Erik de Graaf

Erik de Graaf is voormalig gemeenteraadslid, opvolger Provinciale Staten en komt uit Warffum (Groningen)


Zij linken naar Erik de Graaf

    • Website
    • Feed (actief, valideer)
    • Laatste bericht: 29 oktober 2016, 20:51 (5 minuten geleden gecheckt)
    • Controle-interval: elke 30 minuten.
    • Twingly blogrank: Twingly BlogRank
    • Technorati rank: 3324847, met een authority van 0. * ( 1 januari 1970, 01:00)
    • Blogt over duitsland tweede wereldoorlog ddr marten toonder senior berlijn warffum sport literatuur aardbevingen cultuur geschiedenis .

    zaterdag, 29 oktober 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Veertig gestolen minuten


    Vannacht gaat de klok weer van zomer- naar wintertijd. Elke keer gaat het uurtje voor- of achteruit gepaard met verwarde discussies. Hebben we nu een uurtje extra of juist niet? U kent het wel. Maar ook jaarlijks wordt door de deskundigen gesteggeld over de vraag of dit nu goed is voor ons bioritme of dat het allemaal niet zoveel uitmaakt.

    Mijn ome Jan Jabben uit Drenthe, die zijn leven lang glastuinder in het Westland was, maakte er altijd ook nog een politiek-historische kwestie van. Twee keer per jaar herinnerde hij de familie bij het ingaan van de zomer- of de wintertijd aan veertig door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog gestolen minuten. Zijn fiets was nog daar aan toe, daar kon je een nieuwe voor kopen. Maar die veertig minuten waren voorgoed verloren gegaan.

    Tot 16 mei 1940 kende Nederland de Amsterdamse tijd, die voorliep op de West-Europese tijd, maar achter op de Midden-Europese. Dat was best lastig, want nu, op zaterdagavond om negen uur, was het in Londen tien over half negenen in Keulen en Berlijn tien over half tien. Nog geen week na de Duitse bezetting voerden de Duitsers per decreet op 16 mei 1940 de zomertijd in. Al voor de oorlog was het vooruit zetten van de klok in het Staatsblad voor 19 mei aangekondigd, maar dat moment werd door de Duitsers haastig drie dagen vervroegd. In Duitsland was de zomertijd namelijk al op 1 april ingegaan.

    Daarnaast eisten de Duitsers Nederland ook onmiddellijk af te stappen van de Amsterdamse tijd en over te stappen op de Midden-Europese. De klokken gingen dus op 16 mei 1940 een uur en veertig minuten vooruit, zoals ook in De Telegraaf werd aangekondigd. Vreemd genoeg werd de klok pas in november 1942 een uur teruggezet, waardoor Nederland de eerste tweeënhalve oorlogsjaren in zomertijd leefde.

    In feite was het dus de tijd, waarmee de nazi’s de Gleichschaltung in het bezette Nederland begonnen. Later pasten de Duitsers de kranten, de politieke partijen, de cultuur en het hele maatschappelijke leven in Nederland aan hun nationaalsocialistische norm aan. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland dertig jaar niet meegedaan aan de zomertijd, maar de veertig minuten zijn voor altijd verloren gegaan. Mijn ome Jan heeft dat nooit kunnen verkroppen. 

    Erik de Graaf

    maandag, 17 oktober 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Rottumeroog, 16 oktober 2016


    Wie kan zeggen op het onbewoonde eiland Rottumeroog een boek te hebben gesigneerd? Ik, sinds gisteren. We vertrokken zondagochtend om kwart voor tien vanuit de haven van Lauwersoog naar het magische eiland boven de provincie Groningen. Expeditie Rottumeroog, onder leiding van Staatsbosbeheer. Met medewerking van de Stichting Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat. Voor de Vrienden mocht ik mee als cultuurhistorisch gids van dienst.

    Dik drie uur voeren we op de Boschwad door meanderende geulen naar Rottumeroog. Onderweg vertelde ik over Marten Toonder senior, die in 1890 als jongen van tien van Warffum naar Rottumeroog verkaste om als eierzoeker voor de voogd te werken. Uit armoe, want zijn grootmoeder kon hem thuis niet meer de verzorging bieden die een opgroeiende jongen nodig had. En op het eiland was altijd genoeg eten voor de arbeiders van de voogd. Marten bleef tot begin 1899 op Rottumeroog. Van eierzoeker werd hij schaapsjongen, koeienhoeder en manusje van alles. Toen hij vijftien was werd hij schippersknecht op de Vijf Gebroeders, de zeilboot van de voogd.


    Op Rottumeroog was geen school om te leren lezen, schrijven en rekenen, waardoor hij op zijn twintigste nog vrijwel analfabeet was. Maar Rottumeroog was voor Toonder wel een leerschool, die hem de richting van zijn verdere leven aangaf. Werken kon hij, zeilen ook. Hij wilde de wereldzeeën bevaren, wist hij als hij in de verte grote zeilschepen voorbij zag varen. Na zijn militaire dienst monsterde hij in 1899 als matroos aan op de grote vaart. In mijn biografie van Toonder senior beschreef ik hoe hij opklom van analfabeet tot belezen man en vader van twee schrijvers, en van eierzoeker op Rottumeroog tot kapitein op de grote vaart. Gisteren vertelde ik het verhaal in het kort op de boot naar zijn eiland, waar sinds 2013 officieel het Marten Toonder seniorpad ligt. Een zandpad, dat de afgelopen jaren al meters versmald is en naar verwachting binnen afzienbare tijd door de kracht van de natuur zal verdwijnen.  


    Vlakbij het eiland wachtten we op laag water, zodat we de laatste honderden meters over het drooggevallen Wad het laatste stuk naar het eiland konden lopen. Over het Toonder seniorpad naar de Kaap, het baken voor de zeevaart uit 1883. Daarna trokken we met vijfentwintig mensen urenlang over het eiland. Over het strand naar het oosten en over de kwelder terug. Vlak voor zonsondergang scheepten weer in. Na een uur wachten op hoog water konden we terug richting Lauwersoog. En daar signeerde ik verkochte boeken. “Rottumeroog, 16-10-2016”.

    Erik de Graaf

    dinsdag, 11 oktober 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Een ramp op het Wad op 11 oktober 1886


    Het is vandaag redelijk rustig weer. Matige wind en af en toe zon, hoewel de lucht nu dichttrekt en regen dreigt. Honderddertig jaar geleden zag het er heel anders uit. Het had flink gestormd in de nacht van zondag 10 op maandag 11 oktober 1886. In de loop van de maandag zou zich op de Waddenzee tussen Noordpolderzijl en Rottumeroog een ramp voltrekken, die aan vijf Warffumers het leven kostte.

    Op de ochtend na de storm meldden zich zes arbeiders uit Warffum in de haven van Noordpolderzijl voor de overtocht naar het Waddeneiland Rottumeroog. Vijf vaders in de leeftijd van dertig tot tweeënvijftig en de zeventienjarige zoon van de oudste. Ze konden voor een half jaar aan het werk voor de voogd van Rottumeroog, die het eiland in opdracht van Rijkswaterstaat beheerde. Het werk was een uitkomst voor de zes. In de wintermaanden viel er weinig voor hen te verdienen op het Groninger vasteland. Allemaal hadden al vaker voor de voogd gewerkt. Altijd voor langere tijd, maandenlang. Met eens in de veertien dagen een weekend verlof voor de getrouwde mannen. De anderen mochten minder vaak naar huis.

    De storm in de nacht was afgenomen, maar de wind woei nog altijd met een fikse kracht acht. De sluiswachter van Noordpolderzijl raadde de zes af om te vertrekken, maar zij hoorden de plicht roepen. Werk was inkomen, zij het een schamel inkomen. Geen werk was armoede. Bovendien waren ze al zo vaak de Waddenzee overgestoken. Ze namen de kleine sloep, omdat het water door de harde noordooster wind snel wegviel. De ervaren zeevaarders boomden de haven uit, maar buitengaats werd het een woeste tocht. De wind sloeg hard in de zeilen, in een hagelbui hingen de mannen op een rij te loevert over dolboord om tegenwicht te geven en de lijzijde boven water te houden. 

    Plotseling schreeuwde iemand dat zijn pet was afgewaaid. In alle verwarring zagen ze niet dat het sprietzeil naar hun kant vloog. De zes raakten te water. Alleen de jongste kon op de omgeslagen zeilboot klimmen. Jan Bos, Gerard van der Ploeg, Jan Kluin en Chris de Haan verdwenen snel onder water. Een uur lang hield Harm Postema zijn vader Fredrieks aan zijn hand boven water, tot ze elkaar verkleumd en verkrampt los moesten laten. Harm werd gered door een bakenzetter, die de ramp van flinke afstand had zien gebeuren.

