als fractieassistent en 3 jaar als bestuurslid). Helemaal onderaan qua ervaring in de (Leidse) politiek komen de SLO met 4 jaar duo-raadslid ervaring en de PvdD met een kleine 1,5 jaar in het waterschap. Hieronder nog even de 2 lijstjes met de rangschikking totaal in de Leidse raad en het gemiddeld aantal jaren in de Leidse raad.

Totale ervaring in de fractie:
1. VVD, 30 jaar
2. D66, 20 jaar
3. PvdA*,ruim 16 jaar
4. SP, LL kleine 16 jaar
6. CDA*, 13 jaar
7. CU 4 jaar
8. GL, 2,5 jaar
9. SLO, PvdD, 0 jaar

Gemiddelde ervaring:
1. LL, kleine 16 jaar
2. VVD*, 6 jaar
3. CU, 4 jaar
4. SP, net geen 4 jaar
5. CDA*, 3 jaar
6. PvdA, 2,5 jaar
7. D66, net meer dan 2 jaar
8. GroenLinks, 0,5 jaar
9. SLO, PvdD, 0 jaar

*=ook ervaring in de fractie als wethouder

Deze lijstjes zijn natuurlijk te kort door de bocht als je naar dit te lange stuk kijkt. Wel maakt dit duidelijk dat VVD, PvdA, LL (Daan "nieuwe politiek" Sloos blijft de nestor), SP, CDA en D66 een voordeel zullen hebben boven CU,GL,SLO en PvdD op het gebied van Leidse politieke ervaring.

In de volgende blog, als die er komt, zal ik ingaan op de echte frisse mensen en degene die minder ervaring hebben dan het raadslidmaatschap.

David Rietveld

David Rietveld

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Terugblik verkiezingsuitslag

Tsja, waar zal ik beginnen? Misschien gewoon maar met het feliciteren van alle winnaars - en dat zijn er nogal wat. De echte (zetel)winnaars zijn PVV, D66, HSP, Partij voor de Dieren en de lijst Khoulani. De PPS en de Islam Democraten zijn wat mij betreft morele winnaars, omdat na interne strubbelingen bij beide partijen de verwachting was dat ze het niet zouden redden. Verliezers zijn er ook: PvdA, VVD, CDA en SP verloren flink wat zetels. De PvdA bleef wel de grootste, en scoorde met 10 zetels net zo goed als in 2002. Een knappe prestatie, zeker tegen de achtergrond van de uitslagen bij de Europese verkiezingen. En dan GroenLinks. Zetelbehoud - en daarmee de enige collegepartij die niet verloor. GroenLinks is met recht de meest stabiele partij in de Haagse raad te noemen. ;-) Wel een teruggang in percentage, maar het absolute aantal stemmen is ietsjes hoger dan in 2006. Ook aardig: weer groter dan de SP en voor het eerst in de geschiedenis groter dan het CDA in de Haagse raad.

Ik kreeg 402 voorkeursstemmen. Dat is ruim onvoldoende om met voorkeursstemmen gekozen te worden, waardoor ik er nu buiten val. Opvallend veel mensen steken me een hart onder de riem met de toevoeging dat GroenLinks toch wel weer in het college komt en dat ik er dan alsnog in kom. Dat zou kunnen, zeker gelet op de voorkeur die de grootste partij in Den Haag heeft uitgesproken. De VVD hanteert opzichtig de Zalmstrategie uit 2002. Het lijkt me dat ze dat niet heel lang kunnen volhouden. D66 houdt de kaarten op de borst, maar wil wel verandering. Ik neem aan dat ze zelf een rol willen spelen in die verandering, dus dat zal ik dan maar vertalen als een wens tot collegedeelname. Voor GroenLinks geldt wat mij betreft dat we constructief moeten willen meepraten over een toekomstig stadsbestuur. De PVV plaatst zichzelf met liefde buitenspel door irreële eisen te blijven stellen. Ik vraag me af of er bij hen echt bereidheid is om wethouders te leveren. Hoewel ze zeggen niemand uit te sluiten, lijkt het me moeilijk voor te stellen dat een college PvdA/VVD/PVV de goedkeuring van partijleider Wilders zou kunnen wegdragen.

