In politiek.
Het is niet niks, wat er te zien is op het CDA-toneel. De partij die bekend stond als club die alles intern regelde via belrondes in het weekend - om gedurende de werkweek weer eensgezind naar buiten te treden - verkeert in behoorlijk zwaar weer. De troost dat het CDA op dit moment alle krantenkoppen domineert zal toch ook als erg schraal ervaren worden.
Trouw
somde de prominenten die tegen zijn eerder al op. Onlangs is Ruud Lubbers daar nog bijgekomen. Dat er onvrede is, is één ding. Maar op het moment dat je dit soort lijstjes al kunt opstellen vóórdat de onderhandelingen echt zijn begonnen zou je je als partijbestuur en Kamerfractie toch even achter de oren moeten krabben. Dat is niet gebeurt, dus is het niet zo gek dat de onvrede zich verbreedt en verdiept.
Ook publiek, en dat is eigenlijk op zich al schokkend. Dat partijleden brieven sturen naar de partijvoorzitter is niet zo merkwaardig, maar dat ze openbaar worden gemaakt is dat - zeker gezien de inhoud - des te meer. Niet alleen de strekking van de verschillende brieven, maar ook het - onbedoelde (?) - inkijkje achter de CDA-schermen. Neem deze passage uit
de brief van Senator Van de Beeten:
De besluitvorming over die verklaring ('agree to disagree' over Islam als religie of ideologie - DR) is om te beginnen niet bepaald een grondige geweest. De tekst van de verklaring is geen voorwerp geweest van een weloverwogen discussie. Dat kan al worden afgeleid uit de snelheid waarmee de besluitvorming moet hebben plaatsgehad. Ik vernam zelfs, dat tijdens de fractievergadering de tekst enkel - en dan nog maar gedeeltelijk – is voorgelezen.
Dat was onder regie van Verhagen, die later op zijn bordje kreeg dat hij de fractie te weinig bij de onderhandelingen betrok. Slordig en onvoorstelbaar eigenlijk, dat juist dit punt zo afgeraffeld werd.
Ook de brieven van Lubbers bevatten dit soort passages. In de eerste brief is de passage over de niet-verschenen persverklaring opvallend. Waarom oordeelde Verhagen (ik zou bijna zeggen 'in godsnaam') dat zo'n verklaring 'niet opportuun' zou zijn? De tweede brief is eigenlijk nog interessanter. Neem deze passage:
Ank (Bijleveld - DR), die daar namens de fractie was, kon geen antwoord geven op bezorgde vragen van twee oud-ministers van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek en Ben Bot, hoe het nu toch stond met de risico’s op het terrein van Buitenlandse Zaken resp. het buitenland, gezien de markante posities die Geert Wilders ter zake inneemt. Het is mij bekend dat ook VNO-NCW en de CEO’s van grote ondernemingen zich daar zorgen over maken.
Zo spraken anderen over “duurzaamheid” als een “verborgen” (of afwezige ?) kernwaarde.
Weer anderen, zoals ik, blijven in het duister tasten over voldoende uitzicht op godsdienst-vrijheid, ook voor Moslims, en het gevrijwaard blijven van discriminatie op grond van geloof.
Zo is er enerzijds het moedige en te waarderen initiatief van jullie beiden de partij inspraak te geven en anderzijds de frustratie over wat gebeurt met de opvattingen van prominenten die een en andermaal de moeite hebben genomen naar het Partijbureau te komen.
Ank Bijleveld beloofde getrouw verslag uit te brengen aan de fractievoorzitter (en aan de fractie ?).
Het partijburo doet zijn best om de prominenten erbij te betrekken. Zelfs 'een en andermaal', al lijkt dat eerder een soort verwijt van Lubbers te zijn: we komen wel steeds vertellen wat we er van vinden, maar er wordt steeds niets mee gedaan. Het moet trouwens een pijnlijk moment zijn geweest voor Ank Bijleveld, toen ze geen antwoord had op indringende - maar ongetwijfeld beleefd geformuleerde vragen - van toch gerespecteerde oud-bewindslieden. Ook opvallend is de onzekerheid bij Lubbers of de zorgen en opmerkingen van de prominenten wel aan de héle CDA-fractie zouden worden overgebracht.
Let wel: déze prominenten (om de een of andere reden heb ik niet het idee dat Van Agt aanwezig was) hadden zich tot dan toe redelijk stil gehouden. Ze zijn door - naar ik aanneem - de partijvoorzitter uitgenodigd (zelfs 'een en andermaal') vanwege hun staat van dienst en belang en positie binnen de partij. Het lijkt er echter op dat die bijeenkomsten de zorgen niet hebben weggenomen. Integendeel. Bij Lubbers leverde de laatste bijeenkomst kennelijk zoveel ongerustheid op dat hij de noodzaak heeft gezien om door hem geschreven brieven openbaar te (laten) maken.
Uitzonderlijke onrust dus binnen het CDA, die zich natuurlijk niet beperkt tot een handvol prominenten. Wat te denken van al die actieve CDA-ers die vrijwilligerswerk doen in de diaconie, bij charitatieve instellingen of bij noodopvang aan b.v. asielzoekers. Ik kan me niet voorstellen dat zij vrolijk worden van een vrijage met de PVV. En de CDA-leden met een islamitische achtergrond? Wordt daar echt tegen gezegd 'laat je nu maar beledigen, da's goed voor het begrotingstekort' - zoals Aukje van Roessel in de Groene Amsterdammer van deze week treffend noteerde.
Ondertussen lijken Maxime Verhagen en Jack de Vries de inschatting te maken dat juist samenwerking met de PVV het verlies van het CDA goed kunnen maken. Dat lijkt me echt naïef. Men zit nu al met samengeknepen billen te hopen dat het Congres niet op 11 september hoeft plaats te vinden, zodat Wilders' uitspraken op die dag geen roet in het eten gaan gooien. Daarnaast zal samenwerking met de PVV hoe dan ook CDA'ers van het CDA vervreemden. Als dat alleen een handjevol 'fossielen' zouden zijn, is dat leed natuurlijk te overzien. Volgens mij zal samenwerking met de PVV binnen het CDA echter veel diepere wonden slaan. Het is aan het CDA natuurlijk, maar als ik hen was zou ik er niet aan beginnen. Mochten ze dat wel doen, dan lijkt me dat eerder een stap richting de duisternis dan naar het licht.