    De volgende dag vertelde Harm aan zijn moeder en zijn zevenjarige neefje Marten Toonder wat er gebeurd was op het Wad. De ramp was een omslagpunt in het leven van de kleine Marten, die veel later de vader van de striptekenaar werd. Marten bleef in armoede achter met zijn grootmoeder. Van schoolgaan kwam weinig meer. Als het even kon moest hij werken bij boeren in de omgeving. Op zijn tiende vertrok ook Marten naar Rottumeroog om te werken. Hij bleef er negen jaar, tot 1899. Met als gevolg dat hij op zijn twintigste nog zo goed als analfabeet was, want een school was er niet op het eiland.


    Die schade haalde Toonder later met veel talent, geluk en doorzettingsvermogen in. Hij leerde alsnog lezen en schrijven, haalde een diploma op de zeevaartschool in Delfzijl en klom op van matroos tot kapitein op de grote vaart. Zijn lange leven lang vertelde hij over die ramp op 11 oktober 1886 en regelmatig keerde hij terug naar de haven van Noordpolderzijl. Rond 1937 schilderde de kunstenaar Eterman de sloep op de woeste Waddenzee op aanwijzingen van Marten Toonder senior. Niet zelden tekende zijn zoon Marten Toonder sloepen op woelige baren, geïnspireerd door de verhalen van zijn vader.

    Erik de Graaf

    PS: het leven van de kapitein heb ik beschreven in de biografie Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein (Groningen 2015).

    Reacties op Een ramp op het Wad op 11 oktober 1886

    Interessant , maar triest verhaal op 11 oktober 2016, 15:07
    Interessant , maar triest verhaal

    dinsdag, 10 mei 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Boekverbranding op 10 mei 1933

    In duitsland, tweede wereldoorlog.

    "Daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen."

    De Duitse dichter Heinrich Heine schreef deze profetische woorden in 1821 in zijn tragedie Almansor (gepubliceerd in 1823) De katholieke Spaanse kardinaal Francisco Jimenez dwong de moslims van Granada in 1499 zich tot het christendom te bekeren. Korans werden openbaar verbrand.

    Almansor:
    We hoorden dat de verschrikkelijke Jimenez
    Midden op de markten, te Granada –
    Mijn tong verstart in mijn mond – de Koran
    In de vlammen van een brandstapel wierp!
    Hassan:

    Dat was slechts een voorspel, daar waar men boeken
    Verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.


    Heines woorden worden vaak in verband gebracht met de boekverbrandingen van ruim een eeuw later, op 10 mei 1933, door de nazi’s. Op de Berlijnse Opernplatz en in tientallen andere Duitse steden en dorpen werden de door de nazi’s verfoeide werken van joodse, marxistische en pacifistische schrijvers symbolisch verbrand. Prachtige boeken van Thomas en Heinrich Mann, van Joseph Roth en Erich Kästner (a zijn werken, behalve Emil und die Detektive), van Marx en Freud... om er maar een paar te noemen. Tegenwoordig staat er op de Berlijnse Bebelplatz, vroeger Opernplatz, een boekenkast in de bodem verzonken. Ter herinnering aan de Barbarei.


    Overigens werd Heine ook tijdens zijn leven in Duitsland niet erg gewaardeerd. Vanaf 1848 woonde Heine in ballingschap in Parijs, waar hij in 1856 stierf.

    Erik de Graaf

    zaterdag, 7 mei 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Hiddensee - aan het einde van de DDR

    In ddr.

    Eind december 1981. Twee weken na de machtsgreep van Jaruzelsi reed ik in een Trabant door sneeuw en wind van Rostock naar Hiddensee. Met Achim zou ik oud & nieuw vieren op het Oostzee-eiland. Het was ijzig koud op Hiddensee. De verbinding met Rügen was moeizaam door de ijsgang. In ons huisje van de universiteit van Greifswald maakten we het ons gezellig. We lazen, we schreven, we voerden urenlange gesprekken over Gott-und-die-Welt: over literatuur, over politiek en veel over Polen.

    Op oudejaarsavond raakten we verzeild op een feestje in de Heiderose, een vakantiekolonie van de Oost-Duitse, door de staat gestuurde, vakbond. “Vakbond - staat – Polen?” Raar idee. Voor tien mark per persoon mochten we van Karl-Heinz, de Objektleiter van de Heiderose, plaatsnemen aan de lange tafels in een rokerig feestzaaltje. Met een portret van Honecker boven de deur en al snel zes glazen bier voor de neus. Om twaalf uur werd geproost, gewenst en gezoend. Strontlazarus waren de meesten. Wij snapten er niets van, we dachten aan Polen, dat zo dichtbij was, misschien maar vijftig kilometers hemelsbreed. Twee eenzamen noemde een dronken vrouw ons, maar we voelden ons allesbehalve eenzaam. We waren goede vrienden en namen nog een keer het gedicht door dat Achim die middag in mijn nieuwe agenda had geschreven. Friedrich Schillers Antritt des neuen Jahrhunderts:

    Edler Freund! Wo öffnet sich dem Frieden,
    Wo der Freiheit sich ein Zufluchtsort?
    Das Jahrhundert ist im Sturm geschieden,
    Und das neue öffnet sich mit Mord.

    Schiller schreef het bij de eeuwwisseling van de 18e naar de 19e eeuw, maar het was nog steeds actueel. In Schillers tijd, maar ook in 1981 geleden in Polen, vandaag en morgen en ook over tien jaar, vrees ik. En Achim? Tja, die is inmiddels acht jaar dood.

    Erik de Graaf

    PS: deze blog verscheen al eens op 31 december 2009. Morgen vertel ik over het bezoek aan Hiddensee in OVT, om half twaalf op Radio 1.

    maandag, 25 april 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Marten Toonderwandeling door Warffum

    In marten toonder senior.

    Afgelopen zaterdag hield ik een lezing over Marten Toonder senior in het Openluchtmuseum het Hoogeland in Warffum. Het was de afsluiting van de tentoonstelling over de in 1879 in Warffum geboren vader van de striptekenaar, die door creaties als Ollie B. Bommel, Tom Poes en kapitein Wal Rus beroemd werd. De tentoonstelling is nog een weekje te bezichtigen. Wacht dus niet langer met uw bezoekje.

    Na afloop van de lezing wandelde ik met mijn toehoorders langs plekken uit het leven van Marten Toonder senior in zijn geboortedorp Warffum. In de haven las ik uit mijn boek voor hoe de eenentwintigjarige matroos Toonder in 1901 op een schip uit Nederlands-Indië tijdens een malaria-aanval koortsig droomde van de weg van het station in Warffum naar het huisje van zijn grootmoeder aan de Westervalge. Ook werd stilgestaan bij Toonders geboortehuis aan de Pastorieweg, bij het armenhuis van de Hervormde Kerk, waar blinde Aaltje Zaagman op de kleine Marten paste als zijn grootmoeder op het land werkte, en bij de begraafplaats, waar de graven van Toonders moeder, stiefvader en grootouders bezocht werden. 


    De lezing met wandeling trok geïnteresseerden uit het hele land, van Warffum tot Leiden en Rotterdam. Onder andere twee tekenaressen uit de Toonder Studio in de jaren vijftig, die Toonder senior nog kenden van zijn commissariaat bij de Studio van zijn zoon. Ook waren een achterkleinzoon en een betachterkleindochter van Toonder senior aanwezig.

    De tentoonstelling in het Openluchtmuseum in Warffum duurt nog tot en met zondag 1 mei a.s. Mijn boek Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein is uitverkocht, maar over enkele weken verschijnt een tweede druk. 

    Erik de Graaf

    dinsdag, 12 april 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Matthias Domaschk - dood in een Stasigevangenis

    In ddr.

    Vijfendertig jaar geleden, op 12 april 1981, kwam Matthias Domaschk in een Stasigevangenis in het Oost-Duitse Gera om het leven. Nog geen 24 jaar oud. Twee dagen eerder was Matz, zoals hij door vrienden genoemd werd, met een vriend vanuit Jena met de trein naar Berlijn vertrokken. Doel was een verjaardagsfeestje, maar tot zijn dodelijke pech vond dat weekend ook het Tiende Partijcongres van de Sozialistische Einheitspartei Deutschland (SED) in de hoofdstad plaats.

    Uit angst voor verstoring van het partijcongres werden Matz en Peter "Blase" Rösch door de Stasi uit de trein gehaald en voor verhoor naar Gera overgebracht. Daar stierf hij na urenlange verhoren onder nog steeds niet opgehelderde omstandigheden. Maar de Stasi had duidelijk iets te verbergen. Snel en stiekem moest Matz in april 1981 worden begraven. Dankzij een zich per ongeluk versprekende buurvrouw kwamen zijn vrienden erachter dat Matz dood was, zodat er toch enkele tientallen vrienden op zijn begrafenis aanwezig waren. Een paar dagen later zouden het er zeker honderden zijn geweest.

    Op zijn eerste sterfdag in april 1982 plaatsten zijn vrienden een beeld van de kunstenaar Michael Blumhagen op Matz’ graf. Vier dagen later werd het beeld door de Stasi weggehaald. Roland Jahn, tegenwoordig opperbeheerder van de Stasi-archieven, fotografeerde die Stasi-actie heimelijk vanuit de bosjes in een tuin naast de begraafplaats. Het beeld is nooit meer teruggevonden.