Valt er verder nog wat te interpreteren? Ik denk het wel. Het rechtsige blok is van 18 (VVD, CDA, CU/SGP, LPF, PPS) naar 19 gegaan (PVV, VVD, CDA, PPS). Het linksige blok van 25 (PvdA, SP, GL, D66, HSP) naar 24 (PvdA, SP, GL, D66, HSP, PvdD). Blijven over: de Islam Democraten en de Partij van de Eenheid (lijst Khoulani). Ik weet (nog) niet precies waar ik hen moet plaatsen (en dat geldt eigenlijk ook wel voor de PPS nu Jaap Spaans daar lijsttrekker is). Sociaal-economisch links, maar op cultuur en veiligheid passen ze eerder in het rechtsige blok. Het blijft een beetje behelpen, zo'n 2-deling, maar bottomline is wel dat links/progressief nog steeds een meerderheid heeft. Dat zou zich moeten vertalen in een nieuw college, en in dus in het nieuwe collegeakkoord en -beleid, lijkt me.

Ik ga zelf dit weekend nog eens rustig nadenken over deze uitslag, en welke conclusies ik er voor mezelf aan moet verbinden. Ik dank natuurlijk alle 402 mensen die op me gestemd hebben, maar als ik heel eerlijk ben had ik het iets hoger verwacht. Dat noopt tot een kritische beschouwing over mijn eigen functioneren, en ook dat van GroenLinks als geheel. Gelukkig heb ik daar voorlopig alle tijd voor. ;-)

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Heeft Wilders te vroeg gepiekt?

1584

In de landelijke peiling die de raadsverkiezingen vergezelden, leek de PVV spekkoper: van 9 naar 24 (+15). Dezelfde peilingen lieten echter ook iets anders zien. De grootste bestrijders van Wilders, D66 en GroenLinks, gingen samen van 10 naar 27 (+17). Logisch dat Wilders dit laatste liever negeert en de peiling als een opstap naar een machtsgreep in juni ziet. Maar zijn meest waarschijnlijke coalitiepartners, CDA en VVD, verliezen 12 zetels. Per saldo neemt de waarschijnlijkheid van een rechts kabinet niet significant toe.

De vraag is nu of Wilders zijn niveau weet vast te houden. De trend is namelijk neerwaarts. Rond de Europese Verkiezingen vorig jaar stond hij nog boven de dertig. De ogen zullen gericht zijn op zijn loopjongens in Almere. Daar is de PVV de grootste en zal ze dus het voortouw moeten nemen om een coalitie te vormen. Lukt dat niet, dan zal de partij dat voor de voeten geworpen krijgen tijdens de campagne: u krijgt niet eens een coalitie in Almere rond, hoe denkt u dat te gaan doen als u de grootste in het land wordt? Lukt het wel, dan moet de PVV een of meer wethouders leveren. Worden die gevonden, dan wordt het ook link voor Wilders, want wethouders doen sneller iets fout dan raadsleden.

(...)
Lees verder in Heeft Wilders te vroeg gepiekt? (nog 175 woorden)

Definitieve uitslag

Vandaag heeft de kiesraad de definitieve uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen bekend gemaakt voor de gemeente Eindhoven. Er is geen afwijking met de voorlopige uitslag van gistermiddag en met de uitslag zoals hij vandaag is gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad.
Ik heb onderstaande grafiek gemaakt om te laten zien hoe de verhoudingen liggen.

Vanaf de installatie van de raad, op 11 maart 2010, zal de raad bestaan uit 10 fracties.
PvdA is met 10 zetels de grootste partij in Eindhoven, VVD met 8 de tweede. Op percentages is D66 met 6 zetels de derde partij, CDA met 6 zetels de 4e. GroenLinks is met 4 zetels de 5e partij, SP met 4 zetels de 6e. Zevende partij is het OuderenAppel met 3 zetels, LPF met 2 zetels de 8e partij. Leefbaar Eindhoven is negende en Trots op Nederland 10e met ieder 1 zetel in de raad.
Ben je benieuwd welke personen voor de partijen in de raad zitten? Bekijk het Eindhovens Dagblad van vandaag.

Vandaag is er een bijeenkomst voor raadsleden van de komende periode. Er moeten geloofsbrieven worden ingevuld en al het papierwerk moet worden afgehandeld. Als dat allemaal goed is, zal 11 maart de nieuwe raad geïnstalleerd worden.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 157 uur (6,5 dagen). Berichtgemiddelde: 4,6 bericht per dag, 32,1 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3