    Door Matz' dood radicaliseerde de vredesbeweging in het Oost-Duitse Jena. Hij was er nooit meer bij, maar toch altijd voelbaar aanwezig. Zelf heb ik hem nooit persoonlijk leren kennen, maar op een discussieavond in Jena in januari 1982 was hij zo sterk aanwezig in de herinnering van zijn vrienden, dat ik hem als een vriend ben gaan beschouwen, die ik elk jaar op 12 april even herdenk. Matz' vrienden zijn mijn vrienden geworden. Eerst in Jena op die avond in januari 1982, later in West-Berlijn, waar veel van hen in de jaren daarop terechtkwamen omdat de grond in Jena te heet onder hun voeten werd. Blase, Michel Blumhagen, Roland en vele anderen. Vanavond waren ze allemaal in Jena, vermoed ik, waar een herdenkingsbijeenkomst plaatsvond,

    Erik de Graaf

    donderdag, 7 april 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Marten Toonder senior in Delfzijl

    In marten toonder senior.

    In 1890 verhuisde Marten Toonder (senior, omdat het om de vader van de schrijver/tekenaar gaat) naar het eiland Rottumeroog.  Zijn grootmoeder was blij dat de Voogd van Rottum hem wilde aanstellen als eierzoeker en later als schaapsjongen. Thuis in Warffum kon ze hem van armoede niet het voedsel bieden dat een tienjarige jongen nodig had.

    Jaarlijks steeg Marten een stukje in de hiërarchie van het eiland. In mei 1894 werd hij derde schippersknecht op de Vijf Gebroeders, het schip van de voogd. De promotie tot schippersknecht verruimde Martens horizon. Hij zat niet meer bijna het hele jaar op het eiland, maar kwam door zijn taken op het schip vaker in Noordpolderzijl en bij zijn grootmoeder in Warffum. In 1894 moest hij als kok zelfs drie weken mee naar Delfzijl, waar het schip van de voogd een tweejaarlijkse opknapbeurt kreeg.

    De tocht er naartoe was Martens eerste keer op volle zee. Onderweg droomde hij bij het passeren van grote zeilschepen dat hij zelf op zo’n schip voer. In de loop van de middag bereikte de Vijf Gebroeders de sluis van Delfzijl, waar ze door het lage water pas de volgende dag doorheen konden om de scheepswerf aan het Damsterdiep te bereiken.


    Onlangs vond ik een map met tekeningen van Ties van Dijk, de zoon en beoogde opvolger van de voogd van Rottumeroog. Hij maakte de tekeningen tijdens zijn jarenlange verblijf op het eiland, totdat hij in 1897 zonder medeweten van zijn vader en met hulp van Marten van het eiland vluchtte om in Amsterdam naar de Rijks Tekenacademie te gaan. Ook Ties was die drie weken in Delfzijl. Hij maakte een unieke tekening van Delfzijl vanaf de werf op het Damsterdiep. Een paar weken geleden maakte ik een foto van hoe het er daar nu uitziet. Het is wel veranderd.

    Erik de Graaf

    PS: meer over de carrière van Marten leest u in mijn boek  Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein (Uitgeverij Passage, Groningen 2015). Over Ties van Dijk kunt u meer lezen in mijn artikel “Ties van Dijk. Hoe de beoogde voogd van Rottumeroog kunstenaar werd”, in Stad & Lande. Cultuurhistorisch Tijdschrift (jaargang 25, nr. 1 – 2016) pp. 18-22. 

    donderdag, 24 maart 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Johan Cruyff - mijn redder in Roemenië


    De Rembrandt van het Nederlandse voetbal. Misschien wel de bekendste Nederlander aller tijden. JC is vandaag overleden. Ik ben hem eeuwig dank verschuldigd. Ooit redde hij me aan de Roemeens-Bulgaarse grens uit een netelige situatie. Zijn naam was voldoende.

    In 1980 reisde ik in mijn uppie met rugzak door Oost-Europa. Liftend, lopend en met bus en trein. Waar ik aankwam liet ik me verrassen door de omstandigheden. Meestal leidde dat tot leuke ontmoetingen en uitnodigingen voor eten en overnachtingen. Er was echter één probleem: bij een reis door het Roemenië van Ceausescu kocht je bij entree een visum, waarop je je route vervolgens van dag tot dag moest bijhouden. Bij elke camping of hotel kwam er een nieuw stempel in het visum als bewijs van goed overnachtingsgedrag. Logeren bij particulieren was verboden in Ceausescu's rijk en bovendien niet goed voor de carrière van de gastvrije Roemeen.

    Het ging al op de eerste dag mis toen ik buiten het dorp Bratca, in het westen van Roemenië tussen Oradea en Cluj, werd aangesproken door twee jongens, die me in de drukte rond het station uit persoonlijke veiligheidsoverwegingen hadden genegeerd. Ik kon wel bij hen overnachten, vertelden ze nu. Na een woeste Transylvaanse avond met muziek, dans, zelfgemaakte wijn en palinka, een blik op het mooiste meisje van het dorp en boeiende gesprekken over het leven in oost en west kreeg ik de logeerkamer toegewezen. De drie volgende nachten logeerde ik in Cluj-Napoca bij Ovidiu, die jaloers las dat mijn paspoort "valid for all countries in the world" was. In Sibiu stond mijn tentje officieel op de camping, maar logeerde ik zelf bij een familie van Duitse afkomst, die Sibiu hardnekkig Hermannstadt noemde.

    Een paar dagen later huurde ik een kamer bij een oude vrouw in Busteni, aan de voet van de bergen. Ze verzorgde me geweldig, maar een stempel kon ze me niet leveren. Mijn bagage liet ik een paar dagen bij haar achter toen ik met twee Roemeense dienstplichtigen de bergen inging. Hun adressen kreeg ik niet. Dat leek hen te gevaarlijk. Officieel waren we tenslotte vijanden en de Securitate zag veel. In Boekarest vond ik uiteindelijk een hotel. En daarmee een stempel in mijn visum.

    Na veertien dagen Roemenië had ik vijf officiële stempels. Dat leidde tot flink oponthoud aan de grens met Bulgarije. Daar bleek het al een hele klus duidelijk te maken uit welk land ik kwam, hoevaak ik ook Holland, Golland of Hollandia zei. Blijkbaar maakten niet veel West-Europeanen gebruik van de kleine grensovergang bij Călărași. De eerste grenswachten kwamen er niet uit. Er moest een hogere worden gehaald. Die bekeek mijn paspoort van alle kanten, wees zijn onderdanen allerlei informatie uit mijn pas aan, maar er leek ook iets niet te kloppen. Ten einde raad riep hij de hulp van een nog hogere grenswacht in. Die liet een poosje op zich wachten, omdat hij uit een plaatsje uit de buurt moest komen. Ik had genoeg tijd om me zorgen te maken. Hoe redde ik me hier uit?

    De hoogste beschikbare grenswacht kwam, zag en overwon. Hij bladerde door mijn paspoort. Van voor naar achter en van achter naar voor. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. "Ah, Kroeijeff!" Hij sloeg me op de schouder. Ja, Kroeijeff, lachte ik opgelucht terug. Hij bood me een Roemeense sigaret aan en als niet-roker betrad ik even later paffend Bulgaarse grond. Met eeuwige dank aan Cruyff.

    Erik de Graaf

    vrijdag, 5 februari 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Les in de zwemkunst: badmeester Klaas van der Molen in Warffum


    Na de publicatie van mijn boek over Marten Toonder senior in oktober 2015 krijg ik bijna wekelijks nieuwe informatie, zonder dat die me gelukkig op "leugens" betrappen. Vandaag bracht iemand me twee foto's van schipper Klaas van der Molen, die in 1904 met Marten naar Delfzijl fietste om hem op te geven voor de zeevaartschool. In 1899 had Marten met Van der Molen op de Concordia gevaren. Datzelfde jaar verkocht de schipper zijn schuit om verder te rentenieren in Warffum. Als tijdverdrijf werd hij badmeester in het in 1902 geopende zwembad bij het spoor in Warffum.


    Op de foto staan negen leerlingen van de Rijks HBS in Warffum in het zwembad, de meesten met hun pet op. Aan de wal staat badmeester Klaas van der Molen (in Toonders boek Klei en zout water heette hij Houwerzijl). Netjes op het droge dus, want in het water werd de badmeester nooit gezien. Vanaf het plankier trok hij zijn leerlingen met een touw heen en weer. Volgens Toonder senior “in de stellige overtuiging dat de juiste arm- en beenbewegingen zich wel tijdig zouden voordoen om de verdrinkingsdood te voorkomen”.


    Eerder heb ik al eens twee foto’s van Klaas van der Molen gescoord bij verre nazaten in Usquert. Op een foto stond hij op hem blijkbaar karakteristieke houding in een fotostudio. Op het plankier bij het zwembad stond hij er net zo bij. De tweede foto was een portret, gefotografeerd door fotograaf P. Holstein uit Warffum. Holstein was behalve fotograaf ook conciërge bij de Warffumer Rijks HBS. Vermoedelijk heeft hij in 1902 of 1903 deze kiek gemaakt van zijn leerlingen. Een van hen moet Rikkert Clevering zijn, die vanaf 1900 op de HBS zat. Waarschijnlijk de voorste, maar wie het beter weet mag het zeggen. Clevering was wat ouder dan de andere leerlingen.

    Erik de Graaf

    PS: in 2013 schreef ik al eens over het zwembad in Warffum; Les in de zwemkunst in Warffum.

    Reacties op Les in de zwemkunst: badmeester Klaas van der Molen in Warffum

    Niet dat ik nou zo graag op een leugen betrap, maa... op 6 februari 2016, 09:16
    Niet dat ik nou zo graag op een leugen betrap, maar dat de meeste HBS-ers in het zwembad een pet droegen, is niet waar. Het zijn er vier van de negen. :-)
    Dan hebben de andere twee pannenkoeken (toen nog: ... op 7 februari 2016, 18:22
    Dan hebben de andere twee pannenkoeken (toen nog: pannekoeken) op hun hoofd, Harry. Hoewel, ik vraag me af badmeester Van der Molen dat zou hebben toegestaan. Ik denk in ieder geval zes petten te zien.

    maandag, 11 januari 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Bowie in een Duits-Duits rockduel

    In berlijn.

    Het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken bedankte David Bowie vandaag voor zijn rol in de Koude Oorlog. Om het 750-jarig bestaan van Berlijn op te fleuren plande West-Berlijn in juni 1987 een driedaagse muziekfestival aan de Berlijnse Muur, bij de Brandenburger Tor.

    Terwijl aan de westkant van de Muur op drie achtereenvolgende avonden David Bowie, de Eurythmics en Genesis speelden vonden aan de oostkant driemaal ongeregeldheden plaats. Wat begon als het verlangen van Oost-Duitse jongeren om zo dicht mogelijk bij hun popidolen te komen ontwikkelde zich tot politieke demonstratie. “De Muur moet weg”, riepen de fans in Oost-Berlijn toen ze door de politie op afstand werden gedreven, “wij willen vrijheid”.
    De artiesten op het podium aan de westkant van de Brandenburger Tor waren zich bewust van de politieke draagkracht van hun optredens. In een interview vertelde Bowie dat hij een dag eerder in Oost-Berlijn was geweest en talloze jongeren had gesproken die aan de oostkant van de Muur flarden van het Duits-Duitse dubbelconcert wilden opvangen. Aan hen droeg hij tijdens het concert Heroes op. Just for one day. De wind stond die dag gelukkig in de goede richting.


    Blijkbaar zag men in het westen een geheim wapen in de rockconcerten. Een goede manier om het jongerenverzet in het oosten op te porren. Een jaar na Bowie, de Eurythmic en Genesis werd opnieuw een driedaagse georganiseerd rondom de West-Duitse Dag van de Duitse Eenheid (ter herdenking van de opstand van 17 juni 1953 in de DDR). Het oosten reageerde met een driedaags tegenprogramma in Weissensee, ver van de Brandenburger Tor. Op 16 juni 1988 speelde Pink Floyd bij de Brandenburger Tor, in het oosten was er een concert van James Brown voor 100.000 toeschouwers. De dag erop was er in het westen een festival met Udo Lindenberg en Nina Hagen, terwijl in het oosten Fischer Z speelde. Michael Jackson moest het tenslotte opnemen tegen Bryan Adams en de Brabantse band Bots (“wat zullen we drinken?”). 

    Een wedloop in decibellen. Wie er won? Het Oost-Duitse tegenprogramma kon niet verhinderen dat dagelijks ook zo’n drieduizend jongeren naar de oostkant van de Brandenburger Tor gingen om flarden van Pink Floyd, Udo Lindenberg of Michael Jackson op te vangen. Door de ongunstige wind viel dat tegen. Net als een jaar eerder kwam het tot protesten, rellen en arrestaties.

    Erik de Graaf

    zondag, 10 januari 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Heinrich Zille en ik

    In berlijn.


    Tegen een blinde muur aan de Marheineckeplatz in het (toen nog) West-Berlijnse Kreuzberg zag ik ooit een reusachtige tekening van het Berlijnse volksleven in de jaren twintig. Onder de kleurige afbeelding stond de naam van de oorspronkelijke kunstenaar: "Heinrich Zille: 10.1.1858 - 9.8.1929". De Berlijnse volkstekenaar en fotograaf was toen net vijftig jaar dood.

    Vandaag is het precies 158 jaar geleden dat Zille werd geboren. Hij groeide in armoede op, werkte jarenlang in een fotoatelier, maar kwam pas goed aan zijn eigen werk toe toen hij rond zijn vijftigste werkloos werd. "Ga liever de straat op. Kijk om je heen en teken", had zijn leermeester hem gezegd. Zijn sociaal-kritische weergave van het Berlijnse leven van het late keizerrijk en de Republiek van Weimar sloeg in als een bom.

    "Moeder, als ik wil kan ik bloed in de sneeuw spugen", zegt een meisje op een van Zilles tekeningen trots tegen haar moeder. Of: “moeder, zet de twee bloempotten eens buiten. Ons Liesje zit zo graag in het groene”. De heersende klasse vond Zilles werk maar niks. "Die kerel ontneemt ons alle levensvreugde", becommentarieerde een officier uit het keizerrijk een Zille-tentoonstelling.


    In het Nicolaïviertel in het centrum van Berlijn staat sinds zijn honderdvijftigste verjaardag, vandaag acht jaar geleden, een standbeeld van Heinrich Zille. Hoed op en de jas goed dichtgeslagen. Om de hoek is het Zille-Museum. Alles in het oudste deel van de tegenwoordige wereldstad ademt Zille en zijn Berliner Milljöh. Sinds ik in 1979 de muurschildering op de Marheineckeplatz zag sta ik altijd even stil bij Heinrichs verjaardag. Al die tijd al is hij op de dag af een eeuw ouder dan ik. In mijn jonge jaren had ik vrede met 9 augustus 2029 als sterfdatum, ook weer precies een eeuw na Zille, maar dat komt nu wel angstwekkend dichtbij. Ik hoop hem nu maar op een eeuw afstand te overleven. Proost!

    Erik de Graaf

    dinsdag, 5 januari 2016

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    IJzige overstaptijd


    Vandaag hadden we ijzelvrij. Morgenochtend vervallen de eerste twee lesuren, lees ik op de website van mijn school. Tussen acht en half negen wordt besloten of mijn Duitse lessen überhaupt kunnen worden gegeven. En de andere vakken natuurlijk ook.

    Ik heb net de situatie buiten verkend. Met de auto kom ik morgen niet in Appingedam.  De eerste duizend meter lijken op een schaatsbaan met na tweehonderd meter een krappe, scherpe en schuin aflopende bocht langs het polderdiep. Brrrr, koud. En er komt nog een ijzelnachtje overheen. Dat er voor morgenochtend gestrooid wordt lijkt me sterk. Ik woon in een doodlopende zijweg van een doodlopende weg en dan nog eens helemaal achteraan. Dat is altijd de laatste straat van het dorp waar gestrooid wordt. Meestal zet ik mijn auto op tijd een paar straten verderop. Dit ijs kwam te onverwachts.

    Dan maar met de trein. Op de NS-reisplanner heb ik mijn treintijden alvast verkend, hoewel ik met Arriva reis. Met de trein van 8.47 uur van station Warffum zou ik het kunnen halen. Een uur en twee minuten duurt de reis. De school is niet ver van het station. Om 9.01 uur moet ik overstappen in Sauwerd. Daar kan ik nog net de trein naar Appingedam en Delfzijl uitzwaaien. Die is dan om 8.58 uur vertrokken. Voor mijn trein moet ik dan 27 minuten wachten op een ijskoud, verlaten betonplaat. Wat een dienstregeling. Kan dat niet anders? Als er al iemand in Sauwerd uitstapt is dat toch meestal om op die trein over te stappen.

    Erik de Graaf

    zondag, 13 december 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    "In leven zeekapitein"- twee halen, één betalen

    In marten toonder senior.

    Klaas van der Molen uit Usquert was een van Toonders zeevaders. Zo noemde hij dat zelf. Na zijn vertrek van Rottumeroog voer Marten een poosje als matroos op de Concordia van kapitein Van der Molen over de Oostzee. Tot aan zijn militaire dienst.

    Begin 1899 verkocht Van der Molen zijn schip voor goed geld aan een dorpsgenoot. Toonder meldde hij zich daarna in Den Helder bij de marine. De 49-jarige, ongehuwde, maar inmiddels gefortuneerde kapitein ging aan de wal wonen. In Warffum bij zijn zuster Hindertje in Warffum, veel later in Usquert bij zijn broer Bernard, net als hij kapitein op de kustvaart.


    Toen de Vereeniging tot Bevordering van Welvaart in Warffum, een voorloper van ‘t Nut, in 1902 een zwem- en badinrichting voor de jeugd opende in een kleiafgraving bij de nieuwe spoorlijn naar Roodeschool werd Van der Molen als badmeester aangesteld. Hij had tenslotte als oud-kapitein ervaring met water. Bovendien had hij als rentenier tijd genoeg. Een aantal jaren leerde Van der Molen de Warffumer jeugd zwemmen zonder zelf ooit te water te gaan.

    Door beleggingen in Duitse en Russische aandelen verloor Van der Molen na de Eerste Wereldoorlog zijn kapitaal. De laatste jaren van zijn leven keerde de armoede terug. Hij bleef nog lang bij zijn zus in Warffum wonen en verhuisde later naar Usquert. In februari 1937 overleed Klaas van der Molen op 86-jarige leeftijd. Sindsdien ligt hij op de begraafplaats van Usquert. Naast Bernard, onder identieke stenen alsof er in de jaren dertig een actie “twee halen, één betalen” gold.  Een anker met daaronder de tekst: “In leven zeekapitein”. Alleen de persoonlijke gegevens verschillen.

    Erik de Graaf

    Met info in Erik de Graaf, Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein (Uitgeverij Passage, Groningen 2015).

    Reacties op "In leven zeekapitein"- twee halen, één betalen

    Een zeeman gaat niet te water. Water is voor visse... op 15 december 2015, 12:43
    Een zeeman gaat niet te water. Water is voor vissen, zo leerde ik het thuis van mijn vader. Ik heb me weinig van die zeemans angst/afkeer van water aangetrokken en ben een fervent zwemmer geworden. Maar een kapitein als badmeester is minder voor de hand liggend dan het lijkt. (In het boek Water van René ten Bos wordt de verhouding tussen water en zeelieden verder uitgewerkt.)

    maandag, 16 november 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    16 november 1879

    In marten toonder senior.

    Op zondag 16 november  1879 werd er een kind geboren in Puma’s Kamer in de Pastorieweg in Warffum. De plaatselijke vroedvrouw Dorothea Kamminga assisteerde bij de bevalling. In het geboorteregister van de gemeente Warffum is te lezen dat de vroedvrouw twee dagen later zelf aangifte deed. Ze verklaarde op het gemeentehuis ‘dat op den zestienden der maand November des jaars duizend achthonderd negen en zeventig, des namiddags te vier uur, te Warffum, binnen deze gemeente, een kind is geboren van het mannelijk geslacht, aan hetwelk de voornaam van Marten gegeven zal worden.’ De vader was onbekend. Twee dagen na de bevalling keerde de moeder terug naar haar werkboerderij, haar zoon achterlatend bij haar ouders.

    Ruim vier jaar later kreeg Marten een nieuwe achternaam doordat zijn moeder op 5 juni 1884 met Eisse Toonder uit Warffum trouwde. ‘Zo verklaarden ons de verloofden bij dezen voor het hunne te erkennen een kind van het manlijke geslacht genaamd Marten, waarvan de geboorteacte mede hierbij is overlegd.’ De geboorteakte van Marten was er voor de gelegenheid bijgehaald om de erkenning erop aan te tekenen. Uit de kantlijn van de geboorteakte uit 1879 blijkt dat dat is vergeten. Pas in oktober 1897 maakte burgemeester Bijlsma van Warffum die fout goed door persoonlijk toe te voegen dat Marten dertien jaar eerder als wettige zoon van het echtpaar was erkend. Door een oproep tot militaire dienst was gebleken dat er iets niet in de haak was.

    Overigens betekende de erkenning door Eisse Toonder niet dat  Marten bij het gezin introk. Hij bleef bij zijn grootouders in Warffum wonen, terwijl de Toonders naar Stitswerd verhuisden.

    Erik de Graaf

    PS: lees meer hierover in Erik de Graaf, "Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein" (Uitgeverij Passage, Groningen 2015)

    dinsdag, 22 september 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Schip met een ziel


    Het Openluchtmuseum het Hoogeland in Warffum lijkt in de aanloop naar de wintertentoonstelling over kapitein Marten Toonder senior ineens wel een scheepswerf. Hier wordt keihard gewerkt aan de Aludra. "Het liefste schip dat ik ooit bevoer", schreef Toonder senior in zijn fotoboek. "Dit schip had een ziel".

    De tentoonstelling wordt geopend op 17 oktober a.s. en is te zien tot 1 mei 2016. Tijdens de opening wordt het eerste exemplaar van mijn boek Marten Toonder senior. Van eierzoeker tot zeekapitein aangeboden aan Irwin Toonder, een achterkleinzoon van de kapitein. Het moment komt steeds naderbij. Leuk, spannend ook.

    Wil je meer weten over Marten Toonder senior? Volg zijn Facebookpagina!

    Erik de Graaf

    zondag, 23 augustus 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Meester Roegholt in Breede

    In marten toonder senior, warffum.

    Martinus Jacobus Roegholt werd in 1849 op vierentwintigjarige leeftijd benoemd tot schoolmeester in Breede bij Warffum. De dorpsschool had op dat moment twaalf leerlingen. Meester Roegholt had een moeilijk begin. De schoolinspecteur vond het rumoerig tijdens de lessen. Hij leerde echter snel. Zes jaar later schreef de inspecteur dat meester Roegholt “een der uitmuntendsten uit mijn district” was. Dat viel op in de omgeving. Het leerlingenaantal steeg tot 62 in 1862.

    Van 1885 tot 1890 bezocht Marten Toonder de school van Meester Roegholt onregelmatig. Vanaf 1887 wisselde de toen zevenjarige Marten de school af met landarbeid. Daardoor miste hij veel. Als in Breede de tafel van zeven werd geleerd trok Marten vlas. Als zijn klasgenoten leerden dat “loopen” met twee o’s werd geschreven en “hopen” met één o was Marten koeienhoeder langs de weg naar Baflo. Meester Roegholt mopperde op de boeren die Marten op hun land aan het werk zetten, maar nam de jongen als hij na maanden weer naar school kwam altijd weer apart om in ieder geval een stuk van de opgelopen achterstand in te halen.

    Meester Roegholt overleed plotseling op 12 december 1894. Hij stierf in het harnas. Na een lange lesdag kreeg hij volgens de Groninger Courant van een paar dagen later last van “hevige benauwdheid”, die hem dezelfde dag nog fataal werd. De krant schreef over een groot verlies voor het dorp Breede. De meester werd naast de kerk in Breede begraven. Op een paar meter van het schoolgebouw waar hij vijfenveertig jaar les had gegeven. Het Nieuwsblad van het Noorden wijdde een kort stukje aan de stille plechtigheid. “Hij leefde om goed te doen; zijnen medemensch op allerlei wijze gelukkig te maken, was een behoefte van zijn hart geworden”, aldus een spreker op de begraafplaats van Breede.

    Een paar weken na Roegholts dood besloot de gemeenteraad van Warffum de school in Breede op te heffen. In augustus 1895 stapten de laatste zeventien leerlingen over naar de openbare lagere school in de Schoolstraat in Warffum. Marten was toen inmiddels vijftien en had sinds zijn vertrek naar Rottumeroog in 1890 geen school meer van binnen gezien.

    Erik de Graaf

    PS: dit stuk stond eerst op mijn blog over Marten Toonder senior. Komend najaar verschijnt mijn boek over de vader van de schrijver-striptekenaar en zijn er twee exposities over zijn leven in Warffum en Breede.



    dinsdag, 14 juli 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Nieuwe blog over Marten Toonder senior

    In marten toonder senior.

    Schrijver en striptekenaar Marten Toonder (1912-2005) was de geestelijk vader van Olie B. Bommel en Tom Poes. Hij verrijkte de Nederlandse taal met uitdrukkingen als "verzin eens een list", “als je begrijpt wat ik bedoel” en “zoals mijn goede vader zei”. Hoewel Toonders wieg in Rotterdam stond zijn Toonders wortels onmiskenbaar Gronings. Zijn moeder was de dochter van peerdendokter Huizinga uit Uithuizen, terwijl zijn “goede vader” uit Warffum kwam.

    Vader Marten Toonder senior (1879-1965) groeide onder zeer arme omstandigheden op in Warffum. Zijn moeder was als negentienjarige dienstbode ongewenst zwanger geworden en liet hem achter bij zijn grootouders. Zeker toen zijn opa in 1886 op het Wad verdronk zat school er niet meer voor hem in. Zijn oma maakte lange dagen als landarbeidster, terwijl de kleine Marten een paar stuivers bijdroeg door voor boeren in de buurt te werken. Op tienjarige leeftijd kwam hij als eierzoeker in vaste dienst van de voogd van Rottumeroog, waar hij zich in negen jaar opwerkte tot een gewaarde kracht.

    Na zijn militaire dienst in 1899 besloot Marten Toonder senior zijn leven over een andere boeg te gooien....... (LEES ees verder op mijn nieuwe blog Marten Toonder senior - van eierzoeker tot zeekapitein. Bekijk ook de Facebookpagina over Marten Toonder senior)

    Erik de Graaf

    woensdag, 10 juni 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Fred Anton Maier (1938-2015) - schaatsheld

    In sport.
    Gisteren overleed schaatsheld Fred Anton Maier. In de winter van 1971 probeerde ik op een Vlaardingse sloot aan te klampen. Tevergeefs. Hieronder een verslag uit 2009:

    Vanaf 1970 had ik een paar jaar een beroemde buurman. Na een imposante schaatsloopbaan werkte de Noorse stayer een paar jaar als sportinstructeur bij het Noorse zeemanscentrum in de Rotterdamse haven.

    Wonen deed hij met zijn gezin aan de rand van Vlaardingen, in de Vossiusstraat. Hij op nummer 20, ik ernaast op 22. Zijn zoon Sven leerde ons Noorse woorden, waarvan vooral de ‘hestebes’ (of iets dergelijks) altijd is blijven hangen. Paardenpoep was de Nederlandse vertaling. Daar had ik iets aan op latere reizen door Noorwegen.

    Eén scene uit de winter van 1971 zal ik nooit vergeten. Het was ijzig koud. Met mijn schoolvrienden schaatste ik al dagen over de sloten in onze nieuwbouwwijk. In wedstrijdjes waren we Kees Verkerk, Ard Schenk of Jan Bols en we dachten dat we knalhard schaatsten. Tot het moment dat buurman Fred Anton zijn noren onderbond.

    Er ging een zindering over het ijs. De Europees, wereld- en Olympisch kampioen van 1968 op een Vlaardingse sloot. Tientallen kinderen dromden rond de plek waar de schaatscrack zijn schaatsveters strikte. Eenmaal op het ijs wilden de gedroomde Ard & Keessies achter de echte Fred Anton aan, maar die sloeg onmiddellijk met speels gemak en imposante, krachtige slag een onoverbrugbaar gat met zijn achtervolgers. Nee, we waren nog lang geen schaatskampioenen in de dop. Sterker, we hadden misschien helemaal geen talent.

    Erik de Graaf

    dinsdag, 9 juni 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Herta Müller en Oskar Pastior

    In literatuur.

    Welke vier boeken zou u meenemen als u in een koude winternacht zou worden opgehaald voor een lang, onvrijwillig verblijf in een werkkamp of een gevangenis? Van mij vergt die vraag eerlijk gezegd te veel inlevingsvermogen.

    Het overkwam de Duits-Roemeense dichter Oskar Pastior wel. In januari 1945 moest hij zijn koffer pakken, omdat hij als zeventienjarige jongen op de lijst van de Russen stond om naar een werkkamp in Stalins Sovjetunie gestuurd te worden. Als Roemeen van Duitse komaf moest hij voor “herstelbetaling” zorgen.

    Onderin een oude grammofoonkist legde hij de Faust van Goethe, de Zarathustra van Nietzsche, een dunne dichtbundel van de Oostenrijkse Heimatdichter (maar ook nazi-poëet) Joseph Weinheber en een bloemlezing met gedichten uit acht eeuwen. “Geen romans, want die lees je een keer en dan nooit weer”. Bovenop de vier boeken kwam allerlei noodzakelijk gerei: van scheerkwast tot nagelschaar.

    De beschrijving komt niet direct van Oskar Pastior. Ze staat in de roman Atemschaukel van Herta Müller, de Nobelprijswinnar van 2009. Dat boek is zwaar gebaseerd op Pastiors levensverhaal. In lange gesprekken vertelde hij Müller over de kou, de angst, de pijn, de honger en alle andere ellende in het werkkamp, waarin hij vijf jaar werd afgebeuld. En over zijn verborgen homosexualiteit, die hem de kop zou hebben gekost als ze bekend zou zijn geworden. Hij vertelde haar alles.

    Nou ja, bijna alles. Vorig jaar, vier jaar na zijn dood in 2006, werd ontdekt dat Pastior onder de schuilnaam “Otto Stein” van 1961 tot 1968 informant voor de Roemeense geheime dienst Securitate was geweest. Nadat hij overigens in de vijf jaren daarvoor zelf intensief was bespioneerd. In 1968 hield de “samenwerking” op toen Pastior na een reis naar het westen in West-Berlijn asiel vroeg en kreeg. Dat was dus achteraf ook een vlucht uit de klauwen van de Securitate.

    Herta Müller was geschokt door de ontdekking, maar voelde ook “medeleven” en “verdriet”. Pastior was kwetsbaar en chantabel als Duitser, homo, dichter en regimecriticus in Roemenë. Jammer vond Müller wel dat hij na 1968 niemand ooit iets had verteld over die zwarte bladzijde uit zijn leven.

    Erik de Graaf

    PS: dit stond in 2011 eerder op mijn blog. Vanavond is er een documentaire over Herta Müller op tv.

    zondag, 24 mei 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    De pijp van Marten

    In marten toonder senior.

    Het wordt dof in de cabeza, het licht gaat uit”, zei Marten Toonder senior in 1965 tegen zijn jongste zoon Jan Gerhard. De dokter had hem het roken en het drinken verboden. Hij liep steeds minder goed, zijn handen waren te dik om aan zijn scheepsmodellen te knutselen of voor het opschrijven van zijn levensherinneringen. Een paar weken later kwam er om vijf uur ‘s middags een belastingambtenaar op bezoek bij de 85-jarige Senior in Oegstgeest om te vertellen dat hij een fout in zijn aangifte had gemaakt. “Nu ga ik eerst een pijp tabak opsteken”, zei hij toen de ambtenaar weg was tegen zijn huishoudster. Dat was altijd zijn manier geweest om ergernis te verdrijven.

    Of hij de rook nog geproefd heeft weet niemand. “Wij hopen van wel”, schreef Jan Gerhard in 1975 in De dronken kanarie, “want dan kan hij ook zonder wrok gestorven zijn. Hij viel toen voorover en is niet meer uit zijn coma bijgekomen”.

    “Doe geen moeite meer voor mij. Het is afgelopen”, zei Marten Toonder senior in mei 1965 tegen zijn oudste zoon Marten. Junior wilde zijn vader later dat jaar meeverhuizen naar Ierland, herinnerde de zoon zich in 1996 in zijn autobiografie. In de logeerkamer in Oegstgeest haalde Senior een doos met honderden of duizenden bankbiljetten achter een gordijntje vandaan. Het was het geld waarmee de zoon eerder een lening van zijn vader had afbetaald. Hij wilde het teruggeven. Junior regelde dat iemand van een bank bij zijn vader langs zou gaan om bankrekening voor hem te openen. De volgende dag kwam de man van de Boerenleenbank, maar Senior vond dat het naar de Twentse Bank moest. Toen de bankman weg was greep hij naar zijn pijp om zijn ergernis weg te blazen. Hij viel voorover en kwam niet meer uit zijn coma.


    Op maandag 24 mei 1965 overleed kapitein Marten Toonder senior op 85-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Leiden. Hij was in november 1879 geboren in Warffum, waar hij in grote armoede opgroeide. Van ongeletterd op zijn tweeëntwintigste werkte hij zich op tot kapitein op de grote vaart, commissaris bij de Toonder Studio en schrijver van zijn levensherinneringen. De foto hierboven toont Senior in 1956 in het haventje van Noordpolderzijl met uitzicht op Rottumeroog. Seniors zoons Marten en Jan Gerhard beschreven de dood van hun vader net even verschillend in hun autobiografisch werk. Twee dagen na Seniors dood verscheen een kort bericht in de Nieuwe Rotterdamse Courant, de NRC.

    Erik de Graaf

    PS: Sinds 2012 doe ik onderzoek naar het leven van mijn dorpsgenoot Marten Toonder senior. In oktober a.s. verschijnt een boek over zijn leven. Tegelijkertijd wordt er een tentoonstelling geopend in het Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum.

    donderdag, 21 mei 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Børge Ring over Toonder senior

    In marten toonder senior.

    Als striptekenaar werkte Børge Ring  voor Disney, Toonder en Spielberg.  In 1985 won hij een Oscar voor zijn animatiefilm Anna & Bella. Toch kwam hij in 1946 als muzikant naar Nederland.  Als bassist in het jazzkwartet van Svend Asmussen speelde hij een maand lang in de Amsterdamse bioscoop City Theater. Hij ontmoette er Marten Toonder, die hem uitnodigde op zijn tekenfilmafdeling te komen werken.  “Ja-uh, graag”, antwoordde Børge, “maar ik moet eerst even naar huis om het behoorlijk te leren”.

    Terug in Denemarken leerde hij het vak bij Nordisk Film. In 1952 keerde hij terug naar Amsterdam om tot 1973 in de Toonder Studio’s te werken. In de jaren vijftig was de gepensioneerde kapitein Toonder senior commissaris in het bedrijf van zijn zoon. Van dichtbij maakte hij Seniors bezoekjes vanuit Oegstgeest aan Amsterdam mee. Gisteravond bezocht ik Ring in zijn verbouwde boerderij aan de Maas in het Brabantse Overlangel.

    “Toonder senior was een oude man, die steeds hetzelfde verhaal herhaalde”, vertelde Ring me vriendelijk. Hij werkte met twee andere Denen op de tekenfilmafdeling. “Good day, gentlemen”, was steevast Seniors begroeting in zeemans-Engels. Vervolgens vertelde hij opnieuw het verhaal dat hij ooit als jong zeeman met een Deens meisje in een park op een bankje zat. Plotseling stond ze op en zei in het Deens: “Ik ga nu naar huis, ik ben bang voor mijn vader”.

    Mooi verhaal, mooi bezoek ook aan de 94-jarige maestro Ring. Toen ik op het punt stond te vertrekken gebaarde hij me nog even naderbij te komen. “Ze zeggen weleens dat ik in interviews mensen lens praat”. Dat viel alles mee.

    Erik de Graaf


    PS: Børge Ring beschreef zijn leven prachtig in: "Een weergaloos leven in muziek en tekenfilm. Autobiografie” (vertaald uit het Deens; Leens, 2015)

    dinsdag, 19 mei 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    NAMCASUELTY 1646

    In aardbevingen.

    "Het aardbevingsgebied in Noord-Groningen is een vat vol emoties”, zegt de directeur Kruyt van het Centrum voor Veilig Wonen in Appingedam vandaag in een interview in het Dagblad van het Noorden. “Er is veel opgekropte woede. Veel mensen zijn behoorlijk pissig”.

    Oorzaken zijn de trage afhandelingen van schadegevallen en de afhoudende opstelling van de NAM. In het interview geeft de CVW-directeur aan dat zijn Centrum in de eerste vierenhalve maand van zijn bestaan 12.461 schademeldingen heeft ontvangen. Zesenzeventig mensen voelden zich onveilig in hun beschadigde huis. Drieduizend woningen moeten dit jaar worden versterkt.

    Gisteren vond ik op een advertentiepagina van mijn natgeregende regionale Ommelander Courant een schreeuw die de constatering van de CVW-directeur overduidelijk illustreert. Voor de goede orde. Gerard Schotman is directeur van de NAM.

    Erik de Graaf

    zondag, 17 mei 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Marten Toonder senior op de Lawoe

    In marten toonder senior.

    Op donderdag 17 mei 1900 monsterde de twintigjarige Marten Toonder (later de vader van de striptekenaar) aan als matroos op de S.S. Lawoe van de Rotterdamse Lloyd. Het was pure mazzel dat hij door zo’n gerenommeerde rederij werd aangenomen. In zijn Groningse pension aan Schiedamsedijk in Rotterdam hadden ze niet veel vertrouwen in zijn plan om naar de Lloyd te solliciteren. “Da’s ja veel te deftig, man”, zei de kastelein. “Daar nemen ze ons soort niet”.

    Onderweg naar de Lloyd vroeg Marten zich af of hij toch niet te overmoedig was. Hij was in feite nog steeds de “Groningse boerenpummel”, vond hij, die nog maar een paar maanden eerder van Warffum naar Rotterdam was getrokken om werk te vinden op de grote vaart.

    “Hé daar!”
    Toen Marten Toonder het terrein van de Rotterdamse Lloyd betrad hoorde hij een bekende, rauwe stem bulderen. Het herinnerde hem onmiddellijk aan het “Ingerukt – márrrs!” van bij de marine. Het was de stem van opperschipper Broeier, die een jaar eerder een flinke bijdrage leverde aan het trauma dat hij aan zijn militaire diensttijd had overgehouden. De schipper wiens commandogebulk hem in tot zijn nachtmerries achtervolgde was nu portier bij de Rotterdamse Lloyd.

    “Jawel, schipper”, antwoordde Marten.
    En op Broeiers verbaasde vraag of ze elkaar dan kenden zei hij:
    “Milicien Toonder, stamboeknummer 614, lichting negenennegentig, schipper”.

    De schipper had niet aan zijn pensioen kunnen wennen, vertelde hij, maar had gelukkig als portier bij de Lloyd kunnen beginnen. “Lui van de marine stonden hier goed aangeschreven”, zei hij. De nietsontziende houwdegen van een jaar eerder leek ineens blij om de ex-milicien weer te zien. Toonder vroeg of hij een kansje maakte bij de Lloyd. Even later kreeg hij op voorspraak van opperschipper Broeier een baan als matroos op de S.S. Lawoe voor een reis naar Nederlands-Indië. Voor tweeëndertig gulden in de maand. Twee dagen later was het vertrek.

    De reis werd bepalend voor Toonders verdere leven. Zijn nieuwe eeuw was begonnen. 

    Erik de Graaf

    zaterdag, 25 april 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Wie is de koning?

    In cultuur, geschiedenis, marten toonder senior.

    Allergisch snotterde ik vanochtend door negentiende en vroeg-twintigste eeuws stof. Ik werkte me een weg door de schriften van Klaas Guitje en zijn zoon Guitje Klaassen van Dijk, twee opeenvolgende voogden van Rottumeroog en Rottumerplaat tussen 1834 en 1908. Aanteekeningen over het planten van helmgras, over de standvonderij, over het houden van schapen op het eiland en over vele zaken meer.

    In een niet gecatalogiseerde doos vond ik een stapel schoolschriften van de kinderen van de laatste voogd Van Dijk. Het Algebraschrift van Klaas (geboren in 1870), het meetkundeschrift van Evert (*1879), over de Duitsche Litteratur van Auke (* 1885) en een hele stapel meer. Allemaal aangeschaft bij boekhandel J. Kat in Warffum.
                   
    In het Schoonschrift van Gesina van Dijk (*1898), de dochter uit de tweede leg van Guitje Klaassen, las ik brieven, opstellen, twee coupletten uit het Wilhelmus en keurig netjes overgeschreven volksverhalen en gedichten. Steeds één pagina lang, dus meestal zonder eind. Zo ook het in prachtig regelmatig handschrift overgeschreven Wie is de koning?:

    Toen koning Frits, in burgerdracht,
    Eens met zijn grooten ging ter jacht,
    Was hij een eind vooruitgegaan,
    En trof een snugg’ren landman aan –
    Verbeeld je!

    “Mijnheer!” - zoo sprak deze – “wees zoo goed,
    En zeg mij wie van gindschen stoet
    Is koning Frits? U kent misschien
    Den vorst; - ik zou hem graag eens zien”-
    Wel zeker!

    “Dat kan geschieden, goede man”,
    Was Frederiks antwoord. “Volg mij dan.
    Wij gaan erheen, dan merkt gij wis.
    Al spoedig wie de koning is”.
    Natuurlijk!

    Je kent toch wel de vaste wet,
    Dat iedereen den hoed afzet
    In ’s Vorsten tegenwoordigheid,
    Uit eerbied voor zijn Majesteit?” -
    Wel zeker!

    Hier blijft de kopieerpoging van rond 1910 onvoltooid. De clou hield Gesina van Dijk voor zichzelf in haar Schoonschrift. Het was tenslotte een schrijfoefening. In de Nederlandse Volksverhalenbank van het Meertens Instituut vind ik het slot van het gedicht. Het blijkt een mop uit de anekdotentraditie over de Pruisische koning Friedrich II, der alte Fritz, uit de achttiende eeuw. Samen met de boer wandelde Frits terug naar de jagerstoet. Behalve Frits nam iedereen zijn hoed af. De boer wist niet waar hij kijken moest. De laatste niet door Gesina opgeschreven regels luiden: 

    Als Frits zich tot de boer nu wendt en vraagt of
    Hij de vorst al kent, is het antwoord 
    Van de snuggere Hein: 
    Een van ons beiden moet het zijn!

    Erik de Graaf

    maandag, 20 april 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Expeditie Heffezand

    In geschiedenis, wad, werk.

    In de late Middeleeuwen lagen er vier Waddeneilanden boven de Groninger kust. Drie ervan werden in de zestiende eeuw door hevige stormen tot zandplaat gedegradeerd en uiteindelijk zelfs helemaal van de kaart geveegd. Korenzand verdween rond 1500 in zee. In 1570 sloeg de Allerheiligenvloed de eilanden Bosch en Heffezand weg. Bosch probeerde nog tot eiland aan te groeien, maar de Kerstvloed van 1717 verhinderde dat definitief. Eeuwenlang  was Rottumeroog het enige Groningse Waddeneiland, totdat het in de negentiende eeuw gezelschap kreeg van Rottumerplaat.

    Verdwenen eilanden spreken tot de verbeelding. Zondagochtend vertrok ik in een bont gezelschap van historici, biologen, sterrenkundigen, landschapshistorici, wadlopers, een baggeraar en een balletdanser vanuit Lauwersoog voor een zoektocht naar het verdronken eiland Heffezand. Onderzoekers hadden van tevoren op grond van oude  kaarten, documenten en verhalen de meest waarschijnlijke spot gelokaliseerd. Op een bij eb drooggevallen zandplaat gingen grondboorders tot vijftien meter onder het oppervlak op zoek naar resten van Heffezand. Helaas tevergeefs. We weten nu alleen waar Heffezand niet lag. Later zal een stukje westwaarts een nieuwe poging tot lokalisering van het eiland worden gedaan.


    Terwijl de grondboorders hun werk deden stroopten anderen geulen en randen af op zoek naar omgewoelde restanten. Twintig deskundigen met uiteenlopende deskundigheden deden talloze vondsten die dan weer niets met Heffezand te maken hadden. Een oorlogsdeskundige vond een luik van een Engels oorlogsvliegtuig, dat in de nadagen van 40-45 boven het Wad moet zijn afgeschoten. Een scheepvaartdeskundige analyseerde aan de hand van inkepingen en schroefgaten dat een ruim vijf meter lang eiken deel zeker drie eeuwen oud was. Zelf opperde ik dat het beslist een overblijfsel was van de vloot van de beroemde admiraal Teerbezem uit de Slag bij Rottum was, maar toen ik uitlegde dat mijn kennis uit Marten Toonders “Kappie en het Kili Wili Atol” kwam werd dat dat resoluut van de hand gewezen. Ieder zijn discipline.

    Erik de Graaf

    PS: meer foto's zijn te bezichtigen op Graafwerk..... foto's

    woensdag, 15 april 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Dorpsgenoot in Westerbork

    In tweede wereldoorlog, warffum.

    Het monument van 102.000 stenen op de appèlplaats van Kamp Westerbork heeft de vorm van Nederland. Limburg is goed herkenbaar, de Zeeuwse eilanden en ook het IJsselmeer. In het noorden zie je de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Lauwersmeer tot aan de Dollard toe. Elke steen staat voor iemand die vanuit Westerbork naar de Duitse vernietigingskampen getransporteerd werd en niet terugkwam.

    Op de plek van Warffum staat een foto van Benjamin en Sara Broekema met hun dochters Reina en Rachelina. Gemaakt op het plaatsje achter hun woning aan de Oosterstraat. Benjamin vertrok in 1942 naar Westerbork, nadat hij een oproep had ontvangen zich bij het station in Warffum te melden. Boer Harrenstein van de boerderij Groot Hoysum had hem nog verteld dat hij beter kon onderduiken, maar uit angst voor de gevolgen voor zijn gezin meldde hij zich toch bij de trein. Broekema was slager, schrijver en socialist. Hij schreef een streekroman, tientallen korte verhalen, ruim veertig toneelstukken in het Gronings en honderden columns in het socialistische dagblad Het Volk. Hij was een dorpsmens, speelde jarenlang voetbal bij VV Warffum, maar ook trompet bij de plaatselijke fanfare Euphonia.

    Op 15 juli 1942 zat Benjamin Broekema in de eerste trein, die vanuit Westerbork naar Auschwitz vertrok. Daar werd hij op 17 augustus vermoord, 38 jaar oud. Drie maanden later waren zijn moeder Reina, zijn vrouw Sara en zijn dochters Reina (6) en Rachelina (3) aan de beurt. Voordat zij naar Westerbork vertrokken naaiden buurvrouw Kuilder en een zoon van kleermaker Medendorp van de overgordijnen en een tafelkleed lange broeken en capuchons voor de kinderen. Het werd tenslotte snel winter. Van de stof die overbleef maakte Medendorp rugzakjes voor onderweg.

    Van die warme kleding hebben ze weinig plezier gehad. Op 19 november 1942 werden ze vermoord in de gaskamers van Auschwitz. Een gezin uit Warffum. Vier steentjes op de appèlplaatsin Westerbork.


    Erik de Graaf

    maandag, 13 april 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Günter Grass

    In literatuur, ddr.

    Günter Grass is niet meer. Een groot schrijver is gestorven. Veel wordt er over hem geschreven, goed en slecht. Ieder zijn eigen herinnering. Ik de mijne.

    Günter Grass gold als staatsvijand voor de Oost-Duitse geheime dienst, de Stasi. De Nobelprijswinnaar voor de Literatuur van 1999 reageerde zelf laconiek. “Terwijl ze me in de DDR bespioneerden en als belangrijke vijand zagen werd me in het westen regelmatig gezegd dat ik maar naar het oosten moest verhuizen. Niet alleen door de Bild Zeitung werd ik als verkapte communist behandeld”.

    In 2010 verscheen een boek over het Stasi-dossier van Günter Grass, waarin uit 2000 pagina’s blijkt dat hij al vanaf 1961 in de gaten werd gehouden. De Stasi-informanten waren vaak onbekenden, die hem van een afstandje volgden op zijn weg door de DDR. Vaak waren het echter ook bekenden. Grass’ Oost-Duitse uitgever bijvoorbeeld of collega-schrijvers. Na gemoedelijke onderonsjes en zware discussies briefden zij hun belevenissen met Grass door aan de Stasi.

    Een van de Stasi-informanten was Hermann Kant, die overigens ook verdomd goed kon schrijven (lees Die Aula uit 1968). Grass zal zich nauwelijks verbaasd hebben over Kants dubbelrol. In Oost-Duitse dissidente kringen was al in de jaren zeventig duidelijk dat Kants loyaliteit met het DDR-regime gemakkelijk tot verraad kon leiden.

    In 1982 maakte ik Grass en Kant van een afstandje mee op een bijeenkomst van schrijvers uit Oost en West over vrede en ontwapening. Het zogenaamde Haager Treffen vond plaats in het Kurhaus in Scheveningen. Als student Duits met goede contacten kon ik de tweedaagse bijeenkomst bijwonen. In een pauze op het terras van het Kurhaus fotografeerde ik Günter Grass in gesprek met Hermann Kant. In de spiegeling van het raam is ook de fotograaf te zien. Ik ben benieuwd hoe het gesprek in het Stasi-dossier is terechtgekomen.

    Erik de Graaf

    woensdag, 4 maart 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    VVD-excuses - wie volgt?

    In aardbevingen, politiek, vvd.

    Troela van Miltenburg, de VVD-voorzitter van de Tweede Kamer, heeft via haar woordvoerder laten weten excuses aan te bieden voor een nieuwe onhandige opmerking. “Much to do about nothing”, zei ze per ongeluk in een open microfoon toen de Partij voor de Dieren een motie van wantrouwen tegen Kamp (ook VVD) indiende.

    Excuses zijn in de mode bij de VVD. Verheijen (over zijn declaraties), Zijlstra en Rutte (over hun voorbarige verdediging van Verheijen), Leegte (Leeghoofd hoorde ik hem pas noemen, over zijn telefoontje in de trein), Kamp (naar aanleiding van het veiligheidsrapport over de gaswinning), …...

    Van Miltenburg doet nu alsof haar “much to do about nothing” zomaar een domme vergissing van haar was, maar in werkelijkheid was het een in haar rol als kamervoorzitter ongepaste (maar veelzeggende) politieke uitspraak in de lijn van Leegte, Bosman, Kamp en meer.

    Excuses. Wie volgt? Hopelijk de VVD-kiezers van de afgelopen jaren, die sinds de bankencrisis juist van de politieke tak van die neoliberale graaiers de grootste partij van Nederland maakte. Ik verbaas me er nog dagelijks over.

    Zo! En nu ga ik weer iets leuks doen!

    Erik de Graaf

    donderdag, 19 februari 2015

    Erik de Graaf

    Erik de Graaf

    GR

    Beethoven op volle toeren

    In cultuur, geschiedenis.

    In 1979 was ik in het kader van mijn studie een weekje in München. Ik was te gast bij een zakenrelatie van mijn vader, die me aanvankelijk bevreemd aanstaarde toen hij me met mijn lange haren, mijn versleten spijkerbroek en mijn ouwe adidassen ontving. In de loop van de week kreeg hij toch wel schik in zijn “onverzorgde” gast uit Nederland, want ik bleek meer belangstelling voor Duitse cultuur en geschiedenis te hebben dan al zijn eigen verwende zoons bij elkaar (en hij had er een stuk of vier). Hij nam me mee naar musea, naar de zomerresidentie van het Beierse vorsten en naar het Hofbräuhaus (ook cultuur, maar voor mij vooral geschiedenis).

    Toen ik thuiskwam met een kaartje voor Beethovens opera Fidelio in het Nationaltheater (een staanplaats op het hoogste balkon voor 4 mark) dacht mijn gastheer me ter voorbereiding een lesje in Duitse muziekgeschiedenis te leren. “Slechts één opera had Beethoven geschreven en maar liefst negen symfonieën”, doceerde hij. Uit de kast haalde hij zijn LP met de Negende om hem mij te laten horen. “Luister goed, dit wordt fantastisch”, beloofde hij en plaatste de naald vlak voor het vierde deel op het vinyl.

    Na de eerste tonen keek ik hem lachend aan. “Zo snel heb ik Beethoven nog nooit horen spelen”, wilde ik zeggen, maar mijn gastheer staarde doodserieus genietend naar het plafond. Even twijfelde ik nog aan mezelf, maar al snel wist ik zeker dat de LP op 45 in plaats van op 33 toeren werd afgespeeld. Pas minuten later, bij de veel te snelle en te schelle Ode an die Freude werd het ook mijn gastheer duidelijk dat hier iets niet klopte. Beschaamd sloot hij zijn muziekles af.

    Erik de Graaf

    Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 14875 uur (619,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,3 per